Renate Dorrestein
Andersdenkenden 17 september 2006
?HET SCHRIJVERSLEVEN IS ECHT BÉRE-GEZELLIG!?
De schrijfster Renate Dorrestein (52) geldt als de vertolkster van oerverlangens.
Alles is oer aan haar, zo gold ze in de jaren tachtig ook als oerfeministe. Na haar debuut Buitenstaanders in 1983 ging het snel met de voormalige journaliste. Geen script was
lange tijd in haar ogen gekwalificeerd genoeg om een roman van haar te verfilmen maar de filmbewerking van Verborgen Gebreken kwam door haar kwaliteitscontrole.
Uw moeder is nét overleden.
?Ja, vorige week. Ze was oud en dement. De laatste paar jaar van haar leven waren zwaar. Ze leefde erg in het duister en was
angstig. Het heeft een heel troostende kant dat iemand het leven dan mag loslaten. Dat is alleen maar een opluchting. Ik ben blij dat ze heeft mógen sterven. Het stof moet voor mijn gevoel
nog gaan liggen. Haar verzorgen was vaak een last maar toch ook een warme activiteit in het bestaan. Misschien ga ik het heel erg missen?.
Renate Dorrestein (foto: rkk)
Renate Dorrestein betoont zich in haar huis in Aerdenhout een buitengewoon ernstig iemand maar laat weten meestentijds ?huppelend door het leven? te gaan. ?Veel zaken in het leven verdienen dat we er met een serieuze blik naar kijken zonder ironie of grapjes. Ik schrijf over zware onderwerpen maar dat wil niet zeggen dat ik er zelf diep onder gebukt ga?.
Valt er te leven zonder te schrijven? ?Niet door mij. Ik ben het meest in vorm als ik aan het schrijven ben. Het heerlijke van schrijven vind ik: je hoeft er niet eerst iets anders voor stuk te maken. Je bent alleen maar bezig met iets tot stand te brengen. Met rode wangen van spanning ga ik meestal aan het werk, in de greep van die heerlijke vraag: hoe loopt het af?? Ik weet vaak werkelijk niet eens wat er op de volgende pagina zal gaan ge- beuren. Als je je personages in een explosieve situatie bij elkaar zet, dan kan het niet anders of er gaat wat gebeuren?.
Om de anderhalf jaar ligt er ?een nieuwe Dorrestein? in de winkel. Momenteel is ze bezig haar 20ste boek af te maken. 20 boeken in 23 jaar. De titel van haar nieuwe roman luidt Echt Sexy. ?Het is nog niet klaar. Het begin- punt werd gevormd door de berichten van groepsverkrachtingen door dertien-, veertienjarige jongetjes, achter elkaar?. Schuld en boete is veelal het hoofdmotief in veel van haar romans. Structureel geweld komt er vaak in voor. ?Het leven ís gewelddadig?. Toen ze zes was en lezen en schrijven leerde, stond voor haar al vast wat ze de rest van haar leven wilde: schrijven. Het leven als schrijfster ervaart ze ?zéker niet? als eenzaam. ?Ik vind dat altijd zo?n ónzin! Ik ben de hele dag omringd door personages die mij buitengewoon intrigeren. Ze zijn mij zéér lief en ik probeer hun wel en wee gestalte te geven. Voor míj zijn het ook levende wezens en ík zal dat toch wel het béste weten! Ik doe dit al decennia lang. Écht: het is een eigenaardige misvatting te denken dat het schrijvers- leven eenzaam zou zijn?.
Is het dan gezellig?
?Ik vind het bére-gezellig. Het verhaal en ik vormen een team. Wij zijn tijdens het schrijven met z?n tweetjes. Soms moet ik de boel een beetje oppoken, soms hoef ik alleen de
paarden een beetje bij te mennen. Ik word er heel gelukkig door. Je maakt iets dat er nog niet was en dat is héél bevredigend?
Ze noemt zich bij uitstek een verhalenverteller. ?Ik geloof in de genezende kracht van verhalen. We lezen om onszelf, onze medemensen en onze wereld beter te begrijpen. Via een boek durven we emoties aan die we in het echt misschien liever uit de weg gaan. In een boek lijden en strijden de personages voor ons. Wij hoeven het niet zelf te doen, het is als het ware de werking van een homeopathisch druppeltje. Het komt verdund tot ons maar het werkt wel degelijk helend. Je wordt er een completer mens door. Ik probeer ook bij de lezer emotie te gene- reren. Ik probeer ervoor te zorgen dat de lezer op het juiste moment ontroerd is of verontwaardigd of moet lachen al heb ik die emoties zelf niet. Zelfs bij droeve onderwerpen kan ik handenwrijvend van genoegen aan het werk zijn, gewoon omdat ik zie dat er iets tot stand komt en dat het eruit ziet zoals ik het voor ogen had toen ik er over droomde. Bovendien: er is natuurlijk niets zo heerlijk als in een roman een fijn lijk aan boord te hebben waar je weer wat mee moet. Waarom ligt het daar?, of: hoe raken we het kwijt? Het om zeep helpen van roman-personages heeft werkelijk een aparte dynamiek. In mijn nieuwe boek had ik er op een gegeven moment víer, dat was een persoonlijk record!?
