Interview met secretaris KNR over onderzoek naar misbruik

14 maart 2010 - Theoloog, exegeet en jurist prof. Patrick Chatelion Counet is secretaris-generaal van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR). KatholiekNederland ondervroeg hem over het onderzoek naar seksueel misbruik binnen instellingen die werden gerund door religieuze ordes en congregaties in Nederland. Hij is aangesteld als referent en woordvoerder namens de KNR in verband met de voorbereiding van het onafhankelijk onderzoek onder leiding van Wim Deetman.

- Zowel de bisschoppen als de KNR willen een onafhankelijk onderzoek. Betekent dit dat er geen enkele bemoeienis van de Kerk met het onderzoek zal zijn?

"Inderdaad, de commissie moet haar werk onafhankelijk en zonder last of ruggespraak kunnen verrichten. Maar de kerk kan desgevraagd uiteraard wel informatie aandragen, wanneer daarom gevraagd wordt."

Onafhankelijk

- Wim Deetman zal het proces begeleiden. Wat houdt dat begeleiden in? Iets anders dan leiden?

"De heer Deetman doet voorbereidend werk voor de onderzoekscommissie. Wat de KNR betreft heeft hij de vrije hand om onderzoeksvragen op te stellen, de leden van een onderzoeksteam aan te wijzen en een tijdslijn te bepalen. KNR en Bisschoppenconferentie blijven weliswaar opdrachtgever, maar wij laten ons door Deetman adviseren over de opdrachtnemer. En ook de commissie dient alle vrijheid te krijgen om haar onderzoekstaak uit te voeren. Elke schijn dat er kaders worden gesteld en grenzen aangeven, moet worden doorbroken."

- De KNR heeft gezegd dat het wenselijk is dat slachtoffers op korte termijn in contact worden gebracht met verantwoordelijken van respectievelijk religieus instituut of bisdom. Welke vorm gaat dat krijgen? Gebeurt dat achter gesloten deuren?

"Voor slachtoffers die contact wensen kunnen we bemiddelen om dit contact tot stand te brengen. De vorm is afhankelijk van hetgeen beide partijen overeen komen en wenselijk achten. Gezien de discretie, die vereist is zal dat achter gesloten deuren plaats vinden."


Chatelion Counet tijdens de persconferentie op 9 maart in Zeist (foto: RKK/Louis Runhaar)

Celibaat

- Komen de religieuze oversten binnenkort bij elkaar om te vergaderen over het komende onderzoek?

"Dat is ons niet bekend."

- Veel is de afgelopen dagen gezegd over de oorzaken van het misbruik op kerkelijke internaten. Volgens sommigen zou het celibaat van de docenten en surveillanten iets met de kwestie te maken hebben. Wat denkt u?

"Het celibaat zou een van de factoren kunnen zijn, die hierin een rol spelen, maar gezien het feit dat seksueel misbruik ook in niet-celibataire contexten voorkomt, moeten we concluderen dat de suggestie van een monocausaal verband hier misleidend is. Maar de vraag naar oorzaken en omstandigheden van het seksueel misbruik is inderdaad van groot belang."

Imago

- Het imago van de religieuze is ongetwijfeld door de hele kwestie geschaad. Hoe groot is het leed binnen de religieuze gemeenschappen dat door de schandalen is aangericht?

"De religieuze gemeenschappen in ons land zijn aangeslagen door de verhalen over seksueel- en machtsmisbruik, die nu naar buiten komen."

- Wordt er binnen de KNR nagedacht over de verbetering van het imago?

"Het imago van religieuzen zal waarschijnlijk verbeteren, wanneer duidelijk blijkt dat de slachtoffers van mogelijk misbruik bij religieuzen gehoor vinden voor hun verhalen, dat er allerminst pogingen worden gedaan om een en ander onder het tapijt te vegen. Wij zijn erg blij dat de bisschoppenconferentie ons besluit tot een onafhankelijk onderzoek steunt en mee uitvoert. Maar los daarvan zouden de religieuzen zo'n onderzoek nooit uit de weg zijn gegaan. De bereidheid om met slachtoffers in gesprek te gaan, heeft overigens niets met imago-verbetering van doen, maar alles met zorg en aandacht."

Schuld

- Hoe wordt binnen de KNR omgegaan met de schuldvraag?

"Evenals onze leden worden we geraakt door de vele nare verhalen, die nu naar buiten komen. We zijn gericht op een genuanceerde benadering, waarin aandacht is voor de slachtoffers, voor de verdachten en voor de verantwoordelijke leidinggevenden in de periode, waarin zich een en ander heeft afgespeeld. Nederland telde in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw vele tienduizenden paters, zusters en broeders. Een verhoudingsgewijs klein aantal heeft de misdrijven waarover wij thans spreken gepleegd. U zult begrijpen dat de vele tienduizenden van destijds het verdienen dat er gegevens beschikbaar komen die de ernst en de omvang van het misbruik in proportie zetten. Elke daad van seksueel misbruik is schokkend. De opeenhoping van meldingen is verbijsterend. Maar die verbijstering mag niet ten koste gaan van nuances. Daarbij dient men de moeilijke vragen niet uit de weg te gaan. Wat wisten de bestuurlijk verantwoordelijken destijds van de gevallen? Heeft men de strafrechter ingeschakeld? Welke disciplinaire straffen heeft men zelf genomen? En hoe was dat op elkaar afgestemd? De openheid in deze vragen, de brede opdracht aan de onderzoekscommissie en de vrijheid die men krijgt dit te onderzoeken, zullen het imago van de religieuzen mee oppoetsen. Enkelen zullen misschien bang zijn voor de waarheid. De meeste religieuzen daarentegen eisen de waarheid."

Rome

- Wordt er in deze ook gecommuniceerd met de generalaten en de Congregatie voor de Religieuzen?

"De leden communiceren zelf met hun generale besturen, voorts vindt juist dezer dagen overleg plaats met de Congregatie voor de Religieuzen in Rome. De actuele kwesties zullen daarbij ongetwijfeld ook ter sprake komen. Het is een verwarrende tijd. Dat maakt het moeilijk met onze leden en met de oversten te communiceren. Steeds worden we door nieuwe feiten ingehaald. Ook daarom is het goed dat er nu snel een onafhankelijk onderzoek komt, want hoe onafhankelijk en belangeloos de media zijn, is zeer de vraag."

- Wat doen de Nederlandse missieordes en –congregaties aan misbruikpreventie op de door hen gestichte internaten in ontwikkelingslanden?

"Ongetwijfeld zijn er maatregelen genomen om misbruik te voorkomen, maar eerlijk gezegd zouden we voor een antwoord op deze vraag eerst onderzoek moeten doen. Daartoe is het nog niet gekomen."