Bisschop Hans van den Hende
Andersdenkenden, zondag 2 december 2007
?Je moet nooit op je voorganger willen lijken?
Zwemt u al in Breda?
?Ik was als jongere in Groningen lid van de RK Zwemclub Jonas. Hier heb ik nog geen kans gezien om te zwemmen.?
Serieus en toefje humor
Hij spreekt bedachtzaam, duidelijk iemand die zich niet in zijn kaarten laat kijken. Eerlijk geeft hij toe interviews niet als zijn ?hobby? te beschouwen. Hij is scherp, geen potsenmaker. Hier
zit iemand met een serieuze onderlijn. Af en toe vlamt er een toefje humor. Hij zag het bisschops-ambt niet aankomen, zegt hij. ?Nee, zeker niet Breda, omdat ik daar helemaal niet woonde of
werkte. Ik werkte gewoon als vicaris-generaal in Groningen. Het verzoek heeft mij volstrekt verrast.?
Bisschop Hans van den Hende en bisschop Tiny Muskens (foto: RKK)
Merkwaardig: uw voorganger, bisschop Tiny Muskens, had u al lang op de korrel, zei hij. ?Ja, maar hij heeft daar nooit met mij over gesproken. Zo hoortdat ook.? Hij heeft altijd priester willen worden, en nooit verkering gehad.
In zijn geboortestad Groningen zag hij zijn enige broer een gezin stichten. Zelf ziet hij dat niet als een gemis. ?Ik heb van jongsaf aan graag priester willen worden. Dat is voor mij altijd de weg gebleven. Mijn broer werd architect. Wij vullen elkaar goed aan.? Muskens en Van den Hende kennen elkaar uit de tijd dat de laatste zelf, van 1989 tot 1994, in Rome studeerde waar Muskens rector van het Nederlands priestercollege was. Van den Hende was daar zijn rechterhand. ?Ik heb vooral voor de Friezenkerk veel met hem samengewerkt: orgelspelen en de liturgieboekjes klaarmaken. Bovendien was ik natuurlijk vijf jaar lang zijn huisgenoot. Zo moet het gegroeid zijn.? Zelf zegt hij desgevraagd door zijn Romeinse jaren enigszins Romeins gevormd te zijn. ?Ik heb in Rome geleerd dat de wereldkerk een groot goed is. Je werkt daar te midden van vele talen en culturen. Je wordt je veel meer bewust onderdeel van die grote wereldkerk te zijn. Rome is ook zeker een plek waar ik iedere keer weer thuiskom. Als je er vijf jaar gewoond hebt, loop je er gewoon zonder kaart rond. In Rome ligt ook een stuk van mijn eigen geschiedenis.?
Bruggenbouwer
Toen Van den Hende in november 2006 als coadjutor in Breda aantrad, had praktisch niemand beneden de grote rivieren van hem gehoord. Raar eigenlijk,
dat hij zo plots vanuit het Groningse in het Bredase werd gedropt. ?Het Bredase bisdom was inderdaad helemaal nieuw voor mij. Verrassend was het dus zeker, maar raar lijkt mij weer een andere
kwalificatie. Kijk, als je één keer ja hebt gezegd op de roeping om priester te worden, beschouw ik het vooral als ?uitgenodigd worden? om ook de taak van herder in een bisdom te
vervullen. Zoiets ligt in het verlengde van die roeping. Ik heb me geconcentreerd op de vraag die ik kreeg. Daar heb ik ja op gezegd. Nu, na een jaar, ben ik mij meer bewust van voor welke
mensen ik mag werken. Ik heb veel parochies bezocht, dus Breda is voor mij wel een thuis aan het worden. Ik ben hier niet meer te gast.? Hij wil vooreerst bruggenbouwer zijn. Inmiddels heeft
hij de vele karakters van zijn bisdom leren onderkennen, qua landschap, cultuur en ook qua gelovigen. ?Ik ben aangesteld om zo goed mogelijk samen te werken en de eenheid te bewaren. Daar hoort
bruggenbouwen bij, voor zover dat kan.? Zelf geboren in de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie, is hij eigenlijk van na de polarisatie in de Nederlandse katholieke kerk. ?Ik voel mij in de
kerk van ná het Vaticaans Concilie goed thuis. Ik versta de kerk als méér dan wat mensen maken, de kerk is ook heel nadrukkelijk instrument van God zelf. Dat betekent dat lang
niet alles in de kerk maakbaar is.?
