Interview met mgr. Liesen

Op 15 juli benoemde de paus de priester Jan Liesen tot een van de twee hulpbisschoppen van het bisdom Den Bosch. Gerard Klaasen sprak die dag met hem.

Veel geleerd

Monseigneur Liesen, hoe is uw benoeming verlopen?

“Ik had voor mijn vertrek naar de Verenigde Staten van de nuntius de vraag voorgelegd gekregen of ik hulpbisschop wilde worden. Dat is vanaf nu, vandaag gerekend, ongeveer drie weken geleden. Maar hij zei er bij dat dit onder voorbehoud was. Want er was een tweede man, en die moest eerst gevraagd worden en afhankelijk daarvan zou het doorgaan of niet.”

Een soort koppelaankoop?

“'Ja, dat laatste klopt beter misschien (lacht). Ik zat dus heel ver van huis. Dat was misschien ook maar goed, want ik kon daar mijn gedachten beter ordenen en er niet steeds mee bezig zijn. Maar op een gegeven moment kwam dus toch die telefoon en vanaf dat moment wist ik dat het door zou gaan.”

U bent een geleerde, hè. U heeft gestudeerd in Rome en Jeruzalem. U heeft in het bisdom Roermond eigenlijk 37 jaar vertoefd. U bent tot nog toe eigenlijk bibliothecaris, hoofd van de bibliotheek van het grootseminarie Rolduc. Daar heeft u zes man om u heen. Dat worden er nu meer"?

“Ja, nou was dat wel een nevenfunctie, hoor. Mijn eerste taak was dus gewoon lesgeven, doceren. En dat heb ik altijd met heel veel plezier gedaan, maar die bibliotheek had leiding nodig. Ook dat is op mij afgekomen. Ik heb het altijd met veel plezier gedaan en ik heb er veel van geleerd. Heel veel van geleerd.”

Ons moeder

Ik zei zo-even dat u geleerde was, maar evenzogoed kan ik tegen u zeggen dat u van de boerderij komt, hè?

“Dat is juist. Ik ben geboren en getogen op een boerderij in het Brabantse Oosterhout, aan de rand van het dorp, tegen de polder aan. De helft van de kleine grondoppervlakte die we hadden was zand en de helft was klei.”

Het kan dus nu zijn dat uw verzameling Brabantse telefoonnummers, die tot nu toe beperkt is tot uw familie, nu royaal wordt uitgebreid.

“Dat is wel heel zeker, ja.”

Uw moeder, ‘ons moeder’, die leeft nog, hè.

“Die leeft nog. Zeker! Ze is 84 en hoopt deze maand 85 te worden. En we zijn heel blij dat ze er is. Kijk, we zitten hier nu als aankomende hulpbisschoppen. Wat je van de ouders meekrijgt – tenminste voor mij geldt dat heel zeker – is je geloof. En later wordt dat gevormd, maar de kern komt van thuis. En dat is werkelijk zo. Dat is iets heel kostbaars.”

Kan het zijn, mgr. Liesen, dat u vroeger dacht dat een collaar louter toebehoorde aan bisschoppen?

“De eerste keer dat ik iemand zag met een collaar, met een priesterboord, was de bisschop die kwam vormen in de parochie. Ik had het nooit anders gezien en ik kende het niet vanuit de parochie waar ik opgegroeid ben. Heel lang heb ik dat beeld bij me gedragen, totdat ik op een gegeven moment dus zelf priester wilde worden en me ging oriënteren her en der. Ik ontdekte dat dit niet iets van alleen bisschoppen was, maar ook van priesters.'

Ja. U heeft veel bijgeleerd in de loop der jaren?

“Ja.”

Wetenschap

Mgr. Liesen, u gaat de wetenschappelijke arbeid van het bisdom in de hand houden. In Tilburg en Nijmegen zijn twee katholieke instellingen van wetenschappelijk onderwijs waar priesters gevormd kunnen worden?

“Er zijn twee wetenschappelijke instellingen en aan beide worden theologie en godsdienstwetenschappen gedoceerd. Maar het zijn geen priesteropleidingen. Dat is een andere zaak. Het is zeker niet het enige wat ik ga doen. Voor mij was de grootste verrassing dat de benoemingen naar mij toegeschoven werden. Ik ken namelijk weinig mensen, zeg maar niemand. Toen ik dat opwierp, merkte de bisdomeconoom op: goed, jij kent niemand, maar niemand kent jou en dat betekent toch dat je met niemand een verleden hebt en niemand heeft een verleden met jou. Dus iedereen kan vrij en onbevangen spreken. Ik denk inderdaad dat dit heel waardevol is. Bovendien, wat mgr. Hurkmans ook al opmerkte: je wilt elkaar goed leren kennen en met elkaar samenwerken. Dit is wel het terrein waar heel veel samen gedaan moet worden, dus ook al was het in eerste instantie een verbazingwekkende taakverdeling, nu kan ik me er goed in herkennen, ja.”

U heeft een zus die ook in een klooster  zit, hè, hier onder de grens, bij Brecht.

“Ja, mijn oudste zus – Zuster Gabriella heet ze – die is trappistin in Brecht, tussen Antwerpen en de grens met Brabant. Daar is ze dit jaar 25 jaar.”

Mgr. Liesen wordt op 18 september samen met zijn collega mgr. Mutsaerts in de Bossche Sint-Janskathedraal tot bisschop gewijd. Zijn wapenspreuk luidt: Deus providebit (‘God zal erin voorzien’). Hulpbisschoppen zijn niet verbonden aan een cathedra (bisschopszetel in een kathedraal) zoals residerende bisschoppen. Ze krijgen een benoeming met een titel van een niet meer bestaand bisdom. Mgr. Liesen is titulair bisschop van Tunnuna (Noord-Afrika).