Liesbeth List



Andersdenkenden, 18 december 2005

Nét, op 12 december, 64 geworden -, Liesbeth List, zangdiva en geboren overlever. Als kleuter overleefde ze het Jappenkamp en in Nederland werd ze onze enige chansonnière-met-allure. Brel, Shaffy, Boeijen: allen kruisten haar vocale pad.

Afkomst turbulent
Welluidende stem, sjieke uitstraling terwijl ze naar eigen zeggen toch met gemak een sloerie kan spelen. Voor het publiek gaat ze vooral door als Vlielandse vuurtorendochter, maar volgens Bas Heijne is ze niet minder dan nationaal cultuurgoed. Ze gelooft “geroepen te zijn” in dit leven. ‘Ja, ik denk het. Hoe anders zou ik dan nog leven?, denk ik vaak. Mijn afkomst is nogal turbulent geweest en ik ben niet gek geworden. Ik denk dat ik ge- roepen om mensen gelukkig te maken door op het toneel te staan en te zingen en hen daardoor te beroeren’ - Je hebt de psychiater buiten de deur weten te houden, je bent niet gek geworden? ‘Ja, de chansons die ik zing heb- ben lange tijd als een vorm van therapie gefungeerd. Ik kon het op het toneel uitschreeuwen, mijn vreugde maar ook mijn verdriet, dat heeft mij gered. Ik heb het mee-gekregen bij mijn geboorte’, ik ben het niet zélf. Veel mensen die in Jappenkampen heb- ben gezeten hebben het niet gehaald, die zijn heel erg depressief geworden. Ik ben een survivor. Dat is mij meegegeven’.

WW-ellende

Het survivor-instinct van Liesbeth List betoonde zich ook in de jaren tachtig toen haar loopbaan ernstig stagneer- de waardoor ze praktisch een WW-uitkering moest aanvragen. ‘Je moet mensen ook niet lastig vallen met jouw ellende, dat zit ín mij. Als ik ga klagen van “Het gaat zo slecht met mij”, word je zielig, en ik bén niet zielig’ - Je houdt vol!  ‘Já! Ik heb het vermogen om na te denken, diep in mijzelf te graven, mijzelf vragen te stellen en dan krijg ik antwoorden. “Niet zeuren!” Geniet-van-dát-wat-je-nu-hebt!, en dat is veel. Toen was ik eruit’. Het ver- werken van het zwarte gat van haar jeugd speelde haar al parten in haar slechte verhouding met haar vroegere echtgenoot, schrijver Cees Nooteboom. ‘Ik mag het eigenlijk niet zeggen maar nu denk ik: “Hoe is het mogelijk dat ik ooit van die man heb gehouden?” Ach, dat is al zo lang geleden, ik ben inmiddels al 25 jaar met mijn hui- dige echtgenoot, het is dus zó geschiedenis geworden’.

Juliette Gréco van Nederland
Ze gold jarenlang als de Juliette Gréco van Nederland. Tot - in de jaren tachtig - haar zangcarrière kelderde. Tot 1995, toen schrijver-literator Bas Heijne over haar schreef:“Liesbeth List heeft liederen gezongen die verankerd liggen in de Nederlandse cultuur. Haar Brel-plaat zou in iedere Hollandse platenkast moeten staan, naast Brel zelf!” ‘Hij verdient een standbeeld!  Ik heb hem toen een enorme bos bloemen gestuurd want vanaf dát moment dacht ik: “Ik ben gerehabiliteerd!”. Toen ik het las, weet ik nog, in het Handelsblad in de auto, mijn man reed, dacht ik dacht: “Wanneer kómt de kat?” want zó beginnen ze meestal: eerst goed schrijven en dan-komt-de-kat. “Wanneer komt het?” Ik ging maar voorlezen, zo van “Komt er nog wat van?”, haha, want dat ben je dan een beetje gewend en opeens begon ik te schreeuwen: “Dit is gewéldig!”. Toen dacht ik: “Zo, nú is het goed, dít zal toch maar over je geschreven worden”. En onmiddellijk ging mijn loopbaan de goede kant uit. Frank Boeijen belde en ging produceren en toen dacht ik: “Dat míj dit mag overkomen!” Ik was weer dankbaar’.

