Eijk verdedigt zich tegen 'gekrakeel'

Hilversum (Van onze redactie) 26 januari 2010 - Aartsbisschop Wim Eijk van Utrecht zegt vandaag in een opiniebijdrage in de Volkskrant dat het ‘gekrakeel’ over zijn persoon het hoofddoel van het aartsbisdom bijna uit het oog doet verliezen: in naam van Christus ‘het zout der aarde zijn’. 

Stienstra
“Er is de laatste weken veel te doen geweest over de verwijdering door de aartsbisschop van een zich publiekelijk misdragende vrijwilliger”, schrijft Eijk. Hij wijst daarmee op het ontslag van Nelly Stienstra als parochievrijwilliger in de Sint-Catharinakathedraal in Utrecht.

Gedragen
Stienstra, wier naam door Eijk niet genoemd wordt, trok bij diverse gelegenheden publiekelijk het besluit van de aartsbisschop om het Ariënskonvikt te sluiten in twijfel. Ook zou zij zich volgens het aartsbisdom tijdens een liturgieviering hebben misdragen. “Zowel voor orthodoxe gelovigen als voor meer vrijzinnigen geldt echter dat hij of zij zich hebben te gedragen.”

Vrijwilligers
Eijk: “Bijna ontstond de indruk dat ik vrijwilligers niet zou waarderen. Dat doe ik wel degelijk! Zonder de talrijke vrijwilligers zou het aartsbisdom niet draaien. Hun inbreng stel ik zeer op prijs.”

Kruiden
“Bij alle gekrakeel is bijna het hoofddoel van het aartsbisdom uit het oog verloren: waar staan we voor? Voor het antwoord moeten we terug naar de Stichter van de kerk: ‘Jullie zijn het zout der aarde.’ Met die woorden gaf Christus aan Zijn volgelingen een definitie en tegelijkertijd een opdracht: christenen moeten de samenleving ‘kruiden’, zij moeten smaakmakers zijn. In de huidige tijd en cultuur zijn katholieke smaakmakers in Nederland echter schaars.”

Argwaan
In zijn opiniestuk legt Eijk uit dat het voor christenen steeds moeilijker is geworden om ‘het zout der aarde’ te zijn. De eerste reden is kerkverlating, de tweede de tendens dat religie met argwaan bekeken wordt. “In die context is het moeilijk smaakmaker te zijn — hoon en afkeuring liggen op de loer.”

Waarschuwingsstickers
Eijk: “Mij bekruipt soms het gevoel dat de meer fanatieke atheïsten bijbels het liefst voorzien van waarschuwingsstickers: ‘Kan de geestelijke volksgezondheid ernstige schade toebrengen.’ Of: ‘Geloven is verslavend, begin er niet aan.’ Onzinnige claims, maar tekenend voor deze tijd waarin gelovigen geregeld ‘achterlijk’ worden genoemd.”

Geen volkskerk meer
De situatie waarin de Kerk zich thans bevindt, noopt volgens de aartsbisschop tot reorganisatie. “Het aartsbisdom Utrecht kende te lang een structuur gebaseerd op de brede volkskerk van vroeger. Met als gevolg in het afgelopen decennium jaarlijks gemiddeld een tekort van 1,7 miljoen euro op een begroting van 5 miljoen. Bij mijn aantreden in januari 2008 bleek dat wij op een faillissement afstevenden.”

Imago
Het dreigende faillissement vroeg volgens de aartsbisschop om onmiddellijk ingrijpen. “Die reorganisatie heeft mij het imago bezorgd van een bisschop die alleen over geld spreekt. Ik heb inderdaad enkele pijnlijke beslissingen moeten nemen, het meest recent de sluiting van de Utrechtse priesteropleiding.”

Potje poker met tijdgeest
Eijk verwijst verder naar de kritiek van de voormalige bisdomeconoom Jacques Klok op zijn beleid. “Onze vroegere econoom noemde onlangs in Trouw het interen van miljoenen op het eigen vermogen een vorm van ‘investeren in de toekomst’. Toch had het terugkijkend meer weg van een potje poker met de tijdgeest, waarbij die laatste heeft gewonnen: de kerkverlating is door die investeringen niet afgenomen en het aartsbisdom is bijna door zijn fiches heen.”

Parochies
Eijk: “Ik heb echter niet alleen de bisdomorganisatie ‘bij de tijd gebracht’. Ik had ook steeds een pastoraal doel voor ogen: de kerk op lokaal niveau groeikracht geven. Wil de kerk de moderne mens aanspreken, dan moet zij in het dagelijks (parochie)leven present zijn. We hebben voor de toekomst vitale geloofsgemeenschappen nodig en laten we eerlijk zijn: sommige parochies waren verre van vitaal. Daarom zijn op parochieniveau grote veranderingen doorgevoerd, die mijn voorganger al in gang had gezet. Telde het aartsbisdom tot voor kort 316 parochies, binnenkort zijn dat er nog 50. De vroegere parochies blijven als lokale geloofsgemeenschappen bestaan, maar onder een overkoepelend parochiebestuur.”

Randkerkelijken
De schaalvergroting maakt het volgens Eijk voor lokale geloofsgemeenschappen mogelijk de krachten te bundelen en samen werkelijk missionair te zijn. “Zo’n missionaire geloofsgemeenschap richt zich niet alleen op de kerkgangers, maar juist óók op randkerkelijken en op mensen die Christus en Zijn Evangelie niet kennen.”

Geestelijke DNA-test
De aartsbisschop zegt het beeld van God de Vader te koesteren “die altijd thuis is en op Zijn kinderen wacht. Eijk: “Velen ontkennen zijn Vaderschap en nemen niet de moeite voor een ‘geestelijke DNA-test’ — leven zonder God gaat hen prima af.”

Snelheidsbegrenzer
“Het knagende gevoel dat er ‘meer is tussen hemel en aarde’ raakt bedolven onder dagelijkse beslommeringen of het najagen van snel maar vergankelijk werelds geluk. Terwijl het rooms-katholieke geloof juist de kenmerken heeft van een innerlijke snelheidsbegrenzer: tijd nemen voor gebed, de dienst aan God en de medemens, versobering.”

Hoopvol
Eijk ziet ondanks de moeilijkheden hoopvolle tekenen. “Ik ben nu ruim tien jaar bisschop en in gesprekken met vormelingen merk ik dat zij steeds beter de essentie van het geloof begrijpen. Als kerk moeten wij staan voor onze identiteit. Dat is geen jarenvijftigmentaliteit, maar (voort)leven uit de Bron die van alle tijden is.”

Relatiebemiddelaars
(Aarts)bisschoppen, priesters, diakens en pastoraal werkers zijn volgens Eijk eigenlijk ‘relatiebemiddelaars’ die mensen in contact brengen met Jezus en Zijn Boodschap. “Daarin worden zij ondersteund door vele vrijwilligers. In een werkelijk missionaire kerk hebben we allemaal die rol. Want het draait niet om ons, maar om Hem.”