Frénk van der Linden
Andersdenkenden, 25 november 2007
‘Nee, het komt wel goed met mij, en met de rest’
Ben jij wel een vrolijk typje?
‘Ik ben een melancholicus. Er schemert in mij altijd iets van verdriet, maar ik lijd steeds minder onder de draaglijke zwaarheid van het bestaan. Ja, mijn bestaan wordt de laatste paar
jaar steeds leuker en lolliger, zonder dat het oppervlakkiger wordt.’
Slecht opgeleid
Hij werd geboren in Hillegom, 1957. ‘Hillegom, man, daar wil je nog niet dood gevonden worden. De Bollenstreek is geen vrolijk oord. Iedere auteur moet afrekenen
met zijn geboorteplek en dat heb ik in mijn roman De steniging gedaan. Bloemen houden van mensen, maar in de Bollenstreek houden mensen niet van elkaar. Bloemen en tulpen, geld: daar
gaat het om. Er heerst een enorm eigenwijze sfeer, iedereen weet het beter. Je zit nu tegenover zo’n figuur.’
De journalist vindt van zichzelf dat hij ‘slecht opgeleid’ is, geen voordelige uitgangspositie om te interviewen. ‘Ja, er zit bij mij weinig kennis in de weg. Als je tegenover
iemand zit die de Laotiaans-Birmese grensbetrekkingen goed kent, kan ik niet zeggen: “Wacht even, u vergeet dat Verdrag met Hongkong!” Je blijft toch een dilettant. Journalist Wout
Woltz van de NRC zei ooit: “Ik ben altijd bang voor dat ene moment waarop mijn totale onkunde blijkt.” Die angst ken ik nog steeds.’
Gek, na dertig jaar!
‘Ach, soms betrap ik mijzelf erop dat ik iets denk te snappen van die rare politieke of culturele wereld. Misschien doe ik me iets te mooi voor of stel ik te hoge eisen aan mijzelf. Ik
denk wel dat ik goed kan interviewen, maar er zijn momenten dat het niet echt lekker gaat tijdens een gesprek, terwijl bijvoorbeeld Steffi Kouters van de Volkskrant zo’n figuur
wel zou hebben opengekregen.’
Kickboksen
De vleesgeworden
spagaat. Van der Linden zoekt bijna fysiek contact met mensen, maar houdt tegelijk afstand: stel je voor dat ze te dichtbij komen. ‘Nu kom je op het gevoeligste punt. Men zegt wel:
“Waar je niet over kunt spreken, daarover moet je zwijgen.” Ik ga nu stamelen, dus dat moet je me vergeven. Ik snap dit totaal niet van mijzelf. Zie mijn liefde: ik ben de helft van
mijn tijd bij haar en de helft van de tijd niet. Als iemand mij streelt doet het zeer, alsof er een stanleymes door mijn hart gaat, en tegelijkertijd wil ik het -eigenlijk heel erg graag. En
als het gebeurt, ren ik weer weg. Hoe dat zit met nabijheid en -distantie? Het kan te maken hebben met het feit dat ik heel vroeg gemerkt heb dat hechten niet werkte. De mensen aan wie ik me
hechtte, gingen weg: mijn moeder vertrok toen ik heel jong was, mijn broer verongelukte onder het vrachtwagenwiel van mijn oom. Alles waar ik emotioneel in investeerde, knapte af. Misschien heb
ik als overlevingsmethode gekozen dat ik mijzelf niet meer echt geef. Toch: als ik iets de laatste jaren in mijn relatie doe, dan is het hechten.’
Al twintig jaar ben jij de meester in het nauwkeurig fileren van iemands persoonlijkheid. Eerst bij weekblad ‘De Tijd’, later bij ‘NRC Handelsblad’ en ‘Nieuwe
Revu’.
