Cabaretier Erik van Muiswinkel
Andersdenkenden, 27 januari 2008
‘Ik ben een zeer sociale, verbaal begaafde aandachttrekker’
Cabaretier Erik van Muiswinkel (46) heeft met zijn fameuze typetjes en imitaties de lachers al op voorhand in de knip. Met Diederik van Vleuten speelt hij momenteel zijn vijfde theaterprogramma
Prediker & Hooglied. Inmiddels is hij ook selfmade actievoerder en verheft hij zijn stem tegen ‘Peking’. Instemming lijkt hier lastiger te verkrijgen.
Je bent een scherpe waarnemer?
‘Niet van nature. Ik heb dat mijzelf een beetje moeten aanleren. Ik ben van mijzelf niet zo’n genie. In de sport heet dat tegenwoordig dat je “coachable” bent. Ik ben
coachable.’
Het leven van Erik van Muiswinkel speelt zich al jaren af vanuit stamplaats Heemstede. De cricketvelden zijn dichtbij. De cabaretier beschikt over een hoge verbale potentie. ‘Ja, daar
verdien ik al dertig jaar mijn brood mee. Toen ik acht was droeg ik al een verhaal van Annie Schmidt in de klas voor, verdomd! Het heette: “Waarom de Chinezen geen staarten meer
dragen.” China fascineerde mij dus toen al. Ik kwam erachter dat het woord macht geeft en dat je dat dus moest gebruiken. Ik ben een zeer sociale, verbaal begaafde
aandachttrekker.’
Het woord is gevallen: China.
‘Ja, ik bevind me opeens midden in een China-orkaan, compleet met sinologen. Daar had ik een maand geleden niet op gerekend.’
Op 31 december 2007 riep Van Muiswinkel in de Volkskrant op tot een boycot van de Nederlandse deelneme aan de Olympische Spelen in Peking, omdat China een ‘keiharde politiestaat’
zou zijn. Er moest een daad gesteld worden. ‘Je hebt precies de goede woorden eruit gepikt: China is een keiharde politiestaat en van daaruit moet je dus redeneren. Men werpt mij
inmiddels van alles voor de voeten. Ik zeg niet meer dan dit: de Olympische Spelen zijn een godsgeschenk voor welke regering dan ook. Het is als publicrelationsgeschenk het allermooiste wat je
kunt krijgen. Ik tel één plus één bij elkaar op: hoe kan het dat wij met de hele wereld een feest gaan vieren in een land waar 500.000 mensen in kampen zitten? Meer hoef ik
niet te zeggen! Ik roep trouwens niet op tot een boycot. Dat is niet de juiste manier om mijn actie te formuleren. Ik wil gewoon lastige vragen stellen over het feit dat de Olympische Spelen
daar gehouden worden.’
Als er één deelnemer niet gaat, is jouw actie al geslaagd?
‘Een van de actiemanieren om je boos te maken over de Olympische Spelen in Peking, is door als sporter niet te gaan. Dat geldt ook voor cabaretiers of radiomakers die naar die Olympische
Spelen gaan: je bent simpelweg deelnemer aan het grote feest.’
Stel: je hebt als atleet nét de limiet gehaald en je door talloze kwalificatietoernooien geworsteld om je vervolgens te moeten terugtrekken omdat Van Muiswinkel dat zo graag ziet.
‘Deze vraag krijg ik dus in alle mogelijke toonaarden voor de voeten geworpen. Ik ken de sportwereld goed. Ik besteed negentig procent van mijn vrije tijd aan de sport via het cricket. Ik
ben een sportman in hart en nieren. De vraag is niet bonafide. Het is natuurlijk niet zo dat die sporters niet gaan omdat ík dat vraag. Wat is dat voor bullshit? Ze gaan niet omdat ze niet
moeten wíllen gaan. Ze gaan niet naar China, omdat ze geen deel willen zijn van een groot circus ter meerdere eer en glorie van een van de laatste grote smerige politiestaten in de wereld!
Daarom zouden ze niet moeten gaan!’
Kleine vlo
Ze beleven op de Spelen wel hun finest hour.
‘Dat was ook zo in 1936. Kijk, you cannot eat your cake and have it. Als de Olympische Spelen zo belangrijk zijn als de sporters zelf beweren – en dat zijn ze –, dan moet je
je ook realiseren dat die Spelen een rol spelen op het wereldtoneel in de relatie tussen staten. Je bent niet alleen topsporter, je bent ook rolmodel. Je bent opinionmaker, of je wilt of niet.
