Frans Slangen



‘Voor storm van links of rechts moet je niet wijken’

Een rasbestuurder treedt terug. De Limburgse theoloog en onderwijsman Frans Slangen (64) was twaalf jaar KRO-voorzitter.  Hij loodste de omroep door moeilijke tijden. Dit weekeinde neemt hij afscheid onder de klanken van het Stabat mater dolorosa.

Nog vorige maand lag hij tweeënhalve week in het Tilburgse Sint-Elisabethziekenhuis. Hij hield veel ‘watermassa’ in het lichaam vast, vooral bij zijn benen. ‘Ik leek net een Michelinmannetje. Ik hoop nu maar dat ze in het AMC in Amsterdam snel ontdekken wat er aan de hand is. Ik hoop dan weer gauw aan de slag te kunnen gaan.’

Aan de slag? U neemt juist afscheid.
‘Ik ga als KRO-voorzitter formeel met pensioen, maar ik heb sowieso nog een behoorlijk aantal bestuursfuncties. Die blijf ik doen. Ongetwijfeld zal er nog wel iets voorbijkomen waarvan ik denk: interessant.’

Hoopt u?
‘Eh, ja!’

Zijn medebestuurder in de NOS-Raad van Bestuur, Gerrit-Jan Wolffensperger, zei over Frans Slangen dat hij een zekere beminnelijkheid paart aan een vorm van slechtheid. Slangen bromt even: ‘Hm, projectie van Wolffensperger’, en zegt dan resoluut: ‘Ik ben helemaal niet gemeen!’

Nou, slecht dan?
‘Nee, ik ben ook helemaal niet slecht. Ik houd er niet van om buiten de vergadering van alles te ritselen of om ook nog onder de tafel een agenda te hebben.’

Écht katholiek was hij in de ogen van zijn omroepcollega Joop Daalmeijer, die Slangen een typische vertegenwoordiger van het katholiek-maatschappelijke middenveld noemde die vooral voor de KRO opkwam. ‘Ik heb altijd voor de KRO gevochten, maar niet alleen voor de KRO! Mijn opdracht luidde: de KRO in de vaart der volkeren overeind houden en omhoog stuwen. Dan móét je tegen de stroom in gaan. Iedereen vindt dat er samengewerkt moet worden. Maar wij hebben het lef om te zeggen: “Kom niet aan de KRO, wij gaan over onze eigen koers!” Samenwerken in een bestel, best. Maar wij willen wel inhoudelijk onze eigen boodschap uitdragen! Voor storm van links of rechts moet je niet wijken. Van der Laan, Rick van der Ploeg, het D66-Tweede Kamerlid Bert Bakker, het was een bont gezelschap van mensen die allemaal wisten hoe het bestel eruit zou moeten zien. Dat varieerde van zo ongeveer opheffen van het bestel tot het in ieder geval grondig veranderen. De rode draad was dat men vond dat de denominatieve verenigingen als KRO en NCRV achterhaald en onzin waren. Het meest vervelende vond ik dat er bij al die politici, zelfs bij het CDA, zeker bij de helft van de fractie, voortdurend twijfels bestonden of organisaties op denominatieve grondslag nog wel recht van bestaan hadden.’

Was uzelf niet het liefst minister van Onderwijs geworden?
‘Nee, ik heb nooit enige politieke ambitie gehad. Wat wij in de afgelopen jaren bij de omroep en de politiek hebben meegemaakt! Wij werden bij het Paasakkoord als omroep gewoon weggestreept tegen de burgemeestersverkiezingen. Die gingen uiteindelijk niet door en toen moest D66-staatssecretaris Medy van der Laan als politiek wisselgeld “gecontenteerd” worden. Dat werd dus het hele publieke bestel. Dat is toch schande! Daar kan ik dus niet tegen!’

Biertje
Zijn terugtreden eind vorig jaar als KRO-voorzitter kost hem, zegt hij, moeite. ‘Heel veel moeite zelfs! Maar ik denk dat het goed was, want “mijn” periode duurde twaalf jaar, dus erg lang. Op een gegeven moment is het ook genoeg geweest.’ Slangen wilde als voorzitter naar zijn zeggen gewoon bij de mensen zijn, niet alleen bij het management. ‘Ik kan me herinneren dat ik de eerste keer op een feest een sigaretje rookte, danste en een biertje dronk. Toen dachten ze: goh, zo’n voorzitter hebben we nog nooit gehad.’

U moest op die dansvloer uitkijken, want als u één dame uitnodigde, nodigde u er tezelfdertijd  120 niet uit.
‘Ja, daarom moest je ook nooit zelf een dame vragen. Ik liet me altijd vragen. Andersom moet je dat nooit doen.’

Hij had gehoopt dat de recente verandering in de topstructuur van de KRO anders was verlopen. ‘Als wíj het niet hadden gedaan, dan hadden we het via de wet opgelegd gekregen!’ Onlangs zijn het bestuur en de directie vervangen door een raad van toezicht en een statutaire -directie. ‘Die herstructurering was absoluut noodzakelijk, alleen bij de invulling is het net iets anders gegaan dan we gehoopt hadden. We hadden gehoopt dat mensen als Ton Verlind zouden blijven.’

