Hugo Borst
‘Ik ben op z’n tijd een ruziezoeker, maar kan ook ontzettend lief zijn’
Voetbalanalyticus Hugo Borst (45) is een verhalenverteller. Velen noemen hem tegendraads en een provocateur, maar wie in zijn ziel klimt, ontmoet een buienmens en een gezinshoofd.
Hoe kon het zover met je komen?
‘Tja, hoe gaan die dingen? Ik heb nooit voorzien dat het zo’n vaart zou lopen. Het kan zijn omdat ik gewoon zeg wat in me opkomt. Ik denk er wél goed over na. Als ik in
Studio Voetbal zit, heb ik mij de ganse week door de vakbladen heen geworsteld en alle wedstrijden gezien. Ik weet wel wat ik zeg. Af en toe ben ik iets te primair en komt het er vrij
scherp uit.’
Hugo Borst werd vooral via Studio Voetbal een bekende Nederlander. Elke
zondag schuift hij aan bij Jack van Gelder en Youri Mulder. Momenteel snakt hij naar het einde van het voetbalseizoen en wil rust. ‘De voetbalwereld is een monomane, op z’n tijd
niet zo’n frisse, eenzijdige wereld, met veel haat en nijd. Ik ben soms blij dat het er weer op zit. Maar in augustus begint het weer te kriebelen en dan heb ik er weer zin in. Het is het
spel dat mij pakt.’
Televisie noem jij een uitermate overschat medium.
‘Het tegenovergestelde is ook waar. Als ik een column schrijf, staat het er zwart op wit en heeft het vaak nog meer impact. Aan de andere kant kijken er veel meer mensen televisie dan dat
ze een krant lezen. Ik heb laatst Henny Huisman wat plaagstootjes gegeven. Nou, dan lijkt het de volgende dag wel alsof ik een karaktermoord heb gepleegd. Ik ben gewoon aan het plagen. Ik ben
een plaaggeest.’
Hij is de AD-columnist die ontroerende verhalen schrijft. In zijn bundel Schieten op Volkert van der G. beschrijft hij hoe Van der G. (de moordenaar van Pim Fortuyn) in het gevangenisteam tegen een gelegenheidselftal voetbalt.
Ik las het met ontroering, maar vond het ook bizar.
‘Ja, ga maar na: je speelt bij een nette club als HBS in Den Haag en je wordt benaderd door iemand van de Scheveningse gevangenis die zegt: “Joh, kom jij eens met wat makkers tegen
ons spelen.” Volkert van der G. zit daar, maar dat wordt de jongens nog niet meteen verteld. Die aanvoerder gaat aan de slag en kiest de “rustigste” jongens, niet de meest
opvliegende types. Ze komen binnen, dan komt die wedstrijd en staan ze in het veld opeens tegenover kinderverkrachters, kindermoordenaars én op doel Volkert van der G. Voor die jongens
moet dat een belevenis zijn geweest, maar het bracht ze ook in verlegenheid, omdat ze dachten: moeten we dat soort schurken eigenlijk wel een verzetje gunnen?’
Jij wordt getriggerd door menselijk leed?
‘Ik heb daar wel een antenne voor. Als ik mensen indringend aankijk, voel ik dat ik door ze heen kijk en zie wat ik graag te weten wil komen. Ik kom vrij snel tot de kern van de zaak. Ik
wil graag weten hoe het met mensen gaat. Ik houd van mensen.’
Je hebt ook iets zwaarmoedigs.
‘Jazeker. Ik zit op dit moment zeker niet in mijn vrolijkste periode. Ik heb hard gewerkt, iets te hard, en dan merk ik dat ik op een gegeven moment op ben. Dan ligt de wereld eventjes
zwaar op mijn schouders. Het gaat wel weer over. Het trekt altijd weer bij.’
Het garen is van de klos?
‘Ja, ik ben inderdaad die buienmens. ’s Ochtends wordt voor mij bepaald hoe de rest van de dag eruit zal zien en met welk been ik uit bed stap. Ik ben iemand die zegt: leef met de
dag. Ik weet dat ik een slechte dag ook echt moet uitzitten. Morgenochtend stap ik dan weer met het goede been uit bed. Optimistje, hoor, die Borst!’
Mooie worsteling
Zijn nieuwe reeks Over vaders en zonen, waar hij vorig seizoen mee begon, bevat opnieuw openhartige portretten. ‘Ik probeer ondanks alle wanhoop tóch te schetsen hoe sterk
mensen zijn en hoe ze zich uit de ellende proberen te worstelen. Een mens is weerbaar. Hans Dorre-stijn is toch maar weer herenigd met zijn zoon Jesse, die hij tien jaar geleden de deur wees.
-Dorrestijn was tot in het diepst van zijn ziel -gekrenkt, omdat zijn zoon waagde het op te -nemen voor zijn moeder, van wie Hans gescheiden leefde. Jaren waren ze gebrouilleerd, maar nu zijn
ze toch weer bij elkaar gekomen.’
Zo zijn daar ook Jaap van Zweden, Jan Ykema en de acteur Jack Wouterse.
‘Jack praat zeer openhartig over zijn eetverslaving. Zijn zoon, ook acteur, maakt zich daar veel zorgen over, want hij wil zijn vader zo lang mogelijk bij zich houden. Aan de andere kant
gunt hij zijn vader ook weer die boze buien waarbij hij zich verliest in eetgelagen. Wij registreerden een immens mooie worsteling tussen die zoon en die vader, omdat ze van elkaar
houden.’
Voetballers praten slecht op televisie!
‘Ja, ze kijken alleen maar naar programma’s als Studio Voetbal, waarin niet altijd het achterste van de tong wordt getoond. Heel af en toe is er ineens iemand die wél
spreekt, zoals Louis van Gaal of Henk Kesler van de KNVB. Nodig je Kesler uit, dan wordt het spannend, maar dat kan maar eens in de tien keer. Voor de rest moeten wij er hard aan
trekken.’
