Sacha de Boer
Andersdenkenden 20 november 2005
Sacha de Boer
Sacha is sinds 2003 nieuwslezeres van het NOS-Acht-uur-Journaal. Ad rem, spontaan, niet benauwd, tegelijk bescheiden met een goed gevoel voor de juiste woordkeus. De fotografe De Boer exposeert
in Amsterdam delen van haar foto-oeuvre. ‘Toen ik 10 was wilden andere kinderen een mooie pop, ik wilde een spiegelreflexcamera’. Elsevier’s Hugo Camps sprak ooit van de
‘mooie onschuld’ in haar ogen. ‘Ik weet niet, zie jíj het?’ - Ik kan me daar wel iets bij voorstellen - ‘Als je het ruimer bekijkt houd ik er wel van
om me over de wereld te kunnen verbazen maar dat betekent niet dat ik altijd naïef ben. Ik ben wel een beetje goedgelovig -, tenminste: ik geloof wel in de goedheid van de mensen maar ik
houd ervan om me te verbazen over de dingen die er gebeuren. Voor de journalistiek is het denk ik goed als je dat zo doet’.
Sacha de Boer en Gerard Klaasen (foto: Gerard Klaasen)
Nieuwslezeres
Een huisartsendochter, geboren in Amsterdam. Studie psychologie en communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Haar loopbaan verliep buitengewoon vlot: -
redacteurverslaggever AT-5, Radio Ten Gold, RTL-5 Nieuwslijn en tenslotte vanaf 1996 het NOS-Journaal. ‘Als je het zo opsomt lijkt het alsof het alle- maal vrij vloeibaar in elkaar
overliep maar ik heb ook een periode gehad waarin ik veel gesolliciteerd heb. Ik was net afgestudeerd als doctorandus in de communicatiewetenschap, had enige werkervaring bij AT-5 opgedaan en
dacht: nú kan ik de hele wereld aan. Maar het was begin jaren negentig moeilijk om aan de bak te komen en toen heb ik maar een eigen bedrijfje opgericht en álles aangepakt wat ik maar
aan kon pakken. Mijn weg is niet alleen over rozen ge- gaan. Het eigen bedrijfje is ter ziele, ik deed dat met mijn toenmalige vriendje en wij hadden allebei duidelijk andere ideeën over
hoe je zo’n bedrijf moest inrichten. Ik ben eruit gestapt, het bedrijf is niet lang erna geflopt en dat vriendje zie ik ook niet meer’.
Licht hypeachtig
Haar ‘verheffing’ tot nieuwslezeres van het NOS Acht Uur-Journaal als opvolgster van Hennie Stoel volgde in 2003 en leek in die dagen even een
nationaal licht hypeachtig event te zijn, met een heuse persconferentie. Vind ze dat ze het goed doet? ‘Ik kijk niet zo heel vaak terug, een beetje struisvogelpolitiek, maar áls ik
het doe dan denk ik Nou, dát kan anders en dát kan anders’. Haar eigen stijl van presenteren van het Acht Uur Journaal typeert zij als nuchter, vooral nuchter.
‘Ik presenteer vooral zoals ik denk dat in de wereld gebeurd is met verder geen swung of iets-er-aan. Het draait om de boodschap’. Ze vindt het belangrijk om het nieuws te
‘vertellen’. ‘Ja, je bent de hele dag met dat nieuws bezig en wat je dan uiteindelijk in het Acht Uur Journaal ziet is de samenvatting van wat er gebeurd is. Dat is een
kwestie van zeggen-hoe-het-is. Het is dan nét niet helemaal alsof je het nieuws zélf hebt meegemaakt maar wel dat je er héél erg dichtbij bent geweest. Dat nieuws is dan
makkelijker om te vertellen dan om op te lezen’ - Die presentatieteksten mogen geen opinies bevatten? ‘Nee, opinies heeft iedereen tóch wel dus als je gewoon de feiten
brengt zoals-ze-zijn kan iedereen daar thuis een opinie over heb- ben -, die hoeven wij ze niet in te wrijven. Ik ben er ernstig voor om gewoon de nuchtere feiten te brengen. In de plannen van
Medy van der Laan dienen alle omroepen opiniërend te zijn. Dan denk ik: “Ach, laat dat toch aan de mensen zelf over!”