Op het ene moment zeggen sporters: “De sport kan veel goed doen voor sociale omstandigheden en kan mensen bij elkaar brengen.” Maar als het niet uitkomt, als je eigenlijk beter niet
moest gaan, ja, dán ben ík ineens de boosdoener en heeft sport even helemaal niks met politiek te maken. Het mooiste wat mij kan overkomen, is dat men zich in de kleedkamers gaat
realiseren hoe China écht in elkaar zit. Als al die sporters één nachtje zouden gaan surfen op internet, om informatie te zoeken over wat er de afgelopen twaalf jaar met de Falun
Gong-beweging in China is gebeurd, heb ik mijn doel al bereikt.’
Het Nederlandse IOC-lid Hein Verbruggen noemde jouw optreden aanmatigend en jouw betoog niet-correct. Hij wilde ook niet met jou in één ruimte zitten bij ‘Pauw &
Witteman’.
‘Dat heb ik werkelijk als een kleine overwinning gevierd. Ik had graag met hem gediscussieerd: de hoogstgeplaatste Nederlandse sportvertegenwoordiger in ons land wil niet tegenover die
kleine vlo Van Muiswinkel aan tafel zitten! Bij Pauw & Witteman had hij naar mijn smaak een uitermate rammelend verhaal. Het viel mij heel erg tegen. Hij is daar die avond voor een heleboel
weldenkende mensen met een dramatische klap door de mand gevallen. Ik denk dat niet veel sporters de volledige consequentie van deelname aan de Olympische Spelen in Peking kunnen of willen
overzien. Kennelijk zijn veel sporters met al hun nadenken tot de merkwaardige conclusie gekomen dat de Spelen en hun aanwezigheid daar goed zijn voor de Chinese politieke situatie. Leg mij nu
eens uit waarom dat zo is! Het ís natuurlijk een vreselijke opoffering voor hen om niet te gaan. Maar als je het afzet tegen wat daar in China met mensen gebeurt, nou, het spijt mij
ontzettend, maar dan is sport uiteindelijk – hoe belangrijk ook – niet zo belangrijk.’
Jouw oproep vindt weinig weerklank.
‘Maar moet je zien wat er de afgelopen week al niet is gebeurd. Dat is verbijsterend! Met een idee in mijn hoofd en een mobiele telefoon kan ik binnen anderhalve week heel Nederland aan
de gang krijgen. Denk je nu werkelijk dat ik serieus denk dat Erica Terpstra na twee weken bij mij aan de deur zou aanbellen en zeggen: “Sorry Erik, we hebben het verkeerd gezien. Ik heb
alle sporters gebeld: we gaan niet.” Onzin. Nee, er is een sneeuwballetje op gang gebracht dat een lawine zou kunnen worden. Niemand heeft mij de afgelopen weken kunnen overtuigen dat ik
het verkeerd zie. Ook Freek (de Jonge, red.) niet, ook Erica Terpstra niet.’
Mooie kreet
Jij bent gereformeerd opgevoed?
‘Ja, ik ben gereformeerd opgevoed, maar met de georganiseerde religie in Nederland wil ik niets meer te maken hebben. Noem mij een verlichtingsfundamentalist! Ik ben een volgeling van
Rudy Kousbroek en Karl Popper. Zeker, bij de gereformeerden heb ik prachtige eigenschappen ontdekt als werklust en het je opwinden over dingen en vooral een groot verbaal vermogen. Evenals Jan
Wolkers vind ik dat prachtige eigenschappen en wil ik met dat onderliggende geloof niets te maken hebben!’
Toch luidt de titel van jullie programma ‘Prediker & Hooglied’.
‘Omdat het zo’n mooie kreet is. Ik mag dan niet in God geloven, de taal en de traditie kun je héél goed gebruiken.’
Annie Schmidt
Van Muiswinkel toont mij een prachtig beeldje van een battende cricketer. ‘Dit beeldje is van mijn vader geweest: een batsman in actie. Cricket is mijn grote liefde op sportgebied. Ik
beoefen die sport al vanaf mijn zesde jaar serieus. Ik voed er mijn kinderen mee op. Het is een meesterlijke sport. Dit beeldje is met heel veel touwtjes aan mijn leven verbonden.’
Op de schouw staat een bronzen beeldje van Annie M.G. Schmidt. ‘Ik vind het, om eerlijk te zijn, niet eens zo’n heel erg mooi beeldje, Annie Schmidt was – toen ze oud was
– wel heel krachtig, maar nu niet bepaald een heel mooie vrouw. Ze had daar ook schijt aan: gewoon een grote bril en krullen: wat zal ik me druk maken? Wij wonnen in 1999, tot onze grote
verrassing, de Annie Schmidt-prijs met het Tibet-lied. Annie Schmidt vertegenwoordigt voor mij al het goede dat ik in de Nederlandse taal en het Nederlandse cabaret heb aangetroffen Zij heeft
mijn hele jeugd begeleid en dat doet ze nog steeds. Kees van Koo-ten, Rudy Kousbroek en op een andere manier ook Freek de Jonge en Annie Schmidt hebben voor mij de Nederlandse identiteit
bepaald.’