‘Ja, ik wil letterlijk op de huid van mensen zitten. Maar dat kan je dus niet bij jezelf, daarom zijn interviews met mij altijd lastig. Mijn collega’s kunnen
mij niet helpen. Ik lijk wel heel open en het is ook niet zo dat ik niets durf te zeggen, maar ik laat niet heel makkelijk naar de bodem van mijn ziel blikken. Ik zit vaak tegenover een
interviewer met het idee: had nu gewoon eens naar Hillegom gegaan! Had gewoon eens bij drie mensen aangebeld, dan had je gehoord dat ik óf een veel grotere etter was dan ik me voordoe
óf dat ik veel kwetsbaarder ben dan ik lijk. Je bent er vaak niet met alleen maar dingen opschrijven.’
Je hebt eens gezegd: ‘Mijn grootste angst is dat ik niet waard ben om van gehouden te worden.’ Heftig!
‘En dat gaat nooit over. Ik heb een heel groot ego. Je
kunt ook zeggen: ik heb een heel zwak ego dat voortdurend vooruit wil: opzij, ik kom eraan! Dit is de manier waarop ik mij door het leven sla. Geen leuke manier, maar ik kan ermee omgaan. De
acteur Peter Blok zei laatst tegen mij: “Ik ben de laatste jaren aan het proberen om gewoon onaardiger te worden. Ik wil altijd maar pleasen. Ik moet durven te confronteren, zelfs nu
Maria (zijn vrouw, toneelschrijfster Maria Goos, red.) ziek is, moet ik toch zo af en toe met de vuist op tafel slaan en zeggen: ‘Nee, Maria!’” Ik dacht: verdomd, dat herken
ik! Je wilt, zeker als je vaak bent verlaten, te veel pleasen.’
Je wilt gewoon aardig gevonden worden, Frénk. Je moet op een boksschool gaan en slaan, want er zit wellicht veel agressie in je.
‘Weet je wat nu het mooie van
interviews is en geïnterviewd worden? Dat je soms denkt: Jezus, dat is het! Ik heb hier gewoon nooit bij stilgestaan. Ik merk dat als ik met iemand in conflict kom, ik onwaarschijnlijk
agressief word. Ik heb dan de neiging die ander te vernederen, hem alle hoeken van de kamer te laten zien. Wat zou jij mij aanraden te doen, want ik neem dit heel serieus.’
Tegen een boksbal slaan!
‘Moet ik gaan kickboksen of zo? Nooit aan -gedacht, serieus! Zie je wel: een interviewer is toch altijd weer een therapeut. Ik begrijp mezelf soms niet. Jij? Ik praat met anderen: hoe sla
jij je nu door dit tranendal heen? Wat zijn jouw overlevingsmechanismen? Wat zijn jouw survivalstrategieën? Ik wil er wel een onsje van.’
Mensen zijn uiteindelijk geheimen voor elkaar en voor zichzelf?
‘Vooral voor zichzelf, gek genoeg. Een ander kunnen ze nog wel redelijk snappen, daar kijken ze vanaf een redelijke afstand tegenaan, maar ik denk dat je voor jezelf nog raadselachtiger
bent dan anderen dat voor je zijn. Daarom denk ik dat een portretterend interview een zeer onderschat genre is. Het is echt ingewikkeld om een mensenleven in pakweg 3000 woorden samen te
ballen. Dat is niet gering. Ik vind het nog steeds heel erg moeilijk.’
Olijk duo
Hij toont twee dierbare attributen: een foto van hem op het ‘liederlijke’ boekenbal van 2006, samen met zijn ‘mooie maar meedogenloze verloofde’
Annet. ‘Ik als cowboy met een gitaar en zij als een soort woestijnschoonheid met een rode roos in haar blonde lokken. Een olijk duo. Dierbaar omdat ik voor het eerst al een heel lange
tijd gelukkig ben met een vrouw. En zie hier: een Chinees horloge. In 1989 mocht ik de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking verslaan die daar in het centrum van de stad
in een bloedbad eindigde. Toen ik een paar maanden later in Peking terugkeerde, waren er illegaal horloges te koop die de militairen van hun leiding hadden gekregen, omdat ze zoveel studenten
hadden omgebracht. Dit vind ik van een totaal cynisme. Dit horloge is voor mij de totale uitdrukking van de moorddadigheid van dat regime.’