Journaal
Wát je aan feiten presenteert bij het Journaal is de laatste tijd niet erg ‘gezellig’. ‘Het nieuws is eigenlijk nooit heel erg
gezellig, dat is wel jammer. We maken op de redactie wel eens grappen om een soort schaduw-Journaal te maken met alléén maar leuke vrolijke dingen maar het feit is nu
eenmaal dat nieuws datgene is dat afwijkt van het gewone, en ‘gewoon’ is dat-het-goed-gaat. ‘Gewoon’ is geen nieuws, helaas.
Ik zou heel graag een ‘goed’ Journaal
willen maken met alleen maar goed nieuws van ‘Iedereen sluit vrede, alles is mooi en aardig en er gebeuren nergens rampen’ - En de human interest-afdeling dan, de kleine feiten
van ‘Ratelslang ontsnapt in Stroe’? ‘Vind ik leuk om te lezen maar of we dat in het Acht uur Journaal moeten brengen: nee, dat denk ik niet. We doen het af en toe. Elk
nieuwsbulletin heeft een bepaalde lengte, het Journaal van Acht Uur heeft 25 minuten en dat betekent dat er 25 minuten nieuws in moet zitten. Er is niet altijd 25 minuten nieuws, soms is er
maar 10 minuten nieuws en soms is er wel voor een uur nieuws, en dat moet tóch in die 25 minuten gepropt worden. De lengte is een beetje arbitrair, het zou beter zijn als je een flexibel
Journaal kon maken. Een Britse radio nieuws- lezer zei ooit gewoon na de beginjingle van het programma: “Good evening, there is no news today. Goodbye!” Dát zou je misschien
ook moeten doen, dan kom je ook niet uit bij ‘Ratelslangen ontsnapt in Vijfhuizen’.
Verspreken
Verspreken tijdens het Journaal is niet erg, hè? ‘Als je het vaak doet wordt het misschien wel lastig om de bood-schap goed mee te krijgen maar één
keertje? Ik geloof niet dat ik me zo heel vaak verspreek, het hangt van de omstandigheden af. We zitten nu in zó’n kleine studio waar ze zijn vergeten om de zuurstof aan te sluiten.
Soms is het daar zó warm en zó zonder zuurstof dat je niet meer helemaal normaal en nuchter kunt nadenken. Het is een tijdelijke situatie en inderdaad: ik heb laatst een Journaal
gedaan waarbij ik mij wel vijf keer versproken heb. Voor mijn collega Philip Freriks ligt dat anders. Philip is eigenlijk een Fransman die al zolang in Frankrijk woont. Als hij nieuwsleest, van
die autocue, zie je onder het lezen dat zijn ‘Franse’ hersens soms Franse woorden maken van de Nederlandse dingen die er staan. Dát zijn de momenten waarop hij zich verspreekt.
Niet zo gek als je al zolang in Frankrijk woont en uiteindelijk tóch Nederlands moet praten!’
Religie
Ze noemt zich “totaal-van-God-los”. ‘Ik ben zonder religie opgevoed en heb daar later wel een beetje interesse in gehad maar ik zat op een openbare school en daar werd niet
echt iets aan religie gedaan. Er werd wel af en toe godsdienstles gegeven en dan ging het er over hoe de kinderbijbel eruit ziet, een paar oppervlakkige verhaaltjes maar als je het niet hebt
gehad dan mis je het ook niet. Ik heb ook geen trauma’s van mensen die elke zondag naar de kerk moesten. Op zondag ging ik sporten paardrijden of andere leuke dingen doen’. Mocht er
tóch ge- kozen worden dan koos Sacha de Boer liever voor de katholieken dan voor de protestanten. ‘Ja, ik houd niet van dat calvinistische, van dat zonder tierelantijnen, geef mij
maar het goede leven . Ik houd wel van goed eten en drinken’. In haar woonbuurt (de Rivierenbuurt in Amsterdam) stond tot enkele jaren een grote gezichtsbepalende Roomskatholieke kerk, de
St. Thomas van Aquino -, de kerk moest afgebroken worden. ‘Ja, ik heb nog geprobeerd om daar voor te gaan liggen, om te voorkomen dat die kerk afgebroken zou worden. Ik fietste daar vaak
langs. Hij werd niet meer gebruikt en hij is ook en tijdje gekraakt geweest. Ik vond het erg dat deze kerk werd afgebroken -, dat vind ik eigenlijk van alle gebouwen die mooi en oud zijn maar
die misschien dan geen functie meer hebben, dan moet ik toch even denken aan het nationaal erfgoed en daar hoorde deze kerk ook bij’. Haar favoriete gebod luidt: “Heb Uw naaste
lief”. ‘Omdat het zo leuk is om dat te doen. In Amsterdam waar ik woon is het soms zó grappig om tegen botte taxichauffeurs of chagrijnige mensen opeens heel aardig te
doen. Dan zie je ze ineens verbaasd kijken want ze zijn gewend dat je terugscheldt of chagrijnig terugdoet. Als je dan ineens lief doet dan breekt er soms iets bij ze. Het is grappig om te zien
als je opeens beleefd doet, iemand laat overste- ken bij een zebrapad -, dat is in Amsterdam niet heel erg gebruikelijk. Normaal gesproken word je van je sokken gereden en dan is het juist leuk
om even iets liefs te doen. Je merkt ook hoe aanstekelijk dat werkt. In de straat waar ik woon heb ik op een gegeven moment de groetplicht zelfstandig ingesteld -, ik weet niet of het door mij
komt maar iedereen groet elkaar nu in mijn straat feestelijk en dat vind ik er een heel leuk effect van. Dus: “Heb uw naaste lief”’.
