Peter R. de Vries
Andersdenkenden, 21 oktober 2007
‘Ik laat me nooit leiden door wat anderen doen’
Voor slachtoffers en nabestaanden lijkt hij veelal de laatste strohalm. Maar Peter R. de Vries (50) is vooral een dwarse thrillseeker annex onderzoekspitbull. Niet zelden bracht zijn
speurwerk de magistratuur of het OM tot andere gedachten. Zondag begint een nieuwe reeks Peter R. de Vries, misdaadverslaggever (20.30 SBS 6).
Jij leeft van de misdaad?
‘Ja, voor mij is de misdaad lonend. Ik wilde altijd al journalist worden en toen ik dat eenmaal was, ben ik mij gaandeweg gaan specialiseren in de misdaadjournalistiek.’
Het valt niet mee om de mens achter de misdaadverslaggever Peter R. de Vries bloot te leggen, las ik.
‘Dat hebben velen geprobeerd, maar er zijn maar weinigen in geslaagd. De mensen die mij al jarenlang volgen, weten hoe ik in elkaar zit en wat mijn privé-omstandigheden zijn. Het is ook niet zo dat ik dat helemaal afscherm en niemand iets mag weten, maar ik ben niet een man van premières, de roddelbladen, interviewtjes hier en daar. Mensen hebben soms het idee dat ik een soort spartaanse levenshouding heb. Nou, daar is natuurlijk geen sprake van.’
Vrouwen die jou interviewen komen nog het verst?
‘O ja?’
Estelle Gullit.
‘Leuk interview, ja’ (lacht).
Susan Smit.
‘Nóg leuker interview, há.’
Holleeder
De Vries en ik spreken elkaar
op de dag dat de dood van de Amsterdamse oud-advocaat Bram Zeegers breaking news is. Zeegers was de huisadvocaat van de vermoorde Willem Endstra en kroongetuige in het proces tegen
Willem Holleeder. De Vries kende Zeegers. Jeuken zijn handen niet om zelf onderzoek te doen naar de vraag of Zeegers’ dood moord, zelfmoord of een natuurlijke dood was?
‘Natuurlijk, zo’n bericht triggert enorm, maar ik ben ook heel voorzichtig. Ik neem het woord moord niet in mijn mond, ik wil eerst weten wat de feiten zijn. Veel mensen roepen al: “O, daar zit Holleeder achter”, maar ik zeg dat als Holleeder erachter zat, dan had hij die man wel laten vermoorden vóórdat hij een getuigenis moest afleggen. Het zou wel heel schokkend zijn als hij vermoord blijkt te zijn. Ik heb in de loop van dertig jaar honderden moordzaken meegemaakt, maar dit zou zonder meer een moord zijn die meteen in de top-10 binnenkomt.’
Als het een moord is, dan is daar werk voor jou?
‘Dan is er werk voor mij, ja. Maar niet altijd. Er worden zo’n tweehonderd moorden per jaar gepleegd en het is zeker niet zo dat ik me met al die moorden bemoei. Er moet iets met zo’n moord zijn. Zeegers was in de omgang op zich best een zachtaardige man, maar ook een man met een andere kant, die dubieuze zaken deed en op bepaalde punten maar weinig scrupules had.’
Wat is jouw indruk van de procesgang in de zaak-Holleeder?
‘Mijn indruk is dat Holleeder toch meer verhalen heeft dan iedereen dacht. Er is in de aanloop naar het proces uiterst eenzijdig en negatief over hem bericht, waardoor het voor Nederland eigenlijk al vóór het proces vaststond: “Deze man is guilty as hell.” Tijdens het proces is toch wel naar voren gekomen dat de andere hoofdrolspelers in deze zaak niet allemaal brandschoon waren. Holleeder staat nog steeds op punten zwaar achter, maar hij heeft toch een paar puntjes tegen gescoord, vind ik. En ik heb zelf een uitvoerige uitzending gemaakt over Willem Endstra, waarin ik al liet zien dat deze man heel veel loog en bedroog. Hij bleek aanmerkelijk “groter” dan de meeste mensen dachten. Hij was jarenlang een target number one van politie en justitie, maar hij wist steeds de dans te ontspringen.’
