Het mysterie van de Lijkwade

Leiden (door Jeroen Smith) 2 mei 2010 - In Turijn werd op 10 april van dit jaar voor de tiende keer sinds 1578 de Lijkwade weer tentoongesteld. Vandaag brengt de paus een bezoek aan de mysterieuze doek.

Geschiedenis
Op enige lacunes na, is de geschiedenis van de Lijkwade van Turijn inmiddels te reconstrueren. De doek is van Jeruzalem via Edessa (nu Urfa in Turkije) in Constantinopel terecht gekomen. Een ooggetuigenverslag van de intocht in deze stad in 944 heeft de eeuwen overleefd. 1204 een zwarte bladzijde: kruisridders plunderen het christelijke Constantinopel. De lijkwade wordt meegenomen naar Frankrijk. Daar begint vanaf de 14de eeuw de verering. In 1532 is de doek in Chambery en wordt geschonden door een brand. De sporen blijven zichtbaar. 1578 wordt de lijkwade naar Turijn gebracht, waar die tot op vandaag is. Eeuwenlang is het artefact in het bezit van het Huis van Savoye. Pas in 1983 als ex-koning Umberto II sterft, wordt de Heilige Stoel eigenaar. 

Foto's
In Turijn werden in 1898 de eerste foto’s gemaakt en de negatief-eigenschap ontdekt. Hier werden in 1969, 1978 en 2002 met de modernste technieken onderzoeken verricht door wetenschappers van diverse religieuze opvattingen. Is deze lijkwade werkelijk de grafdoek van Jezus? Wat spreekt er dan voor de echtheid of er tegen, wat zijn de pro’s en contra’s?


Italiaanse bisschoppen bij de plechtige opening van de expositie op 10 april 2010.

Pro’s en …
De geschiedenis en naschilderingen uit de 5de en 6de eeuw laten zien dat het doek alle eeuwen door vereerd is als Jezus’ Lijkwade. De maat en weefpatroon zijn specifiek voor een Joodse herkomst. Soortgelijke doeken zijn gevonden bij Massada (Palestina) uit het jaar 70 n.Chr. Tussen en op de vezels zijn planten pollen en steengruis gevonden. Sommige plantenpollen komen van planten die alleen rond Jeruzalem groeien en het steengruis komt ook overeen met de specifieke grondsoort van Jeruzalem. Het is dus zeer waarschijnlijk dat dit doek afkomstig is uit de eerste eeuw, het Joodse land rondom Jeruzalem. Sommigen menen zelfs een muntafdruk te zien van een Romeinse lepton, geslagen in het jaar 29. Daarna is het bijna een zaak van ‘afturven’.

De man is mishandeld, gegeseld, heeft een doornenkrans gedragen en is gekruisigd. In de rechterzijde een gapende wond bij de hartstreek, waaruit bloed is gegutst tot over de rugzijde. Er zijn in die eerste eeuw in Jeruzalem veel mannen gekruisigd (al moeten we de aantallen ook weer niet te hoog maken). Maar zo’n mishandeling, een doornenkroon, een lanssteek in de zijde. Dat weten we maar van één iemand: Jezus.

Bovendien is het merkwaardig dat iemand die als een misdadiger geëxecuteerd is, toch een volwaardige begrafenis kreeg. Wel een spoedbegrafenis in een lange wit linnen. Kennelijk was er haast bij. Ook dit vinden we terug in de Evangeliën (zie bijv. Lucas 23, 50-56). Tenslotte blijft er in de grafdoek een afbeelding achter, die uniek is op de wereld. Er bestaat in de verste verte niet iets wat lijkt op de Lijkwade van Turijn. De optelsom van deze gegevens (en nog heel wat details erbij) maken het waarschijnlijk dat we met de lijkwade van Jezus te maken hebben. Of in cijfertjes: een kans van 1 op 200 miljard dat het níet Jezus' lijkwade is.

... contra's
Zijn er dan geen contra’s? ‘Nog’ niet en wellicht komen die ook nooit. De C14-test uit 1988, die aangaf dat het doek ergens tussen 1260 en 1390 gemaakt moet zijn, bleek niet accuraat. Het weggeknipte stuk was sterk vervuild en het staat vast dat de doek zeker al in de 7de eeuw bestond. Hypothesen dat Leonardo da Vinci de maker is, zijn onzin. Van tijd tot tijd schreeuwt iemand de wereld in dat hij de lijkwade kan namaken. Maar zodra de microscoop op zijn product wordt gezet, zijn de verschillen overduidelijk. Alles spreekt (nog?) voor de echtheid.

