Elco Brinkman
‘IK VERZAMEL GEEN FUNCTIES OM TE BEWIJZEN HOE GOED IK BEN’
Andersdenkenden, 8 april 2007
Hij geldt, volgens een enquête uit 2006 van de Rotterdamse Erasmus -Universiteit, als de invloedrijkste bestuurder van Nederland. Oud-minister van WVC Elco Brinkman (59) is
hoofdaannemer van Nederland. De mens Brinkman is vooral een overlever. Twee keer kreeg hij kanker, twee keer genas hij. ‘Pasen geldt voor mij telkens als een nieuw begin.’
Zinnenbouwer
Hij is een hoogst originele woordkunstenaar. Zo alomvattend als hij leiding geeft aan Bouwend Nederland, zo knap bouwt hij van elke reeks zelfgekozen woorden een tintelende zinsconstructie. Gek
genoeg zeggen mensen in zijn omgeving dat hij zelf ternauwernood kan metselen. ‘Há, maar ik heb wel de liefde voor dit vak omdat het zo ontzettend tastbaar is. Als je met de
werkmensen spreekt, merk je hoe trots ze zijn op hun gebouw of op hun werk.’
Zuinig
Hij werd in de Alblasserwaard gereformeerd-synodaal opgevoed waar, zoals hij zegt, ‘elke stoep zijn eigen kerk had’. Thuis werd hij grootgebracht met de idee dat
je over de grenzen van de levensbeschouwing moet heen kijken. Brinkman vindt dat we in Nederland onverkort protestants bouwen. ‘Onder bourgondiërs mag het gelukkig een onsje
méér zijn, want je mag ervan genieten. In de Alblasserwaard was het toch vooral: “Doe nu maar gewoon, het hoeft allemaal niet zo bijzonder, doe maar zuinig.” Het moest
vooral degelijk. Ik heb in het debat over de ruimtelijke ordening van Nederland geleidelijk aan geleerd dat het best wat mooier mag zijn.’
Foto: RKK
Randstad
Vanuit zijn werkkamer op de achtste verdieping van het hoofdkantoor van Bouwend Nederland in Zoetermeer fixeert Elco Brinkman zijn blik met regelmaat op één punt. Is het zijn manier
van nadenken?
‘Ik weet dat ik snel praat, dus ik probeer mijzelf vóór te blijven door na te denken over de volgende zin en uw volgende vraag. Eerlijk gezegd kijk ik hier ook een beetje vanuit
mijn werkplek uit over de bouw van de Randstad. Dan zie ik dat het hier ontzettend vol en druk wordt, met veel te veel mensen, en tegelijkertijd zie je dat er hier tenminste wat gebeurt en daar
kijk ik naar.’
U bent immers de algemene opperloodsbouwer van Nederland, dus dan wil je graag controle houden over wat je om je heen ziet?
‘Dit is niet zozeer de verkeerstoren van de bouw,
maar we proberen wél invloed uit te oefenen door te zeggen: er moet mooi gebouwd worden, er moet meer geld naar de bouw. Dat hoeft echt niet allemaal uit de staatskas te komen, maar doe
niet alsof we er met een nieuw kledingstuk met Pasen zijn.’
Overleven
We spreken aan de vooravond van Pasen. De gevoeligheid voor Pasen heeft Brinkman nooit verlaten. ‘Wij hebben een goede traditie om op Goede Vrijdag naar de
Matthäuspassion te gaan. Er ontstaat daarna toch altijd weer dat blije gevoel. Niet alleen omdat het de allermooiste muziek is die volgens mij ooit gecomponeerd is, maar ook omdat je weet
dat je weer opnieuw mag beginnen. De hele opstanding is niet alleen-maar-een-bijbelverhaal-van-vroeger maar ook iets wat je elke keer opnieuw beleeft en opnieuw echt viert. Het raakt de kern
van onze levensovertuiging.’