Onverschrokken
De Vries lijkt met zijn doordingende ogen scherp door de oogkassen van zijn gesprekspartners heen te priemen. ‘Dat is wel prettig, ik haal daar veel informatie
uit. Als je iemand aankijkt, dan zegt dat veel: gelaatsuitdrukkingen, lichaamstaal – allemaal belangrijk in mijn vak. Het is een soort tweede natuur van mij dat ik scherp ben op alles wat
er in mijn omgeving gebeurt. Ik zie dingen die andere mensen vaak niet zien en daar hoef ik ook geen moeite voor te doen. Dat gaat me vanzelf af.’ En met de guitige kwajongensblik van
iemand die er na dertig jaar misdaadjournalistiek nog steeds plezier in heeft: ‘Het is natuurlijk heel leuk om met spannende dingen bezig te zijn en een web rondom een zaak te weven en
dat dan aan te trekken. Ik houd er wel van om een beetje geheimzinnig te doen, niet te snel iets te verklappen.’
Zijn koene onverschrokkenheid heeft hij van zijn vader. Die was directeur van de springstoffenfabriek in Muiden, waar zich in de jaren zeventig enkele verschrikkelijke ontploffingen met dodelijke afloop voordeden. Peter R. zat toen nog op de middelbare school. ‘Mijn vader had een bepaalde onverschrokkenheid als het erop aankwam. Dát heb ik zeker van hem. Hij had een beroep waarvan de omgeving zei: “Jonge jonge, dat is gevaarlijk.” In die zin lopen onze beroepen wel parallel.’
Hij is gereformeerd opgevoed maar dát deel van zijn jeugd heeft hij volledig achter zich gelaten: het geloof der Vaad’ren is reeds lang verlaten.
‘De mens is geneigd tot het kwade?’
‘Tot ál het kwade, precies. De mensen zijn soms berekenend, calculeren en laten zwaar wegen wat buren of vrienden ervan zouden vinden. Daarom doen ze het niet, maar ze zijn wel geneigd om het te doen.’
Teleurstelling
Zondag begint een nieuwe reeks van Peter R. de Vries, misdaadverslaggever. ‘Het wordt in elk geval weer het vertrouwde werk: verborgen camera’s,
spraakmakende reportages, onthullingen, onopgeloste zaken, ontmaskeringen, dat soort dingen. In de loop der jaren heeft er zich wel een verschuiving voorgedaan van aandacht voor de
georganiseerde misdaad en drugscriminaliteit naar onopgeloste moordzaken. Onze hulp wordt steeds vaker ingeroepen. We werken in oude zaken ook vaak samen met politie en justitie en het is het
meest bevredigend om licht in zo’n zaak te brengen. Een zoveelste drugszaak boeit mij eerlijk gezegd niet meer zo, maar wél de ouders van een kind dat is verdwenen en die radeloos
thuis zitten en zich afvragen of ze ooit nog antwoord op dat mysterie zullen krijgen.’
De Vries’ vasthoudendheid in de Puttense moordzaak resulteerde enkele jaren geleden, na zeven jaar onderzoek en zo’n veertig televisie-uitzendingen, in de vrijspraak van de twee vermeende daders. ‘Ik ben net zo lang doorgegaan totdat er gerechtigheid zou zijn. Nu, die is er gekomen.’ De echte dader in de Puttense moordzaak heeft hij alleen nog steeds niet gevonden. ‘Nee, tot mijn diepe teleurstelling. Hoe dat kan? Ja, dat vraag ik me ook af als ik alle uren en kilometers zie die ik in die zaak gemaakt heb, dan zou hij al drie keer opgelost moeten zijn. Toch blijf ik hoop houden. Geduld, geduld, geduld, dan komt het een keer.’
Er is veel misdaadjournalistiek. Het lijkt me ook dat er meer concurrentie in deze sector is. Lex Runderkamp voor ‘Het Journaal’, John van den Heuvel van ‘De Telegraaf’: je bent niet meer de enige.