Maar u bent ook niet iemand die God van de daken gaat schreeuwen?
?Het feit dat God bestaat, is voor mij een gelovige zekerheid. In wat ik doe, is het voor mij
moeilijk voor te stellen geen rekening te houden met God en wat het evangelie van ons vraagt. Het is niet zo dat je bij elke beslissing die je neemt telkens vanuit de hemel een harde stem
hoort: ?Jazeker! De Hypotheker!? Je wilt wel heel nadrukkelijk samen met de gelovigen binnen de kerk de weg van het evangelie gaan.?
Rechtlijnig
Hij wordt op het eerste gezicht geen onredelijke hardliner genoemd. Van den Hende kijkt omhoog en vraagt: ?Wat is onredelijk? Wat is een hardliner? Je
moet als bisschop knopen kunnen doorhakken en ook dingen kunnen zeggen. Soms kun je bemoedigen en stimuleren, soms loop je voorop en soms sluit je achteraan. Het herderschap kent een
veelkleurige invulling. Een hardliner moet je misschien op sommige punten zijn, maar wel altijd in redelijkheid. Deels vloeit dat voort uit je karakter en deels uit je verantwoordelijkheid voor
het ambt.?
U heeft nog regelmatig contact met uw voor-voorganger Huub Ernst, met 90 jaar nog steeds in leven en in blakende gezondheid.
?Ja, met hem, als oudste van de
drie bisschoppen van Breda, houd ik regelmatig contact. Ik merk dat de geschiedenis die in de loop van de tijd in dit bisdom geschreven is, ook bij hem nog steeds doorgaat. Ernst volgt het
bisdom van Breda in zijn huidige ontwikkeling nog op de voet. Hij kent het van binnenuit heel goed. Daar wil ik graag van weten.?
Gaat dit bisdom van u horen?
?Ja! Ik wil, samen met onze mensen, proberen het pastoraat en alle activiteiten binnen de parochies vol te houden, met weliswaar
minder beroepskrachten en minder middelen, maar met evenveel elan! Dat is de insteek van het nieuwe beleid voor de komende jaren. De kerk is, wellicht nog minder dan vijftien jaar geleden, een
wijdvertakte volkskerk. Ze maakt ? alhoewel zij een kleinere gemeenschap aan het worden is ? nog steeds deel uit van de samenleving van West-Brabant en Zeeland. Wij zullen heel goed ons best
moeten doen om daarbinnen aanwezig te blijven en van ons te doen horen. Er is een nieuwe situatie aan het ontstaan en daar moeten nieuwe beleidslijnen voor worden uitgezet. Bestaande parochies
proberen wij via onderlinge samenwerking te stimuleren. Onze pastorale beroepskrachten ? priesters, diakens, pastorale werkers ? zullen in teamverband voor meerdere parochies het pastoraat
verzorgen met een pastoor in hun midden.?
Van den Hende studeerde na zijn theologieopleiding in Utrecht vijf jaar canoniek (kerkelijk) recht in Rome. Wat is de waarde van kerkelijke regels? ?Regels horen bij een gemeenschap. De laatste
regel in de Codex is dat de zielzorg en het welzijn van de gelovigen uiterst belangrijk zijn, daar staan die regels ook op gericht. De regels staan niet los van de kerk, maar hebben hun wortels
in het zo goed mogelijk instrument van God zijn.?
Is het kennen van de regels ook hetzelfde als rechtlijnig zijn?
?Rechtlijnig zijn heeft in onze cultuur een negatieve klank, alsof je een lijn met een potlood trekt of een
kalkstreep op het veld. Het heeft wel alles te maken met consequent handelen. Dat wordt met regels zeker goed ondersteund.?