Machtig wapen
Een van Van Muiswinkels mooiste imitaties is die van oud-judoka en IOC-lid Anton Geesink. Bij Pauw & Witteman zei Geesink onlangs: “Ik word in die sketch neergezet als een malloot, ik
krijg er zelfs geen werk meer door.” ‘Anton is nog altijd héél boos op mij, mijn Geesink-imitatie zit hem zeer dwars. Anton heeft het gevoel dat ik hem er dag in, dag uit
mee treiter. Imiteren is een raar soort eigenschap. Het is heel moeilijk uit te leggen hoe het werkt. Imitatiegedrag is een zeer machtig wapen. Aan de imitator wordt een enorme macht
toegedacht, maar voor de geïmiteerde moet het een uiterst unheimisch gevoel zijn. Ik zou dat zelf trouwens ook hebben: als iemand mij heel goed kan nadoen en als het ware over mijn rug een
mening over mij de wereld in gooit, dan heeft dat nogal wat impact. Maar oud-PSV-voorzitter Harry van Raaij vindt mijn imitatie van hem prachtig! Willem van Hanegem was aanvankelijk een beetje
geïrriteerd, maar later merkte ik dat hij het toch wel amusant vond.’
Met Diederik van Vleuten heb je de afgelopen jaren een aanzienlijk theaterrepertoire opgebouwd: ‘Mannen op de maan’, ‘Mannen met vaste lasten’ en nu ‘Prediker
& Hooglied’.
‘Ja, ons vijfde programma, Prediker & Hooglied, spelen we voor behoorlijk volle zalen. Tot ons eigen grote plezier.’
Is Diederik van Vleuten jouw levensmaat?
‘Nee, wij zijn goede vrienden. Dat is al niet zomaar gezegd in de cabaretwereld. Er zijn veel duo’s die niet persoonlijk met elkaar bevriend zijn. Dat zijn wij wel en wij maken ook
nog samen programma’s, dus wij zijn heel nauw aan elkaar gelieerd. Maar wij zijn geen levensmaten. We hebben elk ons eigen leven.’
Een gezamenlijke vakantie van de echtparen Van Vleuten en Van Muiswinkel behoort niet tot de mogelijkheden?
‘Die gedachte is verre van ons.’
Gerard Klaasen ontvangt Erik van Muiswinkel zondag in Andersdenkenden (14.02 Radio 5)
Belofte: Ik wil leven
‘Het is iets wat ik mezelf elke dag bedenk. Ik besef daarbij ook heel goed dat je wel zo veel mogelijk kunt willen, maar het kan van de ene dag op de andere afgelopen zijn. Het overkomt
je nu al te vaak dat mensen in je omgeving je moeten vertellen: het is volgende week of het is volgend jaar, maar veel langer zal het wel niet duren. Maak gebruik van elke dag en wees blij met
de jaren die je krijgt, van wie of wat dan ook. Ik ben er voor mijzelf ook nog helemaal niet zo zeker van of ik wel ouder dan 75 jaar zal worden. Ik probeer een vrolijke lever te zijn, met ook
nog een intacte lever, want ik rook en drink niet echt. Mijn type mens is er een die erg veel uren in een dag stopt, zich gauw opwindt en bovendien zwaar gebouwd is. Dat is een setje
eigenschappen waarmee je er qua hart- en vaatziekten niet erg goed op staat. Ziehier het gevaar dat mij bedreigt.’
‘Een 8. Ik vond op school een 8 altijd precies goed. Een 9 staat een beetje uitsloverig, een 10 is onzin en een 1 is onzin. Behalve dat ik veel geluk heb gehad, heb ik op een heleboel
terreinen ook gewoon de kans gegrepen. Ik heb een heel prettig, gelukkig, mooi gezin, dus dan mag ik mijzelf best een 8 geven. Op verdere progressie reken ik niet. Als je op het ene terrein
vooruitgang boekt, zoals ik nu bereik met die actie, dan gaat het er ergens anders in je leven weer van af. Ik laat weleens mensen in de steek of ik maak iets slechts. Dat houdt elkaar in
evenwicht. Ik ben in de ogen van anderen ook wel een prettig mens, dus daar sluit ik me dan maar bij aan.’


