Saskia Noort
Andersdenkenden, 9 december 2007
‘In mij schuilt natuurlijk een enorme calviniste’
Is er van jouw soort maar één?
‘Er is maar één Saskia Noort. Ik ben van de morbide-reality-psyche-relatieproblemen.’
Bestsellerauteur
In minder dan drie jaar tijd werd de Bergense regiojournaliste Saskia Noort een bestsellerauteur. Terug naar de kust, De eetclub en Nieuwe
buren – haar boeken met herkenbaar, realistisch thrillerproza vlogen de winkel uit. Haar thema’s omvatten intermenselijke relaties, waarbij niet uit te sluiten valt dat lezers
ook haar beschrijving van seksueel verkeer tussen de hoofdrolspelers weten te waarderen. Saskia Noort (getrouwd, twee kinderen) etaleert zichzelf als een vrouw anno 2007: open, onafhankelijk,
goed gekleed. Nieuwsgierigheid is haar drive. ‘Wat me het meest aan mensen opvalt, is dat iedereen bezig is met een machtsstrijd, ook in relaties. We zijn allemaal bezig ergens macht te
verkrijgen of weg te halen, zeker nu we niet meer gedomineerd worden door een geloof maar door onszelf. Álles is een machtsstrijd: in je huwelijk, met je kinderen. Niemand geeft vrijwillig
de macht op die hij of zij heeft.’
Jij voert ook een machtsstrijd met jouw man Marcel?
‘O ja, iedere dag!’
Voeren wij nu ook een machtsstrijd?
‘Ja. Jij wilt iets van mij weten, jij wilt het liefst allerlei ontboezemingen van mij, die ik niet zomaar wil geven. Dat is een machtsstrijd, maar wel een aangename. De meeste mensen
– ook ikzelf – hebben vaak niet eens door dat alles om macht draait, maar die strijd is er continu: de een heeft meer dan de ander, omdat de een slimmer is dan de ander en iedereen
zijn terrein probeert te veroveren.’
Haar nieuwsgierigheid naar de drijfveren van andere mensen kan, zegt ze, soms een behoorlijk obsessief karakter krijgen. ‘Als ik in een café met vrienden praat en naast me hoor ik
dat mensen een heel ingewikkelde conversatie voeren, dan kan ik wel twee gesprekken volgen.’
Saskia Noort en Gerard Klaasen (foto: RKK)
Jij ziet in alles materiaal?
‘Ja, ook in jou. Ik val nog niet zo snel op. Als ik toeschouwer blijf, krijg ik dat materiaal allemaal in handen. Pas op het moment dat ze denken: daar zit Saskia Noort te vissen naar
materiaal, wordt het wat moeilijker natuurlijk.’
Diepste angst
Inmiddels is ze aan een nieuw hoofdstuk toe. De thema’s van De eetclub en Nieuwe buren – seks, relatie, passie,
ontrouw, oneerlijkheid – zijn naar haar idee wel voldoende uitgeschud. ‘Ik wil niet uitsluiten dat mijn volgende boek daar weer over gaat, maar de seks zoals bij Nieuwe
buren hoort ook alleen bij Nieuwe buren en alleen daar. Ik wil ook niet de nieuwe Heleen of de nieuwe Kluun zijn, want dat hoort bij hun soort oeuvre. Maar relaties tussen mannen
en vrouwen zullen altijd in mijn boek voorkomen. Niet omdat het goed verkoopt, maar omdat het mij als schrijver bezighoudt.’
Vijftien jaar lang interviewde ze als journaliste mensen. Ze doet dat nog, maar nu voor haar boeken. ‘Dat gaat over hun diepste ellende. Ik ben in mijn boeken eigenlijk op zoek naar de
diepste pijn waar mensen eigenlijk niet over willen praten.’
En die diepste pijn is?
‘De diepste angst van iedereen is afwijzing, vernietiging, niet gezien worden. Het is een algemeen probleem van onze
maatschappij.’
Stout jongetje
Vanaf 1 januari sluit Saskia zich van de wereld af om haar nieuwe boek te schrijven. ‘Als ik schrijf, denk ik niet de hele tijd: o, dit moet
weer een bestseller worden. Maar wel dat op dat moment alleen dát verhaal belangrijk is. Andere mensen gaan mediteren om dat gevoel te bereiken.’
