Martin Bril
‘IN WEZEN BEN IK AL JAREN GEWOON EEN HEEL FATSOENLIJKE BURGERMAN’
Schrijver en columnist Martin Bril (47) hanteert als levensbeschouwing een soort positief fatalisme. Geluk levert volgens hem slechts een saai verhaal op. Zijn creatie en alter
ego Evelien (dinsdag, 21.25 Net 5) kan daarvan meepraten. Voor Het Groot Dictee (woensdag, 20.25 Ned. 1) leverde Bril de tekst.
Voelt u zichzelf gelukkig?
‘Ach, geluk is echt een kwestie van een flits. Geluk is secondenwerk. Heel af en toe komt het voor dat je je één weet met het universum.
Je zit in de auto of je staat je tanden te poetsen en dan lijk je even het gevoel te hebben dat je alles begrijpt. Dat zou je een geluksmoment kunnen noemen. Maar zodra je dat je hebt
gerealiseerd, is het ook alweer voorbij. Geluk is geen langdurige staat van zijn.’
Verkeerde pad
Ruige jeugd, lange tijd wilde hij niet opgroeien. Een aanzienlijke periode van drank- en drugsverslaving ligt alweer jaren achter hem. ‘Ik ben tot halverwege de dertig op het verkeerde
pad geweest. Maar we zijn inmiddels tien jaar verder. In wezen ben ik al jaren gewoon een heel fatsoenlijke burgerman.’
Foto: RKK
Franciscus
Zijn levensthema is het tekort, maar ook: de verzoening. ‘Het klinkt allemaal heel ernstig, maar vette en magere jaren wisselen elkaar bij mij af. Ik heb alles wat mijn hartje begeert en
toch heb ik zo’n knagend gevoel dat er iets ontbreekt. Er moet iets bij. Dat is natuurlijk ook de drijfveer waarom je werkt. Aan de andere kant heb je het gevoel van: ik schiet tekort. Je
zou het toch eigenlijk altijd iets beter willen doen dan je het doet. Franciscus zegt: “Wie niets wil, heeft alles.” Dat is eigenlijk waar ik naar streef. Ik zou heel graag die
staat van zijn willen bereiken waarin je niets wilt en dus alles hebt. Mij lijkt zo’n driedaags bezoek aan zo’n Franciscanerklooster in die Kruispunt-kloosterserie van
jullie wel wat. Drie dagen zien hoe het daar werkt. Bovendien: mooie stof voor mijn column.’
Reviaans
Zijn levensbeschouwing noemt hij ‘vrolijk-fatalistisch’. Hij is van huis uit gereformeerd. ‘Dat is op de een of andere manier zo blijven hangen.’
Hij is eigenlijk wel trots op de gereformeerde bagage. ‘Je moet woekeren met je talenten, een houding die onder gereformeerden in hoog aanzien staat.’ Christelijk is hij niet meer.
‘Ik bid niet meer, maar bij begrafenissen ben ik wel geneigd om psalmen en gezangen hardop mee te zingen. Zodra de gemeente inzet, kan ik volgen!’
Bent u wel eens onder katholieken?
‘Jazeker, ik ben regelmatig onder katholieken! Ik benijd katholieken om de mooie rituelen die ze hebben. In die zin ben ik het wel met
Gerard Reve eens.’
Heeft u gevoel voor geluk?
‘Ja, ik kan als ik wil die momenten wel oproepen.’
Katholieken hebben dat veel meer!
‘Ja, katholieken zijn wat frivolere types.’
Ik zie een afgunstige blik, Bril!
‘Ik heb ook wel eens overwogen om katholiek te worden, maar dat is dan toch een soort Reviaanse operatie, weet je. Bovendien, ik geloof
sowieso niet in een God.’
Als columnist rolde hij in 1979 bij Het Parool naar binnen. In 2001 stapte hij over naar de Volkskrant. Hij wil op een heel persoonlijke manier het nieuws verslaan. Het liefst
schrijft hij over niets. ‘Schrijven over niets is voor een schrijver wel zo ongeveer het hoogste wat je kunt bereiken. Ik vind het enig om over niks te schrijven.’