Fotografe
Haar tweede leven is dat van fotografe. Op dit moment loopt er van haarzelf een expositie van eigen werk bij galerie Artisit in de Rijnstraat in Amsterdam. Het lijkt de opmaat naar meer.
‘Fotografie is echt mijn passie. Het moeilijkste is eigenlijk om een lijn aan te geven in je eigen fotografie omdat ik zovéél foto’s gemaakt heb. Ik kan zelf
héél moeilijk zien wat de kwaliteit van mijn foto’s is want bij veel foto’s heb ik ook zoveel gevoelens: de momenten dat ik ze gemaakt heb of wat ik er toen in zag en hoe
ik er nú tegen aan kijk. De foto’s die ik in de jaren tachtig maakte maak ik nu niet meer maar ik vind ze toch wel weer bijzonder omdat het vrij harde realistische foto’s waren
van zwervers en oude mensen in Amsterdam: mooie doorleefde koppen, een beetje het vuil van de stad.’ - Wat is je diepste drijfveer om fotograaf te willen zijn? ‘Dat is
ontzettend moeilijk te verwoorden. Het begon op mijn zevende toen ik mijn eerste camera in handen kreeg en ik gefascineerd raakte door het idee dat je iets kon ‘vastleggen’: je kon
de tijd stilzetten en er daarna nog naar kijken. Toen ik tien was wilden andere kinderen een mooie pop -: ik wilde een spiegelreflexcamera. Die heb ik pas van mijn zuurverdiende geld ge- kocht
toen ik 18 was’ - En nooit een mooie pop gekregen? ‘Nee, écht een trauma, ha! Nee ik had leuke camera’s, en daar was ik véél blijer mee dan met een
mooie pop’. Ook vandaag heeft Sacha een hele grote camera bij zich want ze heeft immers een opdracht van de Hoofdredactie van Het Journaal binnen om de ‘vloer’ van de
Journaalredactie voor de eeuwigheid vast te leggen. ‘Wij gaan hier binnenkort verhuizen naar één verdieping lager. Alle NOS-afdelingen van radio, tv, Teletekst en Internet komen
daar bij elkaar te zitten en dat betekent dat hier heel wat historie verloren gaat. Deze omgeving moet nog even vastgelegd worden voordat we het nooit meer weten. In de jaren zeventig zijn van
deze zelfde vloer van de Journaal-redactie foto’s gemaakt: het meubilair en alle spullen zijn allemaal heel oud, vervallen en stoffig, alleen de techniek is wel volledig vernieuwd. Nu is
het zó leuk om die foto’s van toen te zien waarop je nog een paar oude collega’s herkent en waarvan je zegt: ‘Jeetje, werkten ze toen nog met typemachines?’
Misschien zeggen ze over twintig jaar wel: “Jeetje werkten ze tóen met computers?” Dit wordt een project van vrij realistische documentaire-fotografie van de journalistieke
processen en alles wat er op die vloer gebeurt. In kleur tot op heden maar zwartwit vind ik stiekem toch wel erg mooi’.
Leven na Het Journaal
Is er tenslotte volgens Sascha de Boer leven na het NOS Acht Uur Journaal, sterker: leven na Het Journaal? ‘Ik denk het wel. Er is misschien wel een
héél mooi fotoleven na Het Journaal. Ik heb het heel erg naar mijn zin bij Het Journaal. Ik doe nu zes dagen aaneengesloten ‘Acht Uur’, daarna ben ik een week vrij waarin
ik álle tijd heb voor fotografie. Zo richt ik momenteel mijn leven in. Dat is een luxepositie en daar geniet ik heel erg van’.