Nog erger dan The Passion of the Christ
Wat vertellen deze doek en de afbeelding dan over de persoon en het lijden van Jezus? Allereerst dat Jezus stevig gebouwd was, ongeveer 1,77 lang, gewicht rond de 80 kilo. Hij droeg een snor en een volle baard. Men probeert voordurend vanuit de afbeelding van de Lijkwade het gezicht van Jezus na te maken, maar de afbeelding blijft iets vaags houden, zodat al die pogingen niet gelijk zijn en altijd iets subjectiefs houden. Maar bovenal weten we pas door de afbeelding en de bloedsporen hoeveel Jezus geleden heeft. Zelfs The Passion of the Christ is minder wreed. In het gezicht zien we gezwollen wangen en een ontwrichte neus, bloed in de baard en rechts de zwelling van een slag met een stok. De geseling was vreselijk, door twee mannen uitgevoerd, met een ‘flagrum’, een gesel met drie loden kogels aan het einde, die niet alleen de huid schaafde maar vooral onder de huid verwondingen aanbrachten. Zeker 100 wonden zijn hiervan te tellen. De doornenkroon blijkt een doornenkap te zijn, hard aangeduwd op het hoofd. Vooral op het achterhoofd zien we de bloedsporen, omdat daar het kruis later ook tegen aandrukte. Op de schouders schaafwonden van het dragen van de dwarsbalk van het kruis. De knielen zijn ontveld omdat Jezus verschillende maken gevallen is (op deze plekken is het steengruis van Jeruzalem te vinden). Pas door de afbeelding op de Lijkwade weten moderne artsen hoe gruwelijk een kruisiging is. De nagels werden in de polsen (handpalmen kunnen een lichaamsgewicht niet dragen) door de hoofdzenuw van de arm geslagen. Het slachtoffer hing niet stil aan een kruis te wachten op zijn dood. Gekruisigd zijn betekende een voortdurende krampreactie tegen de pijn, in de polsen, in de benen, een gevecht tegen verstikking. Het is een afwisseling van zich laten hangen aan de polsnagels met het steunen op de nagels in de voeten. Omdat Jezus al verzwakt was heeft Hij dat maar een paar uur volgehouden. Na zijn sterven heeft een Romein zijn lans in de zijde gestoken, waarna er hartenbloed en doorzichtig serum naar buiten vloeide (zie Johannes 19,33-36). De nagelwonden zijn niet uitgescheurd of opengerekt. Dit wijst erop dat de leerlingen met zeer veel zorg het lichaam van het kruis hebben genomen. Omdat de sabbat aanbrak moest er snel begraven worden. Jozef van Arimatea koopt een lijkwade en stelt zijn graf ter beschikking. Na de sabbat zouden de vrouwen terugkomen voor de definitieve begrafenis (zie Lucas 23, 50-56).

Nog een stapje verder
Maar het christelijk geloof eindigt niet bij de dood en de begrafenis van de Heer. Die zondagmorgen vindt Maria Magdalena het graf geopend en ze gaat naar de leerlingen toe. Petrus en Johannes rennen naar het graf. Daar vinden ze de grafdoeken, leeg, maar niet opzij gegooid. Het lichaam is niet weggehaald (Johannes 20, 6-7). Wat is er dan wel gebeurd? Wanneer Jezus die avond aan hen verschijnt weten ze het: de Heer is uit het graf verrezen. Is daar dan wat van te zien op de lijkwade? Indirect wel, drie aanwijzingen zijn daarvan terug te vinden.
1. De bloedsporen laten zien dat het doek niet van het lichaam is weggehaald. Het lichaam is er ‘spoorloos’ uit verdwenen.
2. De afbeelding is ontstaan toen het doek door een kracht wat gestrekt werd. Dat is te reconstrueren door de ‘vertekeningen’ ervan.
3. Men weet met alle moderne technieken nog steeds niet hoe de afbeelding aan de uiterste oppervlakte van het linnen gekomen is. Alles wijst op een ‘soort energie uitbarsting vanuit het lichaam’.

Het Gelaat van Jezus
De Lijkwade is dus een mysterieus fenomeen. Het is niet zo dat ‘alleen maar gelovigen’ denken dat dit de lijkwade van Jezus is. De complexiteit van de afbeelding triggert ook niet-christenen, intrigeert en irriteert wetenschappers. Natuurlijk zal de doek voor gelovigen een grotere zeggingskracht hebben. De Lijkwade is een stille getuige van het lijden, sterven en verrijzen van de Heer. Over elk altaar waar eucharistie gevierd wordt, moet een lange witte doek hangen als herinnering aan de lijkwade! De afbeelding van het gelaat blijft spreken, zowel wat het blote oog ziet als de negatief afdruk. Hier zien we Jezus, niet met scherpe contouren, maar als een uitnodiging Hem te zoeken in het geloof, in de Schrift, in de Eucharistie, in de Kerk, in de lijdende medemens.