Maarten van Roozendaal



Andersdenkenden 8 oktober 2006

?IK GA ALS EEN TROUBADOUR MET MIJN LUIT DE KASTELEN LANGS?

Hij lijkt weggelopen uit een Belgische strip, Maarten van Roozendaal: brede kaaklijn, lange Pinocchio-benen, comic, sigaret in de vleugel van zijn mond. De dichter-zanger - hij wil vooral géén cabaretier genoemd worden - trekt met zijn theatervoorstelling Barmhart volle zalen. Zondag 8 oktober treedt hij aan in De Avond van het Liefdeslied.

Eenzaam
Melancholicus, droevig, ex-dealer, Nederlandse Jacques Brel maar géén volksartiest -, de troubadour Maarten van Roozendaal (44) komt geen adjectief tekort. Zijn stem hangt tussen die van Wouter Bos en Freek de Jonge in, dat kan. Aan hem kleven naar het lijkt trefwoorden als dronkenschap, weemoed en eenzaamheid. ?Ik ben niet echt eenzaam, ik lééf wel eenzaam?, zegt hij. Ergens bijhoren wil hij ook al niet. ?Mijn vriendin en ik kennen veel mensen maar eigenlijk hebben we geen vrienden. Wij kunnen heel goed samen eenzaam zijn. Wel heel betrokken op elkaar maar we kunnen ook heel erg los van elkaar leven. In feite ben ik een mensenhater?.

Adrenaline
Dit belooft kortom een vrolijk gesprek te worden. Toch valt Van Roozendaal uiteindelijk reuze mee. Geboren in Heiloo, afkomstig uit zoals-hij-het-noemt een beschermd milieu. Zijn liedteksten veronderstellen niettemin dat hij persoonlijk op veel leed moet zijn gestuit. ?Het valt wel mee de laatste tijd. Ik heb moeten vechten om mijn kop boven water te houden. De omstandigheden lijken mij goed gezind. Over succes heb ik momenteel niet te klagen. Ik stap de zaal in, daar zitten mensen die benieuwd  zijn, ik mag spelen, daarna ga ik weer naar huis en ben volgelopen met adrenaline. Dan voel ik me gelukkig. We moeten maar kijken waar het schip strandt?.


Maarten van Roozendaal en Gerard Klaasen (foto: RKK)

Gaat het stranden?
?Ongetwijfeld. Ik heb faalangst. Kijk, ik heb nu zeven programma?s gemaakt en op een gegeven moment word je een beetje concurrent van jezelf. Dat is de angst van iedere scheppende kunstenaar?.

Hij is geen gelovige maar zegt ?van huis uit zo katholiek als de neten te zijn?. ?Al mijn broers waren misdienaar, en ik had een oom die hoofdvlootaalmoezenier was. Niemand van mijn broers of zussen is in die kerk gebleven, iedereen is eruit. Eigenlijk is iedereen afvallig geworden. Zelf geloof ik niet in een leven na de dood. Om getroost te worden heb ik geen Opperwezen nodig. Ik belijd mijn eigen ?geloof?.

Jij staat nu voorganger te zijn in je eigen kerk: het theater.
?Ja, dát is het. Mijn religie is de kunst, dat vind ik ook de enige waarheid. In het theater staat immers de twijfel en het scheppen centraal. Ik ben natuurlijk een ongelovige afvallige. 90% van de wereldbevolking loert op mij om mij dood te maken. Dat is immers bij veel godsdiensten voorgeschreven omdát je niet ongelovig mag zijn. Ik voel me nog niet opgejaagd maar er zijn wel tendensen dat mijn mededenkers en ik langzamerhand bang mogen zijn dat wij toch weer vervolgd gaan worden?.

Nuchtere atheïst
?
Redt Mij Niet? geldt als één van zijn mooiste theaternummers: Van Roozendaal in de rol van nuchtere atheïst op de bres tegen bekeerzucht. ?Gék, zelf ben ik zo bekeerderig als de ziekte?. Zijn grootouders moeten veel aan het katholieke geloof gehad hebben, weet hij, en zijn moeder is al sinds mensenheugenis abonnee van KRO Magazine. Hij vermoedt dat zijn moeder wel trots zal zijn dat haar zoon in haar eigen gids staat. Wat zal zij van dit interview zeggen als ze dit leest? ?Oh, daar gáát Maarten weer met zijn hoogdravende praatjes! Maar zij snapt het wel?.

Zwakzinnigengrens
Zelf noemt hij zich een manipulator. Slim zal hij ook zijn. Zijn beroep ziet hij vooral als een beetje treiteren. Van Roozendaal?s vader - langdurig werkzaam in de psychiatrie - waarschuwde hem reeds vroeg. ?Hij zei: ?90% van de mensen leeft onder de zwakzinnigengrens.  De 10% die overblijft moet dat gemiddelde omhoog halen. En wat nu zo jammer van jou is, is dat jij bij die 10% hoort?. Dat is toch goed bedacht!? Rond zijn 27e zakte hij naar eigen zeggen ?behoorlijk door het ijs?. ?Uiteindelijk heb ik drie jaar therapie gehad. Ik heb geleerd dat  ik niet altijd een groep op sleeptouw moet nemen. Ik heb geleerd om mijn bek te houden, daar ben ik heel slecht in zoals je merkt. Nu maakt het me ook in mijn werk niet meer zoveel uit wat andere mensen van mij vinden. Ik  hoef de boel niet meer altijd te redden. Ik vond dat er altijd iets moest gebeuren?.

