
'Vernieuwing van jaren 60 en 70 was barbarij'
Hilversum (Van onze redactie) 12 maart 2012 – De vernieuwingsdrang van de jaren zestig en zeventig in de Nederlandse katholieke kerk was vooral een zaak van de bovenlaag van het kerkvolk. “De gewone katholieken werd niets gevraagd.” Aldus historicus/journalist Jos Palm en kerkhistoricus Ton van Schaik gisteravond in een dubbelinterview in het RKK-radioprogramma Andersdenkenden.radiofragment:
Ondergang van Rooms Nederland
Aanleiding van het interview is de publicatie van het boek Moederkerk van Jos Palm, waarin hij aan de hand van het reilen en zijlen van zijn
familie de 'ondergang van Rooms Nederland' beschrijft. Daarin staat ook een hoofdstuk over de zogenoemde beeldenstorm, de ondemocratische gang van zaken waarbij progressieve geestelijken de
kerkinterieuren ontdeden van wat zij zagen als opsmuk.
Barbarij
“Zo haalde de pastoor van Zeddam de neogotische banken weg, terwijl daar niemand om had gevraagd. Er is barbarij gepleegd in de kerkgebouwen, er zijn koren
uit elkaar gehaald, er is een muziektraditie verloren gegaan, er is van alles verloren gegaan in de barbarij van de jaren zestig en zeventig”, fulmineert Van Schaik.
Gewone gelovigen
“Er is over gewone katholieken eenvoudig heengelopen”, zegt Van Schaik. Een recente studie wijst volgens hem uit dat het merendeel van de gelovigen
vooral wilde behouden wat hun dierbaar was.
Afwezigheid gewone katholieken
Het beste voorbeeld van de ondemocratische gang van zaken is volgens Van Schaik de organisatie van het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout
[1966-1970]. “Het percentage hoogopgeleiden dat daar zat was naar schatting 95 procent. Gewone katholieke mensen zaten daar niet.” Jos Palm: “Ik vrees dat de meest gewone
katholiek die daar zat, de latere kardinaal Simonis was.”
Walter Goddijn
De voorman van de vernieuwingsbeweging was de socioloog, pater franciscaan Walter Goddijn.
“Hij had in Noordwijkerhout met een heel apparaat de hele zaak voorgestructureerd”, zegt Van Schaik.
Teleurgestelde pater
In Moederkerk citeert Palm de architect van het Pastoraal Concilie, Walter Goddijn: 'Er is een grote tyrannie van de gelovigen; ze houden verdomd veel
tegen.' Palm schrijft daarover: “Het was een even onjuiste als begrijpelijke voorstelling van zaken van een teleurgestelde revolutionaire pater, die net als voorheen gewend was het tempo
van de gebeurtenissen te bepalen en wie het allemaal te langzaam ging, De gelovigen verkeerden immers geenszins in de positie om iets tegen te houden. Ze konden alleen maar stemmen met hun
voeten, door niet mee te doen of weg te blijven.”








