Daniël Lohues




Andersdenkenden 16 juli 2006

‘IK BEN ZO’N GEVAL VAN DIEPE DALEN EN HOGE PIEKEN’
De Drentse zanger-gitarist Daniël Lohues (35) verwijlt regelmatig tussen Bach en blues. De rocker in Lohues jamt met gemak met zijn Drentstalige rockformatie Skik het tentzeil van een feestzaal de hoogte in. ‘Báaáám, rapperdepap’, spélen!’. Hij trad het afgelopen jaar solo op met een theatervoorstelling Allennig. Gerard Klaasen ontmoet de bezielde troubadour na een optreden in Hilvarenbeek.

Een fraai-gecultiveerde kuif  tooit zijn brede hoofd. De zanger zelf is uiterst aimabel en verleent alle medewerking aan het gesprek. Hij maakt alleen nauwelijks een zin af maar dat komt wellicht omdat hij nog vol adrenaline zit. ‘Dit is de eerste keer dat ik een interview geef ná een optreden’. Aan Daniël Lohues is elke valse en overspannen pretentie vreemd, ook al is zijn status van rockmuzikant annex bluesgitarist verleidelijk zat voor karakterbederf. Is “niks-zoals-het-is”? “Niks is zoas ’t lek”, , onze tweede Skik-plaat indertijd. We treden met Skik momenteel even niet op maar dat zal zeker weer komen’.

Na een 12 jarige periode als zanger-gitarist van Skik ging Lohues dit seizoen solo met het theaterprogramma Allennig. ‘Het was als een soort kruispunt in mijn leven. Ik-wil-élke-keer-wat-anders-doen. Iemand riep “Ga dan het theater in” en ik zei: “Dat is goed”, zo is Allennig begonnen. Ik heb twee maanden vrijgenomen, ben in bad gaan zitten en dacht: “Wat moet ik nou doen, joh?” want ik wilde geen bullshit vertellen op dat toneel. Ik had een liedje gemaakt: “Uiteindelijk is iedereen allennig”. Het doek gaat open en daar sta je dan in je eentje met een gitaar. Ik vond het elke avond weer prachtig. Allennig ga ik ook na de zomer doen want ik ben toch eigenlijk een troubadour. Iedereen zoekt naar zijn eigen plek in de wereld. Íedereen wil weten welke tand hij is in dat grote wiel, hè, en troubadour-zijn was voor mij ineens een goedgekeurd stempel. Ik ga in mijn eentje als troubadour langs de steden en dorpen en vertel over mijn Drentse dorp Erica, over mijzelf, over katholiek-zijn, over muziek. Of ik treed op met de bluesclub, dat ben ik ook’.



Alleen zijn is bij jou een steekwoord, ook als alleen thuis liedjes voor Paul de Leeuw, Guus Meeuwis of Jenny Arean?
‘Ja, dat heb ik gewoon, ik kan niet zonder. Het moet. Ik word stokongelukkig als ik dat niet even kan, spelen, schrijven. Als ik op reis ben en ik heb niet dat moment op de dag dat ik even in mijn eentje gitaar kan spelen, dan mis ik iets. Als ik thuis wakker word -: koppie koffie, boterham met pindakaas, piáno! Ik móet achter die piano, anders word ik gewoon een beetje onstabiel. Ik ben mezelf. Ik ken mijn eigen erf, er staan allemaal bomen omheen. Ik heb niks met de wereld te maken en alleen als ik dat wil zoek ik de wereld op. Iedereen denkt maar en doet maar. Ik ben altijd al zo geweest, van kinds af aan al. De ene keer slaat de rock-‘n-roll-kant iets meer door en de andere keer slaat het-met-de-tuinbroek-in-de-tuin-lopen iets meer door. Ik geloof niet dat we ons daar zorgen over hoeven te maken’.

Ben jij een popster?
‘Nee. Ik zie er ook niet zo uit. Ik loop niet de hele dag door de tuin te huppelen: “Ik ben mezelf” maar als je jezelf verloochent loop ik wel even de tuin van: “Jezus, waar bén ik? You’re too far from shore, man!” Dat gevoel ken ik wél. Ik heb wel de neiging om, zoals nu met de Louisiana Blues Club hier gespeeld te hebben, een zwart pak aan te trekken met slikke schoenen en een zonnebril en dan even de bluesman te spelen. Maar dan kom ik ’s avonds weer thuis en word ik de volgende ochtend weer wakker en dan denk ik: “Nee, dat ben je toch niet”’.

Kan jij goed zingen?
‘Nee, ik ben geen zanger. Met Skik was ik de zanger maar daar ging het niet om de zang, het ging om báááááam, om rápperdepap, weet je wel, spélen. Ik zong gewoon, dat vond ik te gek, gewoon zingen, hárd, hóóg!’

Als songwriter schrijf je onwaarschijnlijk rake teksten
‘Ja, ik heb altijd teksten geschreven omdat er nou eenmaal tekst bij muziek hoort. Ik ben steeds meer de kracht van het woord gaan begrijpen en daardoor maak ik nu soms dingen expres zonder muziek, alleen maar tekst’.

Terwijl je éigenlijk voor je gevoel nog het meest in de sfeer van Bach en klassieke muziek zit?
‘Ja, maar dat is een andere wereld. Ik mag me graag in meerdere werelden begeven en Bach is voor mij een héél andere wereld. Bach heeft níks met blues te maken. Blues kan je ook niet op een kerkorgel spelen. Je maakt ook geen kroketten met oesters, ja, misschien wel met truffel erin maar dat is dan zonde van de truffel’.