Opstanding
Twee keer werd bij Brinkman kanker geconstateerd. Twee keer ook genas hij. ‘Je wordt uiterst fundamenteel bij de vraag bepaald: is er nog een volgende dag, en: wat
is nu precies mijn toegevoegde waarde aan het leven geweest? Dat hele opstandingsbegrip is dan wel bijzonder. Als je in de politiek een keer een douw krijgt, is dat vooral een functioneel
probleem. Ik zeg het wat relativerend, want het zijn niet altijd de leukste dagen in mijn bestaan geweest, maar gemiddeld is het politieke bestaan absoluut een heel mooi deel van mijn leven
geweest. Als je echter zo fysiek bezig bent met overleven, dan krijg je geleidelijk aan toch wat meer begrip voor alle zorgen en verdriet die er in de maatschappij zijn!’
Wat is uw kracht?
‘Je wilt overleven! Je kunt achter een druilerig raam gaan zitten, maar je kunt ook proberen je eroverheen te zetten. Ik weet wel: ik heb makkelijk praten nu
ik er kennelijk twee keer goed doorheen gekomen ben, maar je moet er niettemin ook je best voor doen. Er zijn in de buurt altijd wel mensen die een handje willen helpen, maar je moet om te
beginnen zelf willen.’
U draait nu alweer 5 jaar zonder kanker mee. Ergens bent u ook ‘opgestaan’.
‘Ik zeg vaak tegen mijzelf: het is niet vanzelfsprekend dat het goed gaat. Ik lijd er
niet onder, maar er is altijd wel zo’n stemmetje dat zegt: joh, opletten! Ik vind het bijzonder dat er in wezen een nieuwe bestemming in mijn leven is gekomen. Je hoeft dus niet alleen
maar de dagen af te tellen, je kunt gewoon bezig blijven. Dat geeft mij telkens nieuwe moed.’
U moest, met zo’n verantwoordelijke baan in ondernemend Nederland, écht alles uit de kast halen om de zaak weer helemaal op de rails te krijgen?
‘Ja, dat is de
eerste weken als je weer terug in de race komt niet zo makkelijk, maar het is mij gebleken dat ik toch altijd nog zo’n 70, 80 uur in de week kan maken.’
Waarom, u had toch allang uw bijdrage geleverd?
‘Ik doe het met veel plezier. Bovendien: ik ben pas 59.’
IJdel
In 1994 was Elco Brinkman
door het CDA aangewezen als lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen. Nog tijdens de campagne werd hij door zijn toenmalige premier Ruud Lubbers min of meer aan de kant gezet. Hoe kwam
Brinkman daar nadien eigenlijk ‘doorheen’?
‘Door een beetje op jezelf te vertrouwen. Je moet niet gaan zitten wachten tot mensen op je afkomen. Maar het is ook niet zo dat ik al die functies die ik nu vervul, allemaal zelf heb
bedacht.’
U bent al enige jaren voorzitter van Bouwend Nederland en geldt als de meest invloedrijke man van Nederland. Speelden revanchegedachten mee?
‘Nee, wel de ijdelheid dat mensen
zeiden: hij-kan-tenminste-wat, maar dat is allemaal achteraf. Ik ben geen functies gaan verzamelen om te bewijzen hoe goed ik ben. Het zat wel in mijn bloed aanwezig te zijn aan de tafels waar
het gebeurde.’
U bent in zekere zin een tweede leven begonnen.
‘Ja en dat was niet zeker, om het maar simpel te zeggen. Daarom wilde ik ook zo graag. Het is net alsof je op latere leeftijd
nóg meer wilt dan toen je jong was.’
In zijn functie van nu, de bouw, zit veel familienetwerk. Kwam hij dat in de politiek onvoldoende tegen? ‘Er is wel concurrentie in de bouw, maar uiteindelijk is het maken van een brug of
een ingewikkeld bouwwerk toch iets wat je gezamenlijk moet doen. In de politiek, zeker als je in de Kamer zit, ben je voortdurend bezig uit te leggen dat andere partijen het mis hebben en dat
jij het bij het rechte eind hebt. Dat is niet echt iets wat in mijn aard zit. Ik hou er meer van om samen iets concreets te realiseren. Op een gegeven moment ben je ook een beetje moe van al
dat geklets en wil je iets gerealiseerd krijgen.’
