Zeven nieuwe heiligen
Hilversum (Van onze redactie) 21 oktober 2012 – Paus Benedictus XVI heft vanochtend op het Sint-Pietersplein zeven zaligen gecanoniseerd. De nieuwe heiligen zijn: de Franse jezuïetenpater en martelaar Jacques Berthieu, de Filippijnse lekencatecheet en martelaar Pedro Calungsod, de Italiaanse priester en congregatiestichter Giovanni Battista Piamarta, de Spaanse congregatiestichteres Maria Carmen Sallés y Barangueras, de Amerikaans-Duitse franciscanes Marianne Cope, De Amerikaans-Indiaanse maagd Catherine Tekakwitha en de Beierse zieneres Anna Schäffer.
Jacques Berthieu (1838 – 1896)
Jacques Berthieu was een Franse jezuïet die zijn leven wijdde aan de missie op Madagaskar. Hij werd in 1864 priester gewijd en trad vervolgens in 1873 in bij de jezuïeten. In 1875
kwam hij als missionaris aan op het eiland Réunion. Hier legde hij zich vooral toe op de studie van het Malegasi, de eenheidstaal van Madagaskar. In 1880 werden de jezuïeten op last
van de Franse overheid verdreven van Frans grondgebied. Berthieu verliet Réunion en trok naar het toen onafhankelijke Madagaskar. In 1885 werd hij algemeen overste van de missie op dat
eiland. Hij legde zich toe op een forse uitbreiding van het aantal staties en wist velen tot het christendom te bekeren. Rond 1890 was Madagaskar opnieuw onder Frans bewind gekomen. Tegen dit
bewind kwam een deel van de Madagassische bevolking in opstand, waarbij ook de missie het moest ontgelden. Berthieu werd in 1895 gevangen genomen en gefusilleerd. Hij werd in 1965 zalig
verklaard door paus Paulus VI.
Pedro Calungsod (1654 – 1672)
Pedro Calungsod, in het Spaans ook wel Calansor, was een bijzonder vrome Filippijnse jongen. Hij was misdienaar en had volgens de
overlevering het dienen tot een ware kunst verheven. Toen hij veertien was werd hij door de jezuïeten uitgekozen om als jongerencatecheet mee te gaan op een reis naar de nog ongekerstende
Ladrone-eilanden, die even daarvoor door de Spaanse autoriteiten waren omgedoopt in Marianen. Mede dankzij Pedro's inspanningen werd de missie, die aanzienlijk werd bemoeilijkt door het
onherbergzame landschap op de eilanden, een succes. Vele inboorlingen werden tot het christendom bekeerd. Op het eiland Guam vond Calungsod uiteindelijk de marteldood nadat hij ervan
beschuldigd was een kind te hebben gedood. Men meende dat het doopwater dat de missionarissen gebruikten, giftig was. Aanleiding was een baby die kort na zijn doopsel was
overleden. Pedro werd eerst door een speer getroffen en vervolgens met een kapmes onthoofd. Eenzelfde lot trof de zalige jezuïetenpater Diego Luis de San Vitores. Pedro Calungsod werd
op 5 maart 2000 zalig verklaard door de zalige paus Johannes Paulus II.
Giovanni Battista Piamarta (1841 – 1913)
Giovanni Battista Piamarta was een Italiaanse priester. Afkomstig uit een arm gezin, ging hij in 1860 naar het bisschoppelijk
seminarie van Brescia. Hij werd in 1865 priester gewijd en werd vervolgens pastoor in Brescia. Als pastoor maakte hij zich in toenemende mate zorgen over de kinderen en jeugdigen in zijn
pastorie. Met name de arbeiderskinderen leefden vaak in uitzichtloze armoede. Daartoe stichtte Piamarta verschillende ambachtsscholen, waar kinderen uit de lagere klassen een opleiding konden
volgen. In 1900 richtte Piamarta de priestercongregatie van de Heilige Familie van Nazareth op. Deze congregatie legde zich in het bijzonder toe op de zorg voor jongeren en weeskinderen. In
1948 kreeg deze gemeenschap van gewijd leven pauselijke goedkeuring van paus Pius XII. Piamarta werd op 12 oktober 1997 door paus Johannes Paulus II zalig verklaard.
Maria Carmen Sallés y Barangueras (1848 – 1911)
Maria Carmen Sallés y Barangueras was een Spaanse kloosterzuster en congregatiestichteres. Zij was afkomstig uit een
vroom gezin waarin de verering van Maria een belangrijke plaats innam. Zij was de tweede van tien kinderen. Diepe indruk maakte op haar de afkondiging van het dogma fidei van de
onbevlekte ontvangenis van Maria in 1854. Het nieuws over de Mariaverschijningen in Lourdes in 1858 volgde zij op de voet. In 1870 trad Maria Carmen in bij de zusters dominicanessen in
Barcelona. Zij legde zich met name toe op onderwijs en armenzorg. Ook begon zij met avondklassen tot verheffing van de arbeidersklasse in Barcelona. Bijzondere aandacht had zij ook voor de
ontwikkeling van meisjes en vrouwen die zij wilde onderrichten in zaken van geloof en cultuur, vanuit de overtuiging dat zij een grotere taak hadden dan alleen het grootbrengen van kinderen.