Haar boeken gaan, naar eigen zeggen, steeds om het aan de duivel verkopen van de ziel. ‘Of het nu uit hebzucht is of uit een zucht naar macht, het fascineert mij allemaal mateloos. In
mijn nieuwe boek zal dat thema zeker weer zitten.’
Voor een nieuw boek dacht ze zich te kunnen laten inspireren door het proces-Holleeder. ‘Hoewel ik nu alweer een beetje Holleeder-moe ben. Alleen al als ik hoor dat Thom Hoffman daar elke
dag op de tribune zit, omdat hij graag Holleeder wil spelen. Mij gaat het niet zozeer om Holleeder zelf, hoewel ik die man een uiterst intrigerende figuur vind. Hij krijgt het toch maar voor
elkaar om in dat proces The leader of the gang te zijn. Hij is het stoute jongetje, iedereen houdt van hem. Hij is ook aantrekkelijk en charismatisch en hij heeft humor.’
Aantrekkelijk?
‘Niet à la George Clooney, maar hij is aantrekkelijk omdat ie zich niet aan de regels houdt. Hij heeft een soort uitstraling. Ik ben er als schrijver óók altijd naar op
zoek. Dat gold ook voor Klaas Bruinsma. Die kreeg toch ook meisjes als Mabel zover dat ze meegingen op die boot.’
Zou jij zijn meegegaan op de boot?
‘Ik zou wel meegegaan zijn, ja.’
Want uitdaging en spanning vormen een tweede drive van jouw schrijverschap?
‘Ja, ik zou wel met Klaas Bruinsma zijn meegegaan, maar ik weet niet of ik ook
een relatie met hem zou zijn aangegaan. De nieuwsgierigheid zou het in ieder geval wel winnen.’
Ik zou het je afgeraden hebben.
‘Dat van die relatie? Nou ja, zover was ik vroeger zelf ook al wel, hoor. Ik heb vriendinnen gehad die zich in die kringen
begaven. Ik vond dat altijd doodeng, want ik zag aan die vriendinnen dat ze eraan kapot gingen. Maar ook daarin was ik de toeschouwer. Daarom kreeg ik ook altijd alles te horen. Alles. Omdat ik
me op de achtergrond hield.’
Hypocriet
Ze gelooft niet in een God. Ze is veel bezig met filosofie en spiritualiteit, maar niet in de zin van een godsbesef. Haar dochter zei haar nog niet zo
lang geleden, toen ze samen in een skilift zaten: ‘Wat heeft God hier toch een mooi landschap gemaakt.’ ‘Ik dacht toen wél: mooi dat ze dat zo zegt. Ze ging tot voor kort
naar een christelijke school. Ik vind het wel heel goed dat ze is opgevoed met Het Verhaal. Er is immers zoveel gebaseerd op de Bijbel, de Koran en de Thora. Maar dat hoeft niet te betekenen
dat ze er in moet geloven. En áls ze erin wil geloven, vind ik dat heel mooi.’
Saskia’s vader had een sterke afkeer van het geloof. ‘Hij is heel streng katholiek opgevoed met een groot zondebesef. Toen hij de puberteit bereikte, gingen zijn ouders uit elkaar
en zat moeder alleen met acht kinderen. Voor de kerk waren zij allen zondaars, ook de kinderen. Nergens meer welkom. Het heeft mijn vaders jeugd en die van zijn broers en zussen zwaar
beïnvloed. Mijn oma was diepgelovig, maar mocht na haar dood toch niet op een katholieke begraafplaats begraven worden, omdat ze ooit gescheiden was, buiten haar schuld. Daar zou je een
Siebelink-achtig boek over kunnen schrijven. Ik vind het katholieke geloof eigenlijk hypocriet. Ja, ik heb er een cynische kijk op.’