Harnas
Met zijn eersteling De steniging dacht hij uiteindelijk grip op zichzelf te krijgen. Níet gelukt. De Frénk als romanschrijver geviel hem aanzienlijk
moeilijker. ‘Dat boek werd door sommigen enorm geprezen, maar door anderen totaal afgebroken. Dat doet emotioneel vreselijk veel met je. Je gaat aan flarden. Ik had echt het idee: hier
kom ik helemaal niet meer uit. Gek genoeg blijkt dat uiteindelijk een geschenk te zijn. Na september vorig jaar, toen het boek verscheen, heb ik een paar maanden enorm geworsteld met mijzelf.
Uiteindelijk brak het boek mij emotioneel open, want er bestaat geen defensie tegen dit soort geluiden om je heen van enorme lof en tegelijkertijd totale verguizing. Er werd een gat in mijn
harnas geschoten, waardoor ik veel emotioneler geworden ben over de dingen. Nee, het komt wel goed met mij en met dat boek. En met de rest.’
De diepte in
30 Hoog heet de programmaserie die Van der Linden vanuit de Mondriaantoren in Amsterdam voor de NCRV gaat doen. ‘De formule is heel simpel: vlak voordat
het interview begint, zie ik in een ruimte drie voorwerpen liggen die in het leven van de te interviewen persoon een belangrijke rol hebben gespeeld. That’s all qua houvast. Dan
zwaait de deur open en treedt mijn gast binnen. Vervolgens moet ik zonder -enige voorbereiding een halfuur, op dertig hoog, de diepte in. Ik moet dan met die mensen tasten in het donker. In
feite ben je helemaal aan de goden overgeleverd. Alle fouten die ik maak zijn zichtbaar.’
Elk interview is als een tango die je met z’n tweeën danst: het is niet altijd duidelijk wie leidt en wie volgt.
‘In dit interview heb jij mij op een paar punten
even flink bij de hand genomen: rond mijn agressieve opstelling. In bepaalde opzichten ben jij dus heel leidend. Ik ben mans genoeg om te zeggen: “Op die vraag ga ik niet in”, maar
ik bepaal hier de route van het gesprek niet. In 30 Hoog moet ik dat wel.’
Jij kunt soms ook heel vilein zijn in jouw interviews, bijvoorbeeld aan minister Jorritsma van Verkeer & Waterstaat vragen: ‘Draagt u weleens
jarretels?’
‘Tsja, waarom zou ik dat willen weten? Ik begrijp ook niet meer wat mij in de bol sloeg.’
Gewoon: om te choqueren!
‘Dat kan zijn: het stoute jongetje spelen. Ik vind het een beetje gênant als ik het terugzie. Maar nu ben ik in een fase waarin ik steeds meer
vastigheden loslaat en me overgeef. Ik hoop dat mijn gasten dat ook doen. Ik ga nu compleet à l’improviste te werk.’
Alles loslaten eigenlijk?
‘Ja, nu mezelf nog, hahaha.’
Belofte: Ik ben trouw
‘Ik loop niet weg bij mensen. Ik ben tien jaar met Lineke getrouwd geweest. We zijn gescheiden, maar zij is mij nog steeds ontzettend dierbaar. Kijk, als
ik een relatie met mensen aanga, dan moet er wel erg veel gebeuren, dan moeten ze me echt drie keer de grond en de stront intrappen, voordat ik wil weggaan. Dus ik ben trouw. Niet hondstrouw.
Trouw.’
Rapportcijfer
‘Een 6-. Ik heb nog een hoop te leren als een mens die een betere verhouding met anderen wil dan ik nu heb. Er zit wel progressie in en misschien ben ik
tegenover de spiegel wel een zeikerd, maar ik vind dat het nog steeds te veel om mij draait. Het is bijna onvermijdelijk wanneer je jezelf kunstenaar waant en in de publiciteit als interviewer
werkt. Maar ja, dit is wat ik ben, dit is wat ik doe, dus ik zal daar op de een of andere manier een vorm voor moeten vinden.’