Dit kwam haar op kritiek vanuit haar eigen orde te staan. Haar werd verweten de hoofden van vrouwen te vullen met ijdelheid. Hierop besloot Maria Carmen met pijn in het hart haar orde te
verlaten. In Burgos stichtte zij vervolgens een eigen congregatie, die tegenwoordig bekend staat als de Congregatie van de Concepcionistas Misioneras de la Enseñanza. Zij werd op 15
maart 1998 door paus Johannes Paulus II zalig verklaard.
Marianne Cope (1838 – 1918)
Marianne Cope was een Duits-Amerikaanse kloosterzuster. Zij werd geboren in een Duits gezin dat toen zij twee jaar oud was naar de Verenigde Staten emigreerde. Zij vestigden zich in Utica in de
staat New York. In 1862 trad zij in bij de zusters franciscanessen en nam de naam Marianne aan. Zij werd in 1875 algemeen overste van het ziekenhuis van de franciscanessen in Syracuse, NY. Twee
jaar later werd zij generaal-overste van de franciscanessen in Noord-Amerika. Toen zij in 1883 hoorde van het lot van de melaatsen op Hawaï trok ze met een zestal medezusters naar
Kalaupapa op Molokai, waar zij zich ontfermde over de slachtoffers van de lepra-epidemie. Hier leerde zij ook Damiaan de Veuster kennen, de Vlaamse pater die in 2009 werd heilig verklaard. Zij
heeft ook hem verpleegd toen hijzelf door de ziekte werd getroffen. Een dergelijk lot werd Marianne Cope zelf bespaard. Zij bleef tot het laatst toe haar krachten wijden aan de zorg voor
melaatsen, tot ze zelf in 1918 stierf. Paus Benedictus XVI verklaarde haar zalig op 19 mei 2005, precies een maand na het begin van zijn pontificaat.
Catherine Tekakwitha (1656 – 1680)
Catherine (soms ook 'Kateri') Tekakwitha was een tot het christendom bekeerde Amerikaans-Indiaanse maagd. Zij werd in 1656 geboren als dochter van een Mohawk-opperhoofd in Fonda in de
Amerikaanse staat New York. Haar naam ('Tekakwitha' betekent 'botst tegen dingen op') dankte zij aan haar slechte gezichtsvermogen. Zij groeide op bij een oom die christenen haatte. Zij en haar
broertje werden als kind getroffen door de pokken. Haar broertje overleefde dit niet en Catherina hield er een door littekens ontsierd gezicht aan over. Zij kreeg enkele huwelijksaanzoeken die
zij afwees en begon zich steeds meer te interesseren voor het christelijk geloof. Rond haar achttiende, toen haar dorpsgenoten haar steeds meer begonnen te wantrouwen vanwege haar geloof,
vluchtte ze naar Canada, waar ze zich aansloot bij de missionarissen van Sint Franciscus Xaverius. Hier legde zij zich de rest van haar korte leven toe op de zorg voor ouderen en zieken en de
kindercatechisatie. Na haar dood in 1680 zou zij nog aan verschillende mensen verschenen zijn. Zij wordt vereerd om haar inzet voor anderen ondanks het feit dat zij zelf geen gemakkelijk leven
had. Paus Johannes Paulus II verklaarde haar zalig op 22 juni 1980.
Anna Schäffer (1882 – 1925)
Anna Schäffer was een Beierse zieneres en mystica. Zij werd in 1882 in Mindelstetten geboren als dochter van een timmerman die er een
zeer vroom huishouden op na hield. Omdat Anna graag bij de missie wilde, nam ze al op haar dertiende een betrekking aan bij een gegoede familie in Regensburg. Op die wijze hoopte ze de
bruidsschat, nodig voor toetreding in een missiecongregatie, bijeen te sparen. Rond haar zestiende kreeg ze een visioen waarin haar hevig en langdurig lijden in het vooruitzicht werd gesteld.
Zij hoopte haar lot te kunnen beïnvloeden door van betrekking te veranderen en trad als dienstmeisje in bij de boswachterij van Stammham. In 1901 overkwam haar een verschrikkelijk ongeluk.
Tijdens het doen van de was liet de kachelpijp van het fornuis waarop zij de was deed los. Toen zij trachtte deze opnieuw te bevestigen viel ze voorover met beide handen in de kokende kekel.
Vreselijke brandwonden waren het gevolg. Zij zou hiervan niet meer genezen. Bijna vijfentwintig jaar bracht zij op haar ziekbed door. Daarbij bleef zij de velen die haar bezochten bemoedigen in
het christelijk geloof. In 1910 kreeg zij opnieuw visioenen, waarna zij getekend was door de stigmata, de wondtekenen van Christus. Tenslotte raakten haar benen verlamd en kreeg ze darmkanker.
Niettemin bleef zij blijmoedig in haar rotsvaste geloof. Zij werd op 7 maart 1999 zalig verklaard door paus Johannes Paulus II.