Ruud Gullit noemde jou recent een bangepoeperd.
‘Ja, Johan Derksen en ik hadden hem dan ook flink uitgedaagd. Het was dus te verwachten dat hij wat ging roepen. Prima, dat mag! Alleen de term bangepoeperd verbaast me wel. Zijn
opmerking was misplaatst, want ik ben juist iemand die de degens kruist als Gullit naast me zit. Ik hoop dat wij het een keer op televisie spannend kunnen uitvechten. Trainers zijn leuker dan
voetballers. Gertjan Verbeek (de nieuwe Feyenoord-trainer, red.) is een beetje norsig, Van Gaal is natuurlijk altíjd feest, maar je hebt ook types als Bert van Marwijk, die een soort
diplomatie betrachten waar helemaal niets aan is.’
Louis van Gaal is verbaal geen gemakkelijke tegenstander.
‘Integendeel. Zodra wij tegenover elkaar zitten, heb ik hem binnen de kortste keren klem, gewoon op basis van de discussie. Met wat hij het afgelopen seizoen heeft laten zien met AZ, daar
kan ik hem op tien punten alle hoeken van het veld laten zien. Hij is iemand die je nooit kunt overtuigen. Op persconferenties is hij vrij onaangenaam. Hij heeft een horkerig karakter. Maar ik
weet ook dat Louis een ontzettend aardige man kan zijn. Met Louis heb ik een haat-liefderelatie. Op dit moment zitten we in een behoorlijke dip, want zowel hij als ik willen niet met elkaar aan
tafel, dat is op zich jammer.’
Lange tijd kon je ook niet aan één tafel met collega Johan Derksen.
‘Johan en ik hebben nu een heel goede verhouding. Die relatie is twee jaar lang verbroken geweest, maar wij hebben de draad weer opgepakt. Johan is mijn leermeester. Ik heb veel van hem
opgestoken in mijn Voetbal International-tijd.’
Borst noemt zich agnost, hoewel zijn moeder rooms-katholiek was en zijn vader gereformeerd. ‘Ik ben gedoopt, maar heb het geloof afgezworen. Vroeger in de kerk dacht ik al op jonge leeftijd: waar gaat dit over? Uiteindelijk vond ik het ook zonde van mijn tijd. Ik zal de zoektocht naar God niet voortzetten, maar ik geloof ook niet dat ik Hem ooit zou kunnen vinden. Ik geloof meer in rust en stilte, in de natuur, maar ook in de stad. Rotterdam! Ik wandel graag door Rotterdam en dan ben ik me altijd bewust van de historie van mijn stad. Ik wandel op een stad die plat is gebombardeerd.’
Keilaarzen
Hij toont mij zijn bronzen voetballertje. ‘Ik struin regelmatig rommelmarkten af en dan kom ik weleens zo’n bronzen voetballertje uit de jaren dertig tegen. Het staat voor mijn
liefde voor voetbal. Ik zou het zelf kunnen zijn. Hij heeft een lange broek aan, daaraan kun je zien dat hij uit de jaren dertig is. Hij voetbalt nog met keilaarzen, zoals het vroeger werd
genoemd.’ Ernaast ligt het tijdschrift WIA4, dat gaat over Rotterdam. ‘Het is een formatloos blad, ook weleens prettig in deze tijden. Oplage van 6000! Het kost ook geen
drol, want vijf euro is natuurlijk een lachertje voor 300 pagina’s. Het gaat helemaal over Rotterdam en de dingen die ons boeien. Wij zijn bij bouwputten in Rotterdam gaan kijken, maar we
geven ook alle kunstenaars de ruimte.’
Oorvijg
Als freelancer is hij eigen baas. ‘Ja, ik sluit eenjaars- of tweejaarscontracten af, zowel met de NOS als met het Algemeen Dagblad, waarvoor ik een column schrijf. Ik moet dus
niks. Als er één ding is dat ik niet moet, dan is het iets moeten. Als mensen zeggen: “Jij moet effe dit...”, dan zeg ik: “Ik moet helemaal niks.” Ik word dan
opstandig. Ik ben eigen baas, ik doe lekker wat ik zelf wil.’
Door sommigen in de sportjournalistiek wordt Hugo Borst gehaat, maar hij kondigt aan onverkort zijn mening te blijven geven. ‘Ja, ik ben op z’n tijd een ruziezoeker en ik zeg af en toe te snel wat ik vind, maar soms kan ik ook ontzettend lief zijn, juist terwijl iemand een oorvijg verdient.’
Ik vond de sfeer bij ‘Studio Voetbal’ de laatste tijd af en toe op het grimmige af.
‘Dat komt: mensen houden niet van ongemakkelijke televisie. Ik vind het juist heel spannend als dat ongemakkelijke op z’n tijd de huiskamer in trekt. Wat moet je nou als iemand wel
iets weet, maar het niet wil zeggen? Kom dan niet naar de studio! Nou, dan is het maar even ongemakkelijk op tv. Ik vind dat het zo moet. Ik ben tegen saaiheid, dus als er iemand naast me zit
die zinnige dingen vertelt, dan heb ik geen functie, dan hoef ik alleen maar te luisteren. Ik probeer het onderste uit de kan te halen als mensen naast mij zitten. Dat is je plicht. Daar word
ik voor betaald.’
Toch zou jij jouw dertigjarige sportjournalistieke loopbaan volledig willen opgeven voor slechts één helft in het Nederlands elftal!
‘Het ligt er natuurlijk wél aan wie het elftal coacht. Want ik word dan tóch gewisseld en dát bevalt me niks.’


