Jan Pronk
‘Ze wilden niet naar mijn kritiek luisteren’
Andersdenkenden, 5 augustus 2007
Hij was speciaal gezant van de VN voor Soedan. Eind vorig jaar werd Jan Pronk (67) echter Soedan uitgezet. Nu staat hij zeer tegen zijn zin buiten het politiek gewoel, want hij gaat nog steeds graag de discussie aan.
Bent u een vrolijke man?
‘Nee, ik ben geen humorist, ik snap grappen vaak niet. Ik ben zo niet gebakken. Ik ben ook geen persoon voor social talk.’
Jan Pronk is politicus, ontwikkelingseconoom en vooral oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking. Van het kabinet-Den Uyl (’73-’77) waren Ruud Lubbers en
hij de jongste ministers en anno 2007 zijn zij de enige in nog-enigszins-actieve politieke dienst. Pronk geldt als een werkpaard, een politieke omnivoor: hij leidde in totaal drie ministeries.
Onverkorte strijdbaarheid beheerst zijn geest en lijkt zelfs uit zijn lichaam te stralen. ‘Ik moet daarbij erg oppassen, want als je te strijdbaar bent, kun je overkomen als iemand die te
veel in zijn eigen standpunten gelooft. Ik probeer nu juist de discussie aan te gaan.’Als speciaal gezant van de VN voor Soedan werd hij eind vorig jaar dat land uitgezet. Kan hij – teruggekeerd en wel – nog wel leven in de civil society? ‘Dat gaat mij niet zo goed af. Mensen vragen mij: “Hoe gaat het met je?” Dan zeg ik: “Niet zo goed, ik zou hier liever niet willen zijn.” Ik ben weggestuurd uit Soedan omdat ik kritiek had op een regime dat mensen vermoordt. Ze wilden niet naar mijn kritiek luisteren, dus ik moest vertrekken. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik mensen in de steek heb moeten laten. Ik heb daar goed leidinggegeven en ook mijn solidariteit tot uitdrukking kunnen brengen. Nu kan ik geen van beide meer. Dus sta ik aan de zijlijn. Ik ben buiten het gewoel geraakt. Overigens, als je alleen maar midden in het gewoel staat en niet de tijd hebt om na te denken, dan overwoekert het gewoel jou. Ik ben wel blij met een tijdelijke periode om te kunnen studeren, colleges te geven en te reflecteren.’
Of hard te lopen?
‘Ik heb een jaar geleden een behoorlijke blessure opgelopen aan mijn enkel, waardoor ik momenteel niet in staat ben om hard te lopen. In Soedan heb ik veel gezwommen om fit te blijven. Ik loop veel, maar ren niet. Ik loop hele afstanden door de stad om het op die manier te compenseren.’
Arrogantie
Geboren in Scheveningen in 1940 werd Jan Pronk opgevoed in de middenorthodoxie van de Nederlandse Hervormde Kerk. In zijn jonge jaren was Jan kort zondagsschoolonderwijzer. Zijn vader was ouderling in de hervormde kerk in Scheveningen. Vader Pronk werd het kwalijk genomen dat diens vrouw de Hervormde Kerk de rug toekeerde en overstapte naar de Pinkstergemeente. ‘Ik vond dat heel moeilijk, want de normale gesprekken die ik voordien had van zoon tot moeder, ontaardden in een poging van mijn moeder om mij te bekeren. Ik ontmoette fanatieke bekeringsijver die ik niet waardeerde. Ik nam het haar niet kwalijk, maar het leidde tot verwijdering. Ik heb het de Pinkstergemeente zeer kwalijk genomen.’
Op de middelbare school had Pronk, naar zijn zeggen, tot aan zijn achttiende jaar nog nooit met een katholieke jongen of meisje gesproken. ‘Je kunt je dat niet meer voorstellen, die kerken waren peilers die afgesloten waren in de Nederlandse samenleving. Heel slecht, je hoort contact te hebben met iedereen. Je wordt erdoor verrijkt, dat heeft de oecumene in de jaren zestig in Nederland mogelijk gemaakt.’ Pronk is totaal niet te spreken over het document dat de Rooms-Katholieke Kerk recent naar buiten bracht waarin zij aangaf de enige ware kerk te zijn. Protestantse kerken zijn in de ogen van Rome eerder ‘afbeeldingen’ van kerken, maar geen echte kerken. Pronk vindt de verklaring getuigen van arrogantie. ‘De Rooms-Katholieke Kerk meent de wijsheid dus écht in pacht te hebben: “Wij zijn de enige ware.” Nou ja, dan doe je zo’n stap terug en verabsoluteer je je eigen inzichten zozeer, dat kan niet meer! Het is juist hard nodig om te zeggen: “Wij hebben de wijsheid juist niet in pacht.” Je hebt je wijsheid, ervaring en eigen inzichten te delen met anderen. Ik vind de verklaring ook van vrees getuigen, angst voor de ander.’