‘Ik vind het helemaal niet erg dat er anderen zijn bij gekomen. Ik volg mijn eigen spoor en laat me nooit leiden door wat anderen doen. Zoals Lex Runderkamp daar voor dat gerechtsfort in Amsterdam-West staat, daar ben ik eerlijk gezegd niet zo kapot van. Ik wil wel eerlijk zeggen dat Lex Runderkamp op onze redactie nogal op de lachspieren werkt. Hij veinst dat hij goed is ingevoerd, maar met grote regelmaat slaat hij de plank mis. Hij is in mijn ogen nu niet bepaald een schoolvoorbeeld van een goede crime-reporter. Hij doet alsof hij veel weet, maar in werkelijkheid weet hij helemaal niet zo veel.’
Gehecht
Hij toont mij een armband die hij altijd om zijn rechterpols draagt. ‘Ik heb deze ooit in Zuid-Afrika in een achterafwinkeltje gekocht. Zie je, hij is handgemaakt van
een speciale soort hout en die witte stukjes die je erin ziet, zijn van een dierenskelet. Ik ben heel sterk aan deze armband gehecht geraakt, die hoort bij mij. Ik zal hem nooit wegdoen of
verkopen. Hij gaat ook mee naar de sportschool, dan doe ik hem tijdens het sporten af. Leg ik hem in een kluisje. Het tweede is een Caran d’Ache vulpen. Ik ben eigenlijk gehecht aan
kleine dingen. Met die vulpen schrijf ik prettig, hij heeft veel meegemaakt, zeg ik altijd tegen mijzelf. Hij is overal bij geweest, heeft belangrijke dingen opgeschreven. Uit deze pen zijn
letterlijk reportages voortgevloeid. Dan raak je gehecht aan zo’n pen.’
Misdadiger
In februari komt De Vries met een eigen talkshow bij SBS 6. Dus nóg meer Peter R. de Vries. ‘Ja, vervelend, hè. We beginnen low profile. Hij gaat
Peter R. heten – een goeie merknaam moet je altijd vasthouden. Ik zal niet zeggen dat mijn talkshow de eerste en de beste wordt, maar ik ga een poging doen en dan zien we wel waar
het schip strandt. Het wordt een talkshow met van alles wat, met als hoofdonderwerp misdaad – want je moet natuurlijk je specialisme niet verloochenen –, media en sport. Dat
zijn de drie pijlers. Per programma komt er één gast die knap wordt doorgezaagd, afkomstig uit de wereld van misdaad, media en sport.’
Jij kent mij en ik ken jou. Kan ik een moord plegen?
‘Ja, daar ben ik van overtuigd! In ieder mens schuilt een misdadiger, alleen niet in elk mensenleven komen de omstandigheden voor waardoor dat tot uiting komt. Daar mag je blij om zijn.’
Kan jij ook een moord plegen?
‘Nou en of! Alleen jij eerder dan ik. Omdat ik wellicht kalmer en beheerster ben. Denk ik.’
De Belofte: Ik wil leven
‘Het leven is mooi. Er is ook nog heel veel te doen in het leven. Ik sta toch altijd wel zo in mijn werk, dat ik met een missie bezig ben. Die missie
is voor mijn gevoel nog helemaal niet klaar, die wil ik afmaken. Dus wil ik leven. Ik wil vooruit en ook genieten van het leven. In alles wat ik doe zit gedrevenheid. Soms denk ik weleens: het
zou mooi zijn als ik eens iets luier of relaxter zou kunnen zijn, een tandje minder. Maar aan de andere kant brengt de manier waarop ik het doe me ook heel veel. Ik leef gezond, sport veel en
dan heb je het nóg niet helemaal in de hand, maar je kunt het in ieder geval wel enigszins beïnvloeden, hoop ik dan maar.’
‘Ik denk een 7. Ik vind dat ruim voldoende en ik ben niet onfeilbaar. Ook ik heb mijn tekortkomingen, op allerlei gebied. Ik kan ongeduldig zijn, temperamentvol, in de zin dat ik
soms mensen tekort doe doordat ik ge-ïrriteerd ben. Dan kan ik heel onredelijk worden. Zo zijn er natuurlijk wel meer dingen waarvan je denkt: daar vallen nog wel wat scherpe kantjes af te
schaven! By the way: ik weet dat mijn vrouw mij een 9½ geeft. Dat vind ik wel belangrijk!’