Herderschap
Hij wijst naar een schilderij waarop de negen bisschoppelijke wapens van zijn voorgangers zijn afgebeeld. ?Die wapens brengen zowel iets van het
bisdom als van het geloof in beeld. Ik vind dat heel symbolisch. Op deze wijze zie je heel nadrukkelijk dat de bisschop zowel in de traditie van zijn bisdom staat én ook zichzelf meebrengt
in karakter en geloof.? Van den Hendes eigen wapen, met de spreuk Sine Timore Serviamus Illi (?Dat we Hem dienen zonder vrees?), kan niet meer in de lijst. ?Nee, we hebben er nu negen
in dit schilderij, de tiende zal in een nieuwe lijst moeten die er later nóg acht zal bevatten. Zo is het ook duidelijk dat je in een rij van opvolgers werkt: je bent opgenomen in de lijn
van de herders van Breda, die, in navolging van de apostelen, in deze streek zijn gevraagd om het herderschap te vervullen.? Op tafel staat een houten beeldje van Johannes de Doper, gekleed in
kameelhaar. Hij houdt een doopschelp in zijn hand en leunt op een staf. ?Ik ben naar Johannes vernoemd. Johannes de Doper verwijst heel nadrukkelijk naar Jezus en stelt zichzelf niet centraal.
Dat spreekt mij bij deze bijzondere profeet zeer aan. Ik vind het een mooi beeldje, ik heb het al heel lang en het reist altijd met mij mee.?
Stamppot
Van den Hende wil geen tweede bisschop Tiny Muskens worden, die de publiciteit veelvuldig opzocht. ?Ik ben geroepen om hier bisschop van Breda te zijn,
niet om een BN?er te worden. Je moet nooit op je voorganger willen lijken. Ik kom wel mensen tegen die nog nét weten wie de bisschop van Breda is, maar mij niet gelijk herkennen.?
Voorlopig woont Muskens nog even in het Bredase bisschopshuis. ?Bisschop Muskens en ik hebben afgesproken dat hij zich de komende maanden in alle rust zal voorbereiden op zijn gang naar de
communiteit van de Benedictijnen in Teteringen, waar hij monnik wordt. Ik vind het ideaal als dat op deze manier kan.?Gevraagd naar zijn lievelingsgerecht is dat boerenkoolstamppot. ?Vanmiddag
was de warme maaltijd trouwens bami. Als ik ergens op een pastorie kom en men wil mij iets voorzetten, dan kan boerenkoolstamppot bijna niet mislukken. Het is heerlijk om klaar te maken en ook
verbonden met normale ingrediënten. Bij de Broeders van Huijbergen, waar ik nu nog woon, staat stamppot regelmatig op het menu.? Zelf koken deed Van den Hende altijd gedurende zijn periode
als pastoor en vicaris, maar die situatie is nu voorbij. ?Ik heb op dit moment zelfs geen magnetron. En iets uit de automaat trekken heb ik altijd vermeden. Het is gauw op en je hebt er lang
last van.?
De belofte: God is er
?God heeft zich aan ons mensen geopenbaard. Op mijn beurt probeer ik mij in mijn leven in mijn verhouding tot God zo goed mogelijk op te
stellen. In mijn omgang met mijn naasten weet ik mij verbonden met de aanwezigheid van God, die zich immers het eerst aan ons mensen bekend gemaakt heeft. In zekere zin is de hele Schepping
dé gelegenheid om God als mens te ontmoeten, om met elkaar waar te maken wat God ons geeft. Het Eerste Gebod is voor mij in die zin belangrijk, dat het in feite de andere geboden
?insluit?. Ze vormen een duidelijk fundament voor ons christelijk geloof in ons handelen en voor onze moraal. Ik vind het een goede zaak dat de KRO op deze wijze aandacht vraagt voor de Tien
Geboden. Zo?n nieuwe kennismaking kan bij nieuwe generaties leiden tot een verdieping in God zelf.?
Rapportcijfer
?Ik houd het op een 7. Een 7 is voldoende, zo staat er in de Schrift, en dat is een heel -bemoedigende -situatie. De dingen die ik als mens mag doen en waartoe ik geroepen ben, mogen
altijd rekenen op de hulp en de kracht van God zelf. - Ik merk dat je het nooit alleen kunt doen. We gaan voor een 7, een bijbels getal, want daarmee druk je ook uit dat je met God en de mensen
samen die 7 moet zien te bereiken.?