Hoop
Loutering is wellicht Pronks deel na een actieve politieke loopbaan die hem via het PvdA-Kamerlidmaatschap in 1971 onder meer langs UNCTAD en VN bracht. ‘Ik was ooit een jonge hond, ik wilde alles bereiken. Totdat je grenzen gaat zien. Je moet echter oppassen dat je niet te veel gelouterd wordt, want dan ga je geloven dat er eigenlijk niet veel kan, zodat je het niet eens meer probeert. Ik heb veel geleerd van Robert McNamara, de toenmalige minister van Defensie onder Kennedy en Johnson. Hem is terecht veel verweten met betrekking tot de Vietnam-politiek. Hij moest doen wat Johnson hem vertelde. In zijn prachtige boek In retrospect blikt hij terug en beschrijft hij dat hele besluitvormingsproces over Vietnam waar hij bij betrokken was. Hij doet dat niet door zichzelf te verdedigen, maar analyseert tot op het bot en komt met een conclusie. Hij zet zwart-op-wit neer: “We were wrong, we were totally wrong!” Deze man – die nummer een is geworden bij de Wereldbank – is later de boer op gegaan langs alle universiteiten om dat uit te leggen. Hij zei: “Ik heb erin geloofd! Ik heb een fout gemaakt! We zaten met z’n allen op het verkeerde spoor. Dat moet nooit meer gebeuren.” Hij stelde zich open en kwetsbaar op. Van hem heb ik iets geleerd. We zijn later vrienden geworden.’
Ook op een andere Amerikaanse politicus heeft Pronk zijn hoop gesteld: de zwarte politicus Barack Obama die voor de Democraten wil meedoen aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Naar het oordeel van Pronk was de inval van de Verenigde Staten in Irak gebaseerd op leugens. ‘Uit Baracks uitlatingen blijkt dat hij campagne wil voeren op basis van een nieuwe visie op de rol van Amerika in de wereld. Ik zou kiezen voor een politicus die bereid is om totaal afstand te nemen van de wijze waarop de huidige Amerikaanse politiek wordt gevoerd. Barack Obama heeft daar tot nu toe het meest afstand van genomen. Zodra Hillary Clinton dat ook zou doen, zou zij mijn kandidaat zijn.’
Vredesmissies
Op zijn bureau staat een prachtig vormgegeven beeldje van moeder met kind dat Jan Pronk ooit kocht in Maputo (Mozambique). Het beeldje is hem dierbaar. Het boek over Darfur dat ernaast ligt, houdt hem dagelijks betrokken bij dit immense vluchtelingengebied in Soedan. Zijn opvolger op Ontwikkelingssamenwerking, PvdA’er Bert Koenders, komt daar net vandaan. Pronk vindt dat hij het heel goed doet, maar hij had ook waardering voor zijn CDA-voorgangster Agnes van Ardenne. ‘Ik ben haar bijvoorbeeld heel veel in Afrika tegengekomen. Ze had ook zeer veel aandacht voor Soedan. Een nieuwe Nederlandse militaire vredesmissie zal naar alle waarschijnlijkheid naar Soedan gaan.’
Kan dat als Nederland een groot deel van zijn militaire capaciteit voor vredesmissies al in Afghanistan heeft zitten?
‘Volgens mij kan het. Je hoort wel een omvangrijkere defensiebegroting te hebben, groter dan nu. Er is behoefte aan materieel voor op de grond. Ik ben er nooit voorstander van geweest heel veel geld door te sluizen naar vliegtuigen-hoog-in-de-lucht-waaruit-je-dan-de mensen-bombardeert, je moet troepen op de grond vredeswerk laten doen. Die troepen hoor je het veld in te sturen met maximale verdedigingsmiddelen. Je moet dus een goede keuze maken, en je hoort ook voldoende militairen te hebben om ze regelmatig te kunnen aflossen. Ik vind overigens dat onze militairen in Afghanistan goed werk doen. Van opbouw komt weinig -terecht, maar dat komt door de situatie.
Ik heb geen kritiek op de Nederlandse -militairen, maar op Buitenlandse Zaken. Je hoort militairen uit te sturen met een opdracht die ook echt vervuld kan worden. Je mag als
NAVO geen troepen sturen naar een situatie waar je niet kunt ingrijpen en de tegenstander niet echt kan uitschakelen. De Taliban is niet uit te schakelen. De Taliban is een partij die in dat
land heel kwalijke -dingen doet en mensenrechten schendt, maar ze zal niet weggedacht kunnen worden of weggebombardeerd. Je moet een politieke dialoog met hen starten over de condities
waaronder zij weer mee kunnen delen in de macht. De Taliban dient de hand toegestoken te krijgen, je moet ze er op een of andere manier bij betrekken. Hoe meer je ze bombardeert en uitsluit,
hoe meer terroristen
er zullen komen met zelfmoordaanslagen.
Het wordt steeds erger. Nederland moet dus doorgaan, alleen niet in haar eentje.’
U werd gevreesd om uw straffe micro-management op het werk. Doet u dat ook thuis?
‘Nee, ik ben niet zo gek vaak thuis. Ik ben continu op reis, in het land, overal toespraken aan het houden. Nee, ik ben geen thuis-micromanager.’
Van u werd immers gezegd: ‘De rust -verdwijnt waar JP verschijnt!’ Dat is niet meer?
‘Nou, een beetje nog wel. Over de PvdA
laat ik mij bijvoorbeeld gewoon uit! De PvdA is redelijk naar het midden opgeschoven vanuit de optiek dat je zo veel mogelijk stemmen vanuit het midden moet krijgen. Dat betekent dat politici
vanuit de PvdA eerst bekijken wat de mensen graag zouden willen horen en dat dan gaan zeggen. Want dan zullen ze wel op je gaan stemmen. Ik vind dat een totaal verkeerde opvatting van politiek
bedrijven. Je hoort een visie uit te dragen.’
Gerard Klaasen ontvangt Jan Pronk zondag 5 augustus in Andersdenkenden (14.02 Radio 5)


