Mels Crouwel
Andersdenkenden 3 september 2006
‘ONZE GEBOUWDE OMGEVING IS VAN GROOT BELANG VOOR ONS WELZIJN’
In Nederland signaleert hij “veel lelijkheid”. Zelf zou hij er in het nieuwe bedrijvencentrum annex distributiecentrum aan de A12 bij Waddinxveen de beuk ingooien. Rijksbouwkundig ingenieur Mels Crouwel (53) is sinds 2004 rijksbouwmeester. De akoestische geluidswal met een inpandige autoshowroom aan de A-2 bij Leidsche Rijn kan rekenen op zijn waardering. Het instituut van rijksbouwmeester bestaat dit jaar 200 jaar.
U bent rijksbouwmeester. De term alléén klinkt al heel erg mooi - ‘Ja, die klinkt heel mooi -, alleen: het gekke is dat je dus zelf niets bouwt. De vraag is of de term de lading nog dekt’.
Hij staat in een traditie van mannen als Vegter, Quist,
Dijkstra, Van Gool, Rijnboutt, Patijn en Coenen. Al de- ze nog levende voorgangers van Crouwel als rijksbouwmeester hebben hun stempel gedrukt op de Nederlandse architectuur, stedenbouw en het
maakbare landschap. De bebouwde omgeving blijkt immers van grote invloed op de gemoedstoestand van de mens. ‘De mensen maken zich veel drukker over hun omgeving dan wel eens wordt
gedacht. Er is de laatste tijd veel meer aandacht in kranten. Momenteel zond NOVA zelfs het item De Beuk erin uit waarin mensen hun lelijkste gebouw voor het sloopkanon konden
aanwijzen’. Crouwel stelde onlangs vast dat het plezier van het “maakbare landschap” voor hem zo goed als verdwenen is. ‘Ja, vroeger bestond er een soort trots om
de dingen ook mooi in het landschap te verankeren. Rijkswaterstaat is er door haar werken over de hele wereld ook écht beroemd om. Het is opvallend hoe weinig besef er de laatste jaren bij
die organisatie zelf is geweest over dat verleden. Gelukkig zit er nu weer een generatie mensen die dat ziet. De mensen beseffen het vaak niet dat ons hele land echt ontworpen is. We
zijn één van de weinige landen ter wereld waar geen stukje oude natuur bestaat - de Waddeneilanden wellicht uitgezonderd. De rest van ons land is - inclusief de bossen - gewoon
aangelegd en bedacht. Je kunt dat goed of slecht doen maar als je je er niet om bekommerd komt er dus ook een rommelig geheel uit zoals de laatste tijd veelal het geval is’.
Uw oplossing: de regie van het Rijk moet weer veel sterker worden - ‘De regie van het regie moet niet sterker worden in de zin dat het Rijk weer alles moet gaan vertellen. Er moet een nieuwe manier van samenwerking bedacht worden waarbij de afzonderlijke gemeenten niet alles op hun eentje gaan doen. Ze moeten samen met anderen meer voor het algemeen belang gaan doen’.
U signaleert in Nederland al een heleboel jaren veel lelijkheid?
‘Ja! Ik vind dat de plannenmakers zich véél beter bewust moeten zijn dat ze niet alleen voor hun eigen plan moe- ten gaan maar dat gebouwen in de openbare ruimte staan waar iederéén langsloopt. Het is een misvatting dat iedere gemeente alleen maar voor zichzelf zou moeten bouwen. De samenhang en de algemene kwaliteit zou beter in de hand gehouden moeten worden. Architecten in Nederland zijn in ernstige mate medeschuldig aan het gebrek daaraan’.
Een trefwoord met betrekking tot actuele lelijkheid is luidt vinexlocatie. Vertoont de modale Vinexwijk veel lelijkheid?