Dorrestein is van katholieke huize maar niet meer praktiserend. ?Anno 2006 vind ik dat de kerk van Rome té veel negatiefs op haar naam heeft staan. Als vrouw is het een instituut waar je je niet snel op je gemak voelt. Maar ik heb het geloof niet afgeschreven. Ik gelóóf, ja?. Al een aantal jaren is ze ook volledig hersteld van de ziekte ME die haar trof. ?Ik weet niet hoe het is gebeurd. Op zeker moment knapte ik geleidelijk-aan op en binnen een jaar herwon ik mijn gezondheid helemaal. Dat is een groot voorrecht. Het gebeurt nog steeds dat ik denk: moet je míj zien! Dan stap ik op mijn fiets en rij ik de straat uit en dan denk ik: moet je mij zien! Ik hoop dat het nooit helemaal went zodat het altijd iets blijft om je gelukkig over te voelen. Ik heb elf jaar binnengezeten?.
Haar laatste roman Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor sloeg dit jaar als een komeet in, met een verkoopsucces van 80.000 exemplaren vanaf januari. Dorrestein?s werk lijkt vooral voor vrouwen zéér herkenbaar. ?Het was de eerste roman in Nederland waarin een vrouw van 50 de hoofdpersoon was?.
In uw romans komen nogal wat moeders komt voor.
?Ik schrijf heel vaak over moederfiguren. Moeders zijn nu eenmaal een bron van tegenstrijdige emoties en daar-
door buitengewoon aantrekkelijk in de literatuur. Mijn laatste roman gaat over een vrouw van mijn leeftijd, een periode waarin zó vreselijk veel gebeurt: je kinderen worden zelfstandig, je
ouders worden hulpbehoevend, zelf raak je in de overgang waardoor je oog in oog komt staan met lichamelijk verval maar ook met je eigen sterfelijkheid. Meestal is er ook sprake van
achterstallig onderhoud in je relatie. Als je jonger bent denkt je ?Vrouwen van 50 zijn saaie mutsen? maar als je zelf dat station bereikt kom je erachter dat er eigenlijk géén ander
station in het leven is waar zoveel tegelijk gebeurt. Ik dacht opeens: gek eigenlijk dat we in onze letteren nauwelijks vrouwelijke hoofdpersonen hebben die dat allemaal meemaken. Het leek me
gewoon leuk om dat boek een keer te schrijven. Ik zie dat er momenteel een heel contingent aan vrouwelijke auteurs van mijn leeftijd is die over dit soort zaken schrijft, en ons publiek leest
met ons mee?.
Vòòr de uiteindelijke verfilming van haar roman Verborgen Gebreken wees ze eerst talloze scripts af. De com- binatie van het script van Tamara Bos en de regie van Paula van der Oest beviel haar. ?Toen ik in 1983 debu- teerde ben ik werkelijk door filmproducenten achtervólgd. Al mijn boeken zijn bij filmers in optie geweest. Het werd nooit wat. Ik begrijp ook heel goed waarom filmmakers op mijn werk tippelen want in mijn werk is veel actie en veelal een sterk plot aanwezig. Maar uiteindelijk is er in mijn romans vaak sprake van geheimen of din- gen die beladen zijn vanuit het verleden, lagen die zich veel moeilijker in beeld laten omzetten. Tamara Bos maakte een veelbelovende synopsis, en met het uiteindelijke scenario is ze jarenlang van de ene naar de andere producent blijven rondslepen. Paula van der Oest werd er uiteindelijk als regisseur bij betrokken, en toen waren er plotsklaps een aantal jonge vrouwen die voor elkaar kregen wat niemand eerder was gelukt: een boek van mij verfilmen!?
Zijn er sindsdien weer tal van filmscripts door u afgewezen?
?Ja, een aantal is door mij afgewezen. Op dit moment zijn er wél twee mensen ver gevorderd met
het ontwikke- len van het scenario van Het Hemelse Gerecht. Dat zou weleens kunnen lukken. De jonge aankomende regisseur Robert Matser schrijft nu het script samen met Isa Hoes die
wellicht ook één van de hoofdrollen zal gaan spelen?.
In haar Aerdenhoutse woonkamer laat zij mij twee attributen zien die ze constant in haar tas bij zich draagt: een steen en een pennenset. ?Mijn moeder hield héél erg van gesteenten. Toen we haar afgelopen vrijdag cremeerden hadden we een hele grote schaal met mooie halfedelsteentjes meegenomen. Iedereen mocht na afloop als herin- nering een steentje uitkiezen. Ik heb deze weggegrist omdat ik haar daarin herkende. Deze steen is rood en groen tegelijk precies zoals ook mijn moeder een hele tegenstrijdige vrouw was. Ze was als een stoplicht dat tegelijker- tijd op rood en op groen stond. Die steen gaat nu de rest van mijn leven mee in mijn tasje. En die pennenset kreeg ik een keer na afloop van een lezing uit handen van een meneer die dankbaar was voor het plezier dat ik hem met mijn boeken had bezorgd. Die pen heb ik sindsdien altijd in mijn tas en ik heb vanaf dat moment nooit meer een boek gesigneerd met een andere pen. Het bezit van die pen houdt bij mij het besef levendig dat ik natuurlijk helemaal nergens ben zonder mijn lezers. Het is immers in het hoofd van de lezer dat het verhaal zijn vervulling vindt. Ik kan schrijven wat ik wil maar als de lezer het niet tot zich wil nemen, gebeurt er helemaal niks. En bovendien betaalt de lezer mijn hypotheek. Schrijven is immers ook gewoon mijn middel van bestaan?.