Schaamte voorbij
Haar theatertournee “Dichter bij Liesbeth” eindigt eind december, vanaf januari treedt ze voornamelijk in België aan met een ander, nieuw programma. Van haar vak is ze niet rijk geworden. ‘Nee, dit mooie huis is mijn pensioen, daar heb ik hard voor gewerkt. Ik heb van mijn pleegouders op Vlieland een erfenis gehad. Als je op het theater staat verdien je niet veel, tenminste ík niet omdat ik geen 150 voorstellingen doe’ - En roem is ook al vergankelijk, is U gebleken? ‘Absoluut!, als ik geen werk heb dan is alles wat je verdiend hebt binnen een jaar op. Het houdt een dag op. Als ik ziek wordt, dan moet dit huis onmiddellijk verkocht worden en dan gaan we gewoon kleiner worden, dat vind ik ook niet erg’ - Nochtans ben je vooral en eerst bevrijd! Je bent de schaamte voorbij! - ‘Absoluut, en bevrijd van mijzelf. Ik heb geleerd de waarheid van jezelf te erkennen. Gewéldig! Ik was zo gefrustreerd, ik was opgevoed om dankbaar en gedienstig te zijn, daar ben ik vanaf. Ik hoef niet dankbaar te zijn. Alles wat ik nu doe is uit vrije wil dus ik móe niet iets, ik doe het en dat is de waarheid en die is prachtig!’.

Ramses Shaffy
Vorig jaar trad ze voor het eerst na jaren in het Nieuwe De La Mar-theater weer op met Ramses Shaffy. ‘Écht emotionele taferelen waren dat, iedereen kwam erop af. Mensen gingen huilen, lachen, ohhh! Het was héél bij- zonder! Ik kom uit de school van Ramses Shaffy. Bij gebrek aan Nederlands repertoire ben ik destijds in Shaffy Chantant’ in het Frans gaan zingen’ - Ligt een nieuwe serie optredens met Ramses in het verschiet? ‘Dat weet ik niet. Er zóu iets worden gedaan met een groot orkest in november maar dat is niet doorgegaan. Er zitten sponsors achter die ervan af hebben gezien. Jammer want Ramses geniet er zo van. Onlangs traden we samen op bij Paul de Leeuw, dat was geweldig. Mijn dochter verkoopt zijn CD’s en boeken dus om de zoveel tijd gaan wij naar hem toe en gaan we weer uit eten want dan moet hij handtekeningen zetten. Dat is dan voor hem weer een feest- je: “Há, mag-ik-weer-handtekeningen-zetten?, dan zie ik jullie tenminste nog eens!”. Hij lijkt momenteel weer uit zijn as herrezen. Als je ’s middags om twee uur komt geloof je niet dat hij ziek is, zijn geheugen is veel beter geworden. Er was een tijd dat hij niet eens meer wist wie ik was, hij was er zó slecht aan toe maar het wordt nu steeds beter, gek genoeg. Hij is veel helderder, hij weet dus álles’.

Afvallig
Ooit gedoopt in de Nederlands-hervormde kerk maar naar eigen zeggen op haar 21e in Amsterdam afvallig geworden omdat ze geen antwoorden kreeg op haar vragen. ‘Ik voelde me een aantal jaren heel schuldig maar dat is weer verdwenen. Ik moest in die kerk “vrezen-met-grote-vreze”, me schuldig voelen, dat werd je via de kan- sel in die tijd toegeschreeuwd maar ik vóelde me niet helemaal niet schuldig. Ik deed niemand kwaad. Toen dacht ik “Jullie zijn acteurs, zeg gewoon hoe het leven écht moet zijn! Heb-het-leven-lief”, roep dát eens een keer. Ik was er helemaal klaar mee’.

Haarstuk
Ik heb een vraag van collega’s: is jouw haar echt? ‘Há, ik heb een haarstuk voor als ik ‘in functie’ ben, zodat mijn haar meer volume krijgt. Kijk, dit is mijn eigen haar en dan komt er iets overheen. Ik geloof niet dat er één zangeres of actrice haar eigen haar heeft. Ze hebben allemaal haarstukken, van Trijntje Oosterhuis tot Linda de Mol’.

Vlieland
Komt je nog wel eens op Vlieland? ‘Weinig, ik heb daar niets meer. Mijn beide ouders zijn gestorven, in het huis wonen vreemde mensen en het hotel van mijn ouders is iets anders geworden. Ik kom er zomers wel eens als ik daar moet optreden, ik ben steeds van plan om een weekend te gaan maar ik ben zo weinig thuis dat ik liever dat weekend - als ik een paar dagen vrij ben - thuis ben.