Heeft het vertrek van Ton Verlind u overvallen?
‘Ja en nee. Je zag wel aankomen dat Ton met die nieuwe structuur moeite zou hebben, maar ik heb vaak tegen hem gezegd: “Je bent zo goed dat je in zo’n nieuwe situatie op dezelfde manier kunt functioneren zoals je nu doet.” Hij was daarvan niet overtuigd en dat begreep ik ook wel weer. Er gíng iets veranderen. Maar als hij, zoals wij met elkaar werkten, de ruimte had gekregen en het vertrouwen had verworven, dan kon hij ook het gevoel hebben: ik heb hier de leiding. Maar Ton voelde de verandering als een inperking van zijn functioneren. Ik heb dat nooit zo ervaren. Je hoeft niet per se voorzitter te zijn om gezag naar binnen of naar buiten toe te hebben.’

Vindt u dat u zelf ook fouten hebt gemaakt in dit hele traject?
‘Nee, ik denk niet dat ik daar fouten in heb gemaakt. De besluitvorming is zelfs voor een vereniging op een snelle, voortreffelijke manier gegaan. Iedereen is erbij betrokken geweest. Alleen, bij de invulling zijn er een paar dingen anders gegaan dan ik verwacht had, maar daar was ik weer minder bij betrokken.’

Bent u met zo’n leegloop aan de top gerust op de factor visie?
‘Ja, die moet er in potentie wel komen. Toen ik begon was de KRO op sterven na dood. Er was bijna een fusie tot stand gekomen met de AVRO en de NCRV. Die was er eigenlijk al, terwijl de hele KRO dat nog niet wist.’

U hebt die verijdeld?
‘Ja, er was niemand die wist waar de KRO voor stond. Er was ook niemand die trots was op de KRO. Het waren allemaal eilandjes en iedereen was met zijn eigen programma bezig. Dan denk je al snel: zo’n organisatie is ten dode opgeschreven. Elke organisatie moet effectief en efficiënt zijn, innovatief en flexibel. Dat was de KRO toen absoluut niet! ’

U hebt het weten terug te draaien?
‘We hebben toen onze partners een briefje geschreven: de overeenkomst die er nu ligt interpreteren we zó, meer is er niet te koop.’

De partners waren not amused!
‘Zij waren hartstikke boos! We hebben uiteindelijk besloten om wat er besloten was af te bouwen. Anders was er geen KRO meer geweest. De KRO staat er nu zeer goed voor. Die staat weer helemaal op de kaart. Die grijze muis waar ze het in alle onderzoeken altijd over hadden, is er niet meer. Het interessante is dat er bij de KRO sinds mijn komst allerlei dingen gebeurden waarvan sommigen in huis zeiden dat dat helemaal niet katholiek was. Hadden wij het over de kunst van het goede leven, dan zeiden veel mensen al snel: “Dat is niet echt katholiek.” Terwijl ik dacht: dat is hartstikke katholiek. Niemand wist me te vertellen wat de KRO in positieve zin dan wél was.’

Paradijs
Hij toont mij een foto van zijn vader. ‘Ik lijk heel erg op hem. Hij was directeur van een melkfabriek. De zakelijkheid die ik niet vanuit de theologie heb, heb ik van hem met de paplepel ingegoten gekregen. Dit beeldje had hij op het bureau in zijn kantoor staan, een fluitist, en dat heb ik vanaf zijn overlijden bij mij thuis op het bureau staan. En dit schilderij van Marc Mulders toont twee vissen die kruiselings daarop geschilderd zijn. Het moet de dood voorstellen. Als je naar die vissen kijkt, dan lijkt het alsof ze leven. Je leeft toch in een gelovige traditie, die bol staat van de belofte dat het goed komt en dat je uiteindelijk mag vertrouwen op dat ideale paradijs.’

Marktaandeel
Twee jaar geleden verklaarde Slangen zich nog tegen het plan voor een nieuwe zenderindeling, bedacht door de toenmalige netcoördinator Ton F. van Dijk. Het plan werd een groot succes. ‘Dat laatste weet ik niet, maar ik wil er ook niet te veel op afdingen. Het is een gevecht geweest dat we hebben verloren, maar wij waren met velen die grote bezwaren hadden tegen dat programmeringsmodel. Immers, andere waarden – namelijk de waarden van de individuele verenigingen – werden in dat plan toch beperkt, het stond allemaal in dienst van het marktaandeel. Oké, we hebben dat marktaandeel gehaald, en via dat programmeringsmodel is Pauw & Witteman een groot succes geworden. Ik vraag me wel af: is dat programmeringsmodel een succes geworden omdat het goed werkt, of hebben we een aantal nieuwe programma’s op de buis gebracht, zoals De wereld draait door, Pauw & Witteman en Boer zoekt vrouw? Als je kijkt naar Nederland 2, dan kun je toch niet zeggen dat de programma’s die een nog explicietere publieke functie vervullen, echt goed draaien.’ 

U vond toch dat het publieke bestel ten dode was opgeschreven?
‘Ik was er niet op uit het bestel onderuit te halen. De technologie ontwikkelt zich zo snel dat de belangrijkste functie van het bestel – de programmering – op enig moment ophoudt te bestaan. Het gaat er dan niet meer om of je iets wilt, maar er is een ontwikkeling gaande – video on demand, allerlei andere vormen van aanbod –, waardoor het traditionele “Wij-programmeren-voor-u-de-avond” onder druk komt te staan. Dat verdampt en verdwijnt. Dan is er geen bestel meer zoals we dat nu nog kennen. Maar ik heb ook altijd gezegd: Het bestel is weliswaar aan het einde van zijn levens-cyclus, maar de KRO blijft altijd bestaan.’