Je kunt goed koken?
‘Ja, ik ben er wel in geïnteresseerd. Ik vergelijk muziek graag met eten. Ik vind gastronomie te gek. Ik ga met het grootste plezier stiekem even naar Frankrijk op en neer om daar culinair iets te beleven. Ik bedoel: het ís er, ik wil er van genieten. Weet je wat het is? Vòòr Skik was ik 125 kilo, dat kwam van het ongelukkig-zijn en veel chips eten en omdat ik geen geld had. Toen Skik begon kreeg ik daar een gewéldige power van, ben ik gaan hardlopen en ben ik 25 kilo afgevallen. Nu ben ik weer iets zwaarder maar dat komt dan weer meer van de eigengemaakte Hollandaisesaus en die reisjes naar Frankrijk en de worsten die ingevlogen worden uit Spanje. Zo is het met het leven ook: de hele wereld ligt klaar. Als je iets te gek vindt, dan moet je er in duiken’.

Bereik jij ook geluk, ben je in staat om geluk te vinden?
‘Ik kan zó gelukkig wezen. Ik ben zo’n geval van die diepe dalen maar ook van diepe dalen. Ik ken ook bíjzonder hoge pieken. Niemand heeft ooit gezegd dat het leven leuk moest zijn maar geluk, zéker!’

Zijn gitaar is hem veel waard. ‘Er kan een bak herrie uit komen maar je komt hem ook héél zachtjes laten huilen, laten lachen en je kunt er de tent mee op z’n kop zetten. Je kunt er mee ontroeren, hij doet alles wat je wilt. Bíjna alles. Deze gitaar is een Gibson uit 1973, gekocht in de Missisippi-delta, in Helena, Arkansas’.

Heeft een gitaar iets erotisch?
‘Ja, een gitaar heeft heupen. Ik praat niet graag over erotiek omdat ik er niet volledig in thuis ben maar deze gitaar heeft iets erotisch. Dit roze plectrum heb ik altijd bij me’.

Hij is van katholieke huize. ‘Ik ben van de Maria Onbevlekte Ontvangenis-kerk in Erica. Ik geloof dat mijn moeder er ook nog steeds voor betaald maar mocht dat niet zo zijn, dan ontvang ik graag een acceptgiro’.

Wil jij in Erica begraven worden?
‘Dat is één van de opties. Ik wil óók wel graag verbrand worden in het Bargerveen maar ik wil ook wel weer graag in de kom van een rivier ergens in Alberta in Canada begraven worden. Ik moet dat tóch nog even overleggen met mijn tourmanager’.

Jouw geloof is een beetje afgebrokkeld, of is het weer gelijmd?
‘Nee, het is nooit afgebrokkeld geweest. Ik heb alleen een liedje over de kerk geschreven want ik kom er niet meer zoveel meer voor de mis. Dat is op een gegeven moment gewoon gebeurd, het was afgelopen. De eerste zin van mijn liedje over de kerk luidt: “Als er iemand dood is, bij een doop of trouwerij -, maar niet met Kerst of Pasen. Er zit qua kerk wat dwars bij mij”. Maar ik vóel me nog wel katholiek’.

Heb je vorig jaar de pauswisseling in Rome gevolgd?
‘Ja, natuurlijk. Ik vond paus Johannes Paulus II een hele lieve man en het deed me hartstikke zeer toen hij doodging. Ik weet het nog goed: we zaten in Haarlem, ergens in de polder en we namen een bluesplaat op, onze tweede Ik hoorde opeens dat de paus dood was. Ik ging naar buiten want ik moest een klein beetje huilen. Toen hoorde ik kerkklokken en ik wist dat iedereen in de katholieke wereld op dat moment die dode paus in gedachten had. Dat zijn van die gekke dingen. Zéker, de paus is ook discutabel maar ik beleef hem meer vanuit een soort doorgevoerd jeugdsentiment. Johannes Paulus II heeft écht het communisme ten val gebracht! Hij heeft de wereld veranderd. Hij was een heel belangrijke man. Ik gelóófde hem. Okay, dat hij die condooms voor Afrika tegen aids weigert, dat is niet cool maar wéét-die-vent-veel? Hij deed het wel uit goede bedoelingen. Trouwens, ik vind die nieuwe paus ook heel heavy’.

Thuis heeft hij een Beeldengalerij der Groten staan: Christoffel staat er, zijn opa staat er, Kuifje maar ook Kermit de Kikker. Ook Maria staat er. ‘Ja, het is een soort kitsch maar ik heb Moeder Maria inderdaad hoog zitten. Wát kan er nu méér katholiek aan je zijn dan Maria? Ik was voor een paar dagen geleden nog bij de EO te gast en toen zei een jongen: “Maria is voor mij een voorbijganger in de bijbel”. Voor-mij-níet! Maria vind ik te gek. Ik zag het vaak als misdienaar bij trouwerijen. Op een vrijdagmiddag werd er dan een huwelijk gesloten, dan was er het jawoord en dan ging de bruid in haar eentje naar het Maria-altaar. Ze knielde daar en dan zong het koor uit volle borst Ave Verum of een Ave Maria. Ik stond daar als jongetje bij te kijken en ik wist: dáár kom je niet tussen, dat is van vrouw tot vrouw. Dat vond ik zó gaaf, ja, dat heeft indruk gemaakt’.