Europees Hof: geen vraag naar religie op Turkse ID
Hilversum (Van onze redactie) 4 februari 2010 - Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg heeft onlangs geoordeeld dat de Turkse staat zijn onderdanen niet voor de keuze mag stellen of zij hun religie op identiteitsdocumenten vermelden of niet. Dat is volgens het Hof in strijd met Artikel 9 (vrijheid van gedachte, geweten en religie) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Alevitisch
De uitspraak werd gedaan in een zaak die was aangespannen door de Turk Sinan Işık uit İzmir, die tot de alevitische gemeenschap behoort. Het alevitisme is
een moslimstroming die sterk is beïnvloed door het soefisme en pre-islamitische overtuigingen.
Andere godsdienst
Volgens sommige alevitische geleerden moet het alevietengeloof echter als een onderscheiden godsdienst worden beschouwd. Işık vroeg in 2004 toestemming
om op zijn identiteitskaart ‘alevi’ in plaats van ‘islam’ in te vullen, omdat hij zich niet als moslim beschouwt. Een Turkse rechtbank wees dat af.
Vrije keuze
Tot 2006 was het voor Turken verplicht om de godsdienstige overtuiging op de identiteitsdocument te vermelden. In dat jaar werd die verplichting echter afgeschaft. Wel bleef de vraag naar de
godsdienst gehandhaafd. Het stond de burger vanaf toen vrij het vakje wel of niet in te vullen.
Artikelen 6 en 14
Işık klaagde bij het Hof dat de Turkse staat had gehandeld in strijd met Artikel 9, maar ook met Artikel 6 (recht op een eerlijk proces) en Artikel 14 (verbod op discriminatie). Het
Hof acht het echter niet nodig om de klachten betreffende de twee laatstgenoemde artikelen in behandeling te nemen.
Verweer
Işık vond dat hij gedwongen was om zijn religie kenbaar te maken en dat hij werd beperkt in zijn keuze. Turkije verweerde zich tegen de klacht omdat de plicht om de religie te
vermelden inmiddels was afgeschaft.
Ook dwang
Het Hof heeft echter geoordeeld dat Işık gelijk heeft wat betreft Artikel 9. Bovendien oordeelde het Hof dat het bieden van de mogelijkheid het vakje ‘religie’ oningevuld
te laten, ook een vorm van dwang is die tegen genoemd artikel indruist.