Symbool
Ze wijst op een ijzeren varkensschedel aan de muur, een kunstobject van haar Schoorlse jeugdvriend Ron Moret. ‘Compleet autodidact, zwaar
Jehova’s Getuigen opgevoed. Ik ken hem al van kindsaf aan. Sinds vijf jaar heeft hij voor de kunst gekozen. Hij maakt heel unieke dingen. Hij werkt met zwaargehandicapte kinderen. In
Zuid-Afrika had hij een expositie en toen zagen wij deze kop. En dit is een kastje dat ik ooit van mijn groot-oma heb gehad. Als kind bewaarde ik altijd al mijn brieven en bijzondere dingetjes
erin. Iedere keer als ik dat kastje zie, denk ik aan haar. Voor mij is het een soort symbool voor de vrouwenlijn in mijn familie. Mijn grootoma, mijn oma – die vorig jaar overleed
–, mijn moeder, mijn dochter en ik. Op een dag hoop ik dat mijn dochter haar brieven en dingen daarin gaat bewaren. Ik geef het door, maar wél pas als ik het bejaardenhuis
inga.’
Thuismoeder
‘In mij schuilt natuurlijk een enorme calviniste. Dat is waar ik de hele tijd vanaf probeer te komen.’
We zijn eruit!
‘Ja, zeker. Het is mijn strijd tegen mijn calvinisme. Het is ook heel Hollands, dat je denkt: het gaat nu zo goed, dit kan niet lang duren,
nu gaat er iets komen.’
Toeschouwer Saskia wil wellicht tot geen enkel clubje behoren!
‘Nee. En zeker niet tot vrouwengroepjes! De cynicus in mij herkent de mechanismes meteen. Ik wil er niks mee te maken hebben en toch word ik erin meegezogen. Je kunt in een vrouwengroep
heel moeilijk nee zeggen, want er wordt toch altijd aanspraak gemaakt op je emotie en je meelevendheid. Ik had het al als puber en nu zie ik het ook aan mijn dochters: ze hebben clubjes, je
hebt meiden die in een clubje zitten en daar onmiddellijk het middelpunt van zijn. Je hebt altijd het populaire clubje en het zielige clubje, het alternatieve clubje en het sportclubje. Ik was
altijd degene die overal tussenin zat.’
Van haar schrijversschap heeft ze geen enkel moment spijt. ‘Ik denk nooit: o, was ik nog maar die hardwerkende journalist met de ambitie schrijver te worden. Ik bén het nu! En ik ben
ook net veertig geworden, dat ben ik nu ook!’
En: bevalt het?
‘Ik voel me niet anders dan toen ik net dertig was. Ik ben eigenlijk 26. Ik voel me jonger dan toen ik 26 was, want toen had ik net een
baby en dat was heel hard werken.’
Na zes weken zat jij toen al wel weer op de redactie van de ‘Viva’?
‘Ja, terwijl ik me had voorgenomen een jaar thuismoeder te zijn. Maar er
waren momenten dat werken op de redactie van Viva mij meer rust gaf dan thuis zitten. Ik kan sowieso niet zonder werk of schrijven of bezig zijn met wat er leeft in de
wereld.’
Rapportcijfer
‘Ik zit aan een 7½ te denken. Op school was ik al van de 7½-en, dus dat past wel. Ik ben gemiddeld wel tevreden over hoe ik
bezig ben, maar het is toch nog niet goed genoeg. Voor mezelf niet. Ik wil dat er altijd nog iets te streven is. Ik denk dat mijn kinderen mij misschien een hoger cijfer zullen geven. En mijn
echtgenoot? Die geeft mij een lager cijfer, nee hoor! Dat vind ik heel moeilijk. Dat weet ik niet. Maar met een 7½ valt nog zeker progressie te boeken.’
De belofte van Saskia Noort: Ik ben dankbaar
‘Ik ben dankbaar voor mijn leven, voor mijn gezonde, intelligente kinderen. Ik ben dankbaar voor de relatie die
ik heb. Ik ben dankbaar voor mijn succes. Ik ben ook dankbaar voor mijn talent. En ik ben zeker dankbaar voor al die mensen waar ik dit allemaal mee deel. Jij wilt weten of ik denk dat ik ook
iemand daarboven dankbaar moet zijn? Nee, misschien mezelf. Ík heb het toch gedaan? Ík heb die gezonde kinderen gebaard en die boeken geschreven.’