Regelmatig denkt u overdag: ‘O God, zo direct is het weer zover, ik heb nog geen stukje!’
‘Ja, aan het einde van de ochtend, zo rond een uur of twaalf, begint
het er bij mij in te sluipen, dat idee dat ik zo meteen weer een stukje moet gaan schrijven. Ik lijd er wel eens onder, maar ik laat het weinig zien. Mijn hele leven staat in dienst van dat
stukje dat aan het einde van de dag moet verschijnen, dus dat stukje verschíjnt ook elke dag. Het is een kwestie van zelfvertrouwen. Je moet ontspannen zijn, je moet je concentreren en
dicht bij jezelf blijven. Als het dan vijf uur is, dan lukt dat. Maar het is ook mijn werk. Ik word er voor betaald. Het is een baan net als andere banen.’
Chemokuur
Onder vrienden staat hij bekend als iemand met wie het gul en smakelijk lachen is, maar die tegelijk de uitstraling van ‘sombermans troef’ overeind houdt.
‘Ik kijk graag chagrijnig. Je moet jezelf afschermen voor de ander. Ik schrijf vaak over dagelijkse aangelegenheden en dan hebben de mensen die mij echt iedere dag lezen – en dat
zijn er heel veel – toch al snel de neiging te denken dat ze weten wie ik ben.’
De indruk bestaat dat uw werk en persoon langzamerhand in elkaar overlopen.
‘Ha, ik gebruik veel van mijn persoonlijke leven in wat ik schrijf, maar dat doen goedbeschouwd
alle schrijvers. Maar er zijn tal van facetten uit mijn leven waar ik niet over schrijf of waar ik me bewust niet over uitlaat, want anders houd je geen privacy meer over.’
U heeft kanker overwonnen.
‘Nou, overwonnen. Dat weet je nooit. Dat is een beetje Lance Armstrong-taalgebruik. Kanker is niet iets wat je overwint. Het gaat weg of het gaat
niet weg. De kans dat het weggaat, is altijd heel klein. Het kan ook zijn dat het gewoon jaren de kop niet opsteekt.’
Hoe gaat u daar mee om?
‘Ik ga er dus niet mee om. Ik bedoel: jaren geleden is het geconstateerd. Ik ben toen geopereerd en heb 26 weken chemokuur ondergaan. Al die tijd heb
ik voor de krant gewoon doorgewerkt en ik denk er eigenlijk nooit aan. Het is een van die dingen die kunnen gebeuren. Shit happens, zeg ik altijd.’
Ik vraag het omdat optimisme voor u een morele plicht is, zeker als je zo ongeveer het eerste bent dat mensen ’s ochtends lezen.
‘Ik ben op papier optimistischer dan in
mijn persoonlijk leven, maar ik probeer wel altijd de moed erin te houden. Het is niet zo dat ik iedere dag fluitend en gelukkig wakker word en altijd zin heb, maar ik probeer mezelf altijd te
dwingen tot een vorm van optimisme. Je moet ook een goed voorbeeld voor je kinderen zijn, snap je. Dat bedoel ik ook als ik zeg dat optimisme een morele plicht is. Het heeft geen zin bij de
pakken neer te zitten. Vandaar ook dat ik als levensbeschouwing een soort positief fatalisme hanteer. Als je nadenkt over het leven, is het eigenlijk onvermijdelijk om niet een zekere
weltschmerz met je mee te dragen. Als je niet nadenkt, heb je nergens last van.’