Hoe is uw contact met Ruud Lubbers?
‘Ik zie hem met enige regelmaat, niet heel vaak.’
U bent geen vrienden?
‘In de politiek heb je veel zakelijke relaties.’
Kleinzoon
Zijn secretaresse brengt koffie binnen met twee taartjes waarop staat: De Bouw maakt het. ‘Ik zei al: er wordt heel veel gepraat in Nederland, we kennen
ontzettend veel procedures. De bouwers van Nederland maken dit land en wij proberen onze gasten met een klein hapje bij de koffie te tonen dat wij het ook dóén.’ Op zijn bureau
staat een prachtige foto waarop Brinkman met zijn kleinzoon poseert. ‘Grootvader-zijn is wellicht het meest fantastische wat ik heb meegemaakt, en binnenkort word ik het voor de tweede
keer! De tekst “Mijn grootvader maakt het in de Bouw” is op het T-shirtje van de nieuwe Brinkman-loot genaaid. ‘Ik ben apetrots op dat jong. Ik hoop dat hij in de bouw gaat,
maar zelfs als dat niet het geval zou zijn, zou ik nóg trots op hem zijn. Hij lijkt immers op mijn zoon en die zit niet in de bouw maar in de financiële wereld. Ik zal wel mijn best
doen om hem in elk geval interesse voor de publieke ruimte en misschien zelfs wel voor het publieke vak bij te brengen. Maar laat hij vooral zijn eigen vak kiezen.’
Heeft u al een kinderzitje aan uw fiets bevestigd zodat u met het kleinkind naar het komende kleinkind kan fietsen?
‘Absoluut! Ik heb in de auto een zitje gekocht. Alles
begint opnieuw. Dat is ook eigenlijk hetzelfde als met Pasen. Mijn secretaresse waakt over mijn agenda, maar er is één afspraak die vóór alles gaat, en dat is die met dat
ventje.’
Omroeppolitiek
Even een rondje langs de velden. Acht u Wilders een gevaar?
‘We moeten oppassen voor het demoniseren van Wilders. Ik zeg: ga op zijn argumenten in,
neem hem serieus. Pas ervoor op thema’s van de publieke agenda weg te duwen als uit enquêtes blijkt hoeveel mensen in die thema’s iets zien.’
Irak staat ter discussie, ook over de vraag of Nederland daar indertijd naartoe moest.
‘Ik stond destijds aan de kant van degenen die zeiden: “Saddam hoort daar
niet.” Op basis van de informatie die nu tot ons komt zeg ik: hoe eerder je daar weg bent, hoe beter het is.’
Als oud-minister van WVC had u de omroeppolitiek in uw portefeuille. Dat dossier lijkt momenteel een beetje tot rust te zijn gekomen.
‘Mijn vermoeden is dat we er nog niet
zijn. Kijkers en luisteraars zijn veel zelfstandiger geworden. In Hilversum is men nog voortdurend bezig met zijn eigen hachje. Ministers van verschillende kleur hebben er elk hun eigen
opvattingen op losgelaten, maar over het algemeen is Hilversum resis-tent gebleken tegen die opvattingen. Mijn gevoel zegt me dat de techniek en de autonomie van de omroepen en de nieuwe media
langzamerhand zó groot zijn geworden dat de politieke opvattingen er betrekkelijk weinig meer toe doen.’
Gaat u nog naar de paus kijken op Eerste Paasdag tijdens zijn zegen urbi et orbi?
‘Wij kijken traditiegetrouw. Voor een rasechte protestant is het goed om over de grens te
kijken.’
Gerard Klaasen ontvangt Elco Brinkman zondag in Andersdenkenden, (14.02 Radio 5)
Foto: Bastiaan Heus