Liefde bedrijven
Zijn theatervoorstelling Barmhart gaat over liefde, mededogen en barmhartigheid. ?Ik speel altijd voor iemand, zo zit mijn programma in elkaar. Het maakt mij helemaal niet uit of daar nu één iemand zit of duizend mensen, mijn  programma is gemaakt voor éen iemand. Dan kán het in een theaterzaal gebeuren dat al die individuen tezamen een soort energie gaan vormen, en daar hou ik ontzettend van. Op het moment dat ik die mensen vervolgens weer bij het radioprogramma Standpunt.nl hoor praten over dingen waar ze geen reet verstand van hebben, kan ik ze tegelijkertijd hartgrondig haten. Maar in een theaterzaal kun je werkelijk - zoals Brel zei - met je publiek de liefde bedrijven. Als een zaal zich openstelt en ik kan me dan óók werkelijk openstellen, dan gebeurt er echt iets moois?.

Brel
Hij wordt wel vergeleken met Jacques Brel maar dat noemt hij een vergissing. ?Jacques Brel was een genie, het  is natuurlijk leuk om met hem vergeleken te worden en ik kén zijn werk uiteraard maar Brel en ik zijn toch sterk verschillend. Brel had nóg een ander onderschat talent: hij sprak een enorm groot publiek aan, hij was een volksartiest en dat ben ik niet. Ik ambieer dat ook niet echt. Ik speel in zalen van zo?n 400 man en dat is prachtig: ik heb echt iets bereikt. Brel kon bijna drie jaar in Olympia gaan staan!?.

Jij kiest theater uit wanhoop, het is trouwens zo ongeveer het enige dat je kan? ?Haha, ja, dat is nog wáár ook. Op het toneel ben ik helemaal op mijn plek, écht waar, ik vind het zalig om het toneel op te lopen. Ik heb het op school ook nooit gered, dat soort omgevingen benauwen mij erg en dat heb ik in het theater helemaal niet. Ja, theater uit wanhoop!?

Beeld en kastje
In zijn Amsterdamse huis staat een origineel Afrikaans beeld waar hij naar eigen zeggen nu al zo?n 14 jaar mee leeft. ?Het beeld geeft me een enorme kracht, ik weet niet waarom. Het is op en top vrouw en je proeft er ook een soort overgave in. Als ik binnenkom wil ik dat beeld zien. Ik kijk er vaak naar en ik aai het?. Verderop staat een kastje, behalve de piano het enige in zijn huis dat écht van hem is. ?De rest is van mijn vriendin óf van ons allebei. Dit kastje kreeg ik van mijn zusje toen ik het huis uitging. Als zij hier op bezoek is lacht ze zich rot dat ik dat ding nog heb. Het glas is er uit, dat moet ik er nog een keer inzetten en er zitten tamelijk onduidelijke potjes en schoteltjes in. Ik zeul dat kastje gewoon altijd van woning naar woning mee. Het heeft al in zoveel verschillende huizen gestaan. Daar kan ik weer vrolijk van worden, dat ik dat nog heb?.

Jij bent  een enorme controlfreak?
?Alleen als ik theater maak, dan moet ik weten hoeveel stappen ik naar links of naar rechts mag zetten en wan- neer ik mijn benen wel over elkaar heb. Theater moet eruit zien alsof het ter plekke gebeurt en dat kan alléén als je van mini-seconde tot mini-seconde exact weet wat je aan het doen bent. Het zit allemaal precies in elkaar en dan is het nog wel eens een tegenvaller voor mensen die de vergissing maken om de volgende dag nóg een keer te komen kijken. Ja, dan krijg je toch hetzelfde pasje en hetzelfde lachje te zien, zo zit dat werk in elkaar?.

Als ik jou zo beluister heeft het leven eigenlijk geen zin maar jij toevallig wél? ?Dát is de essentie, já, dat vind ik een vrolijke boodschap. Je mag van het leven niet veel verwachten. Je hebt nergens recht op. Je moet zélf in het leven zin hebben en dat héb ik?.

Ook al is er in dit leven niets dan rottigheid?
?Ja, ook al is er op de keper beschouwt niets dan rottigheid?.

Hond
Komend voorjaar speelt hij de hond Boeddha in de voorstelling Stormgek van de theatergroep Huis aan de Amstel. ?Ik vind dat helemaal te gek. Ze hadden voor die voorstelling een hond nodig. Ik moet me helemaal in die rol gaan inleven. Het is goddank een redelijk vrije rol, ik mag in elk geval een potje achter de piano zitten?.

Heb ik je al verteld hoe ontzettend veel ik van jou hou?
?Haha, dat is zó ontzettend leuk om te doen. Ik mag natuurlijk niets uit mijn programma verklappen maar akkoord: in mijn programma verklaar ik mijn publiek schaamteloos de liefde. Dat is ontzettend ijdel. Er zijn maar weinig artiesten die dat kunnen. De mensen denken echt: méént hij dat nu? De ironie straalt er natuurlijk vanaf. Ik deed dat op een gegeven moment in de oefenruimte voor mijn regisseur en toen kwamen we erachter: ?Dít kan ik mij permitteren?, dit kan! Het is zó?n zalig moment om te spelen want je voelt gelijk die bijzondere ontspanning in de zaal?.

Eigenlijk ben jij een soort troubadour?
?Ja, ik ga eigenlijk met mijn luit de kastelen langs, ja, dat is eigenlijk wat ik doe. Dat is mijn werk?.

Gerard Klaasen ontvangt Maarten van Roozendaal zondag in RKK?s Andersdenkenden, 14.00 uur op Radio 747