Naaktheid
Hij laat mij zijn polsversiering zien: een sjaaltje uit de Barbiecollectie. ‘Dit armbandje heb ik sinds ik de laatste keer clean uit het ziekenhuis kwam. Ik
ben ook erg gehecht aan deze foto, gemaakt door de Amerikaanse modefotograaf Helmuth Newton, ergens in de jaren 80. Je ziet een aantal modellen voordat ze echte grote sterren werden. Er zit
iets heel fascistoïdes in die foto, door de manier waarop die vrouwen marcheren. Die borsten zijn niet gelift, ze dragen schoenen die hen omhoog tillen. Stuwen, zeg maar. Dat alles maakt
hun naaktheid eigenlijk een stuk interessanter. Als ze op blote voeten waren, dan zou het niks zijn. Het zijn die schoenen. Ik kan er gewoon eindeloos naar kijken, fantaseren over wie die dames
zijn en waar ze heen lopen. Er zit veel power en kracht in deze foto, het is volkomen natuurlijk.’
Nieuwsjunk
Op Net 5 loopt deze week de tweede reeks van Evelien ten einde, de televisieserie naar het leven van Evelien van Brakem, moeder, echtgenote, huisvrouw en
minnares te Amsterdam-Zuid. ‘Van de feuilleton in Het Parool en later Vrij Nederland over Evelien heb ik inmiddels drie boeken gemaakt. Misschien schrijf ik nog wel een
vierde. Endemol was enthousiast om er een televisieserie van te maken. Kim van Kooten is een heel betrouwbare Evelien, zij is iemand die op een bepaalde manier uit mijn eigen cultuur komt.
Inmiddels is de Evelien waar ik nu in Vrij Nederland over schrijf aanzienlijk ouder dan de Evelien die Kim op televisie vertolkt. Ze is nu echt veel verder, ouder en wijzer. Een groot
gedeelte van het feuilleton gaat hand in hand met mijn eigen gezinsleven. Het meeste dat Eveliens kinderen meemaken, ontleen ik min of meer aan wat mijn eigen kinderen meemaken.’
Evelien is een soort vrouwelijke afsplitsing van u?
‘Ja, zij is inderdaad een alter ego. Ze lijkt het meest op mij, althans: ze is het type vrouw dat ik heel leuk vind.
Evelien maakt in deze tweede reeks van tien afleveringen een diepe crisis door. Bovendien gaat ze werken, maar uiteindelijk komt alles toch weer op hetzelfde neer. Dat is de essentie van het
hele Evelien-gebeuren: er gebeurt veel maar eigenlijk ook niks. Zoals het leven zelf eigenlijk. Geluk biedt eerlijk gezegd niet veel meer dan een saai verhaal. Alle sprookjes eindigen met de
mededeling “En ze leefden nog lang en gelukkig” en daarna is het verhaal voorbij. Maar eigenlijk wordt het verhaal dán pas interessant.’
Heeft u het gevoel dat deze
gedachtenwisseling interessante openingen heeft geboden?
‘Ik denk het wel, ja. Ik vind dat ik toch wel weer een paar interessante dingen heb gezegd. Ik besta eigenlijk in de
ander, en niet in mijzelf. Het liefst ben ik met iemand samen. Ik vind mijzelf niet zo interessant, tenzij ik met iemand praat. Dan komen er wel dingen los. Ik weet vaak niet wat ik denk,
totdat ik begin te praten. Of beter nog: begin te schrijven. Rust is wel wat momenteel ontbreekt in mijn leven. Ik ben een bijzonder gejaagd en onrustig en snel iemand. Je gaat voor je gezin op
zondagochtend een ei koken en dan is dat ei weer niet goed. Een ei koken is trouwens heel erg moeilijk, wist je dat? Ik kom eigenlijk alleen tot rust als ik schrijf. Ik kan de hele dag
geouwehoer aan mijn kop aanhoren. Ik ben bovendien ook een nieuwsjunk die voortdurend op Radio 1 zit te wachten op nieuws. Een brand waar ik achteraan kan gaan.’
Het gebeurt ook vaak dat u zomaar ergens naartoe gaat?
‘Niet echt heel vaak. Het komt wel voor dat ik verdwaal of dat ik halverwege op een ander idee kom. Dan word ik ineens
gegrepen door een mooie plaatsnaam waar niks gebeurt. Dan rij ik daar toch maar ineens naartoe.
Gerard Klaasen ontvangt Martin Bril zondag in Andersdenkenden (14.02 Radio 5)