‘Dat valt nog wel mee. Het principe van de Vinexwijk heeft misschien niet overal even gunstig uitgepakt - zoals bijvoorbeeld die hele grote lappen aan mono-functionele wijken op een paar plekken in ons land -, maar de kwaliteit van de openbare ruimte en omgeving is zo slecht nog niet als je dat vergelijkt met alle rafelrandjes van alle andere plaatsen in Nederland. Als je het vergelijkt met het buitenland ben ik over het eindresultaat niet negatief’ Neem de nieuwe stad Leidsche Rijn?
‘Leidsche Rijn is nog niet af . Ik denk dat Leidsche Rijn veel minder erg is dan een hoop mensen roepen die er nog nooit zijn zijn geweest. Leidsche Rijn is een voorbeeld waar in ieder geval behoorlijk veel aandacht in het bedenken van die wijk is gestopt. Het voorbeeld van zo’n geluidscherm en het straks ietsje verderop onder-de-grond-brengen van de A2 zijn voorbeelden die veel verder gaan dan vroeger. Het grote probleem in Nederland is dat zo’n grote wijk tóch weer in héél veel kleine stukjes wordt opgeknipt omdat alle ontwikkelaars er ook iets moeten. Ik zou veel liever wat grotere brokken hebben. Als je dan tóch een grote wijk maakt, probeer er dan nog méér eenheid en structuur in te brengen’.
Aan de A2 bij Leidsche Rijn is vorig jaar een akoestische geluidswal verrezen, een lange sliert die de nieuwe stad Leidsche Rijn als het ware omvat. Compleet met een autoshowroom.
‘Ik vind die wal een goed voorbeeld van waar we naar toe gaan. Zo’n geluidscherm wordt hier niet louter als een noodzakelijk kwaad opgevat om de wereld daarachter tegen viezigheid en herrie te beschermen. Die wal is als het ware integraal als een nieuw soort gebouw met de rest van het ontwerp van die wijk tot stand gekomen. Ik vind dat scherm heel mooi. Er zullen vast mensen zijn die dit ontwerp niet mooi vinden, omdát het nieuw is. Ik noem het een slag vooruit!’
Architectuur kan mensen een gevoel van geluk geven. Het omgekeerde bestaat óók: architectuur maakt mensen ongelukkig
‘Absoluut! Architecten en planners moeten beseffen dat ze hun ontwerpen en gebouwen niet alleen voor zichzelf maken. Onze gebouwde omgeving is van groot belang voor ons welbevinden en welzijn. Architecten kunnen de problemen in de wereld niet oplossen maar ze kunnen wel proberen hún deel zo goed mogelijk te doen. Het gaat ook om samenhang -, of de dingen wel op de goede plek gemaakt worden. Ik denk dat de architectenwereld voor een deel ook de hand in eigen boezem kan steken’
Zijn er erg veel mensen ongelukkig met de Nederlandse architecturale vormgeving?
‘Dat valt in de praktijk wel mee. Als de mensen echt hélemaal genoeg zouden hebben van sommige gebouwen zouden ze vanzelf wel in opstand komen. Je ziet dat nu de laatste jaren wél met sommige bedrijventerreinen en een aantal uitbreidingswijken gebeuren. Op het ogenblik kan bijna elke gemeente zijn eigen industrieterrein aan- leggen. Het zou mooi zijn als er vijf gemeentes die nu allemaal naast elkaar hun eigen industrieterreintje ontwik- kelen, een soort overleg tot stand brengen waardoor ze uiteindelijk met z’n vijven één industrieterrein op een goede plek kunnen uitwerken. Dát zijn zaken waar wij ons als college van Rijksadviseurs ook tegenaan bemoeien’.