TV-Toppers
Je treedt nu aan bij Jos Brink in TV-Toppers. Jos Brink ken je ook al een leven lang? ‘Ik houd erg van Jos Brink, wij hebben ook zo verschrikkelijk veel plezier gehad toen wij in 2003 samen in Het Hemelbed speelden. Wij hadden elkaar zoveel te vertellen, echt geweldig. Ik laat me verrassen wat er nu weer op mijn pad komt. Ik zou graag in een film willen staan, dat wil ik al 40 jaar!, maar ja, je moet er toevallig invallen. Nederland is calvinis- tisch dus: schoenmaker, blijf bij je leest! Ze bedoelen: ‘zij-is-een-zangeres-dus-ze-kan-niet-acteren’ of: ‘ze-is-bekend-maar-ze-is-maar-een zangeres’. Dat heerst een beetje. Zelfs Hugo Claus, toch een vriend, vroeg ik ooit toen hij nog films maakte: “Waarom vraag je mij niet eens een keertje?” Toen zei hij: “Ik zie jou niet in een hooimijt liggen”. Ik zei: “Waarom niet?” Hugo Claus kent mij, daar eten we mee dus hij kent mijn karakter. Al- bert Verlinde heeft mij in Piaf een sloerie laten spelen. En dat kón ik, ik kan een dronken tor spelen of een slon- zige dame maar dat zien ze niet. Ze denken dat ik sjiek speel of zo’.

4 Mei
Elk jaar op 4 mei zingt ze de Mauthausen-cyclus, liederen van Theodorakis over de vernietigingskampen. ‘Ik zing over Mauthausen want wat daar gebeurd is mogen wij niet vergeten. Zolang er nog overlevenden zijn is die oorlog nog heel dichtbij  - Zet je die lijn ook door naar de oorlog in Irak? ‘Alléén-maar! Iedere oorlog denk ik: daar gaan weer generaties mensen met trauma’s, Irakezen die elkaar doodmaken, de chaos Het is verschrikkelijk. Ik ben absoluut tegen die oorlog. Saddam Hoessein is een beest, dat is geen mens, die heeft zoveel mensen le- vend onder de grond gestopt maar ik denk niet dat een land een ander land moet binnenvallen. Saddam Hoessein had vanuit de bevolking verdreven moeten worden, en die Amerikanen, die gáán maar niet weg uit Irak, bang voor gezichtsverlies. Eigenlijk zou er een nieuwe president in de VS moeten komen die zegt: “Allemaal terugko- men jullie!’

Optreden voor de koningin
Enkele jaren geleden was ze met enkele collega’s op paleis Noordeinde voor een optreden voor de koningin. ‘Claus was toen nog goed. Ik was er met mijn dochter Elisa en mijn man en na afloop kregen we een drankje en een hapje. De koningin was daar echt een geweldige vrouw, écht een moederfiguur. Ze vroeg nog hoe het met Ramses ging. Op enig moment moesten we weg omdat Elisa de volgende dag een proefwerk had dus ik nam af- scheid van prins Claus die ergens op een bankje met andere mensen zat. Hij zei: “Kom er even bij zitten!”, en hij schoof op -, Elisa zat praktisch bil-aan-bil met Claus. Ik zei op een gegeven moment: “We moeten écht weg want Elisa heeft een proefwerk”. “Ach”, zei hij tegen Elisa, “ik schrijf wel een briefje dat je niet kon”. Kort daarna was hij dood. Dat is zo’n dierbare herinnering geworden, die gewéldige man met zijn humor, dat had ook met zijn ziekte te maken: “Waar-maak-je-je-zorgen-over?, gewoon-niet-doen”. Dat was de boodschap’.

Officier de la Légion d’Honneur
Begin oktober werd ze benoemd tot Officier de la Légion d’Honneur vanwege haar buitengewone diensten aan de Franse taal. de hoogste Franse onderscheiding voor buitenlanders. ‘Ik ben zéér geëerd’ - Bént je er? ‘Ik bén er, ja. Ik ben gelukkig als mens. Omdat ik veel terugkrijg van wat ik geef’ - En waar je tekort komt, daar zorgt applaus voor het evenwicht? ‘Ja, ik wil dat mensen van mij houden, laat ik het zo zeggen. Applaus is houden-van. Ik signeer tegenwoordig na afloop van een theateroptreden en dan hoor ik hun reacties. Ik hoor zoveel liefdevolle opmerkingen’.