Opvallend, de architect van Ministerie van VROM in ’s-Gravenhage waar Crouwel huist is dezelfde als die van het AKN-gebouw, het omroephuis van KRO, AVRO en NCRV aan de ’s-Gravelandseweg in Hilversum. Vindt hij dat een geslaagd project? ‘Ik vind het gebouw op zich wel geslaagd maar het had nooit op díe plek mogen staan omdat er geen rekening is gehouden met de hoeveelheid parkeerplaatsen voor de buurt. Het gebouw is te groot voor zijn omgeving. Toen de foute beslissing eenmaal was genomen, hebben ze er het beste van gemaakt. De serres van het gebouw vind ik heel fraai en ook de stenen afwerking en de detaillering is bijzonder. Het ge- bouw verwijst in de verte enigszins naar de Dudoktijd. Ik vind het eigenlijk wel een mooi type kantoor’.
Heeft U als rijksbouwmeester invloed?
‘Ja, ik heb zeker invloed, zij het geen directe. Ik ben adviseur en geen bewindspersoon of beleidsmaker. Ik adviseer over het beleid -, als ik mijn mening geef wordt daar wel degelijk naar geluisterd. Nét voor de zomer hebben wij onze visie op het Architectuurbeleid na 2008 opgeschreven, die luidt dat ruimtelijke ordening veel hoger op de politieke agenda zou moeten komen’.
U bent naast rijksbouwmeester ook betrokken bij het architectenbureau Benthem Crouwel. Bent u een ondernemer of heeft u een zending?
‘Ik voel me geen pionier. Wij zetten slechts beperkte stapjes voorwaarts en zitten niet in de voorhoede. Ik voel me voor een deel ondernemer. Ik doe dit parttime. Hierna ga ik ook weer terug naar mijn eigen bureau. De publieke zaak interesseert me, die voel ik als een soort zending, anders was ik geen rijksbouwmeester geworden. Ik zeg wat ik zeg en als ik gevraagd word mijn mening geven, hoop ik dat er naar geluisterd wordt. Verder ben ik redelijk flexibel’.
Hij hecht niet snel aan dingen behalve aan zijn kleren, zijn auto en zijn telefoon. ‘Het wisselt. Op dit moment zijn we heel druk met dat advies bezig dus dáár hecht ik op het ogenblik veel waarde aan. Verder koop ik regel- matig beeldende kunst. Ik ben behoorlijk gehecht aan een aantal schilderijen en beelden bij mij thuis. Ik heb nog niet zo lang geleden een schilderij van Ab van Hanegem gekocht. Ik heb net een nieuw appartement in Amsterdam gekocht en daar heb ik het een mooie plek gegeven. Naar dat schilderij kijk ik op het ogenblik dagelijks met veel plezier. Deze Van Hanegem heeft een hele herkenbare doorlopende driehoeksvorm die heel ruimtelijk lijkt. Het lijkt net of er een polyester beeld met verschillende kleuren voor het schilderij hangt’.
‘Ik heb níets met kerken’, zegt Crouwel, gevraagd naar zijn hervormde komaf. ‘Zeker vanaf mijn moeder is daar niks meer aan gedaan, ik bespeur bij mij zelfs een lichte antistemming jegens het geloof. Ik denk ook niet dat ik snel een kerk als opdracht zou accepteren. Ik heb er niks mee. Ik behoor tot de mensen die denken dat er door geloof een hoop ellende in de wereld is gekomen’.
U bouwt wel poptempels maar geen kerken?
‘Er wordt wel gezegd dat poptempels of kantoren de moderne kerken zijn. Dat is voor een deel ook waar. De rol van de kerk is enorm veranderd is en de toekomst ligt toch ergens anders’.
O ja, in het nieuwe distributiecentrum aan de A12 bij Waddinxveen moet volgens U de beuk in?
‘Ja, dat bedrijventerrein had op die plek helemaal niet gemoeten. De gebouwen ernaast vertonen ook geen enkele samen- hang. Het is weer een soort opeenvolging van verkeerde beslissingen
die met betere samenwerking beter had kunnen uitpakken’.
(foto:Bastiaan Heus)


