Paus kritisch in nieuwjaarstoespraak
Hilversum (Van onze redactie) 12 januari 2010 - Paus Benedictus XVI heeft gisteren in zijn traditionele Nieuwjaarstoespraak tot het corps diplomatique in de Sala Regia van het Vaticaan uitgebreid stilgestaan bij de klimaatproblematiek, wereldwijde etnische zuiveringen, alsmede bij sommige anti-discriminatiewetgeving in Westerse landen.
Voedselschaarste door politieke onwil
Zonder Kopenhagen een mislukking te noemen, zei de paus te hopen dat dit jaar hardere en bindende afspraken kunnen worden gemaakt op klimaatgebied in Bonn en Mexico Stad. Het voortbestaan
van sommige eilandstaten staat volgens de paus op het spel als een effectief akkoord uitblijft. Voedselschaarste is volgens de paus echter niet primair toe te schrijven aan falend
klimaatbeleid, maar veeleer aan politieke onwil. Hij wees erop dat de wereld genoeg voedsel heeft voor al haar bewoners.
Homohuwelijk
In tegenstelling tot wat in veel media wordt beweerd, nam de paus het woord “homohuwelijk” niet in de mond. Wel noemde hij “wetten of
wetsvoorstellen” in Europa, Noord- en Zuid-Amerika, die “in naam van de strijd tegen discriminatie” een aanval zouden zijn op “de biologische basis van het verschil
tussen de seksen”.
Verdreven christenen
Het hoofd van de Westerse Kerk hekelde de bevolkingsverdrijvingen die wereldwijd plaatsvinden. Met name Oosterse christenen “verlaten het land van hun voorvaderen, waar de Kerk
wortel schoot tijdens de vroegste eeuwen.” Christenen in het Midden-Oosten worden “op verschillende wijze belaagd, zelfs in de uitoefening van hun godsdienstvrijheid”.
Moord op kopten
De paus noemt expliciet Irak, Pakistan en Egypte als landen waar geweld direct gericht wordt tegen de christelijke minderheid. “Ik vraag dat alles wordt gedaan om herhaling van zulke
daden van agressie te vermijden.” De paus refereerde expliciet aan “de jammerlijke aanval” op de Egyptisch-koptische gemeenschap. Op 6 januari kwamen zes kerstvierende kopten
om het leven bij een aanslag.
Speciale vergadering
Om vervolgde christenen te bemoedigen en hen “de nabijheid van hun broeders en zusters in het geloof” te laten voelen, kondigde Benedictus voor
komende herfst een speciale bisschoppensynode over het Midden-Oosten aan.
Politieke resultaten
Als positieve resultaten van de internationale politiek van het afgelopen jaar noemde de paus het vervolg op door het Vaticaan geïnitieerde vriendschapsverdragen tussen Latijns-Amerikaanse
landen. Ook noemde hij de succesvolle arbitrage tussen Slovenië en Kroatië en het aangaan van officiële banden tussen Turkije en Armenië. Het aanknopen van volledige
diplomatieke betrekkingen tussen de Russische Federatie en de Heilige Stoel was voor de paus “reden tot grote tevredenheid”. Rusland is daarmee het 178e land dat een
ambassadeur bij het Vaticaan heeft. Ook het bezoek van de president van het formeel nog communistische Vietnam aan Rome noemde Benedictus “veelbetekenend”.
Sociaal belang van religie
Benedictus bekritiseerde "de huidige ik-gerichte en materialistische manier van denken” die zijn grenzen niet meer kent. Twintig jaar na de val
van “materialistische en atheïstische regimes” staat de wereld voor de uitdaging nieuwe politieke ordeningsvormen te vinden.
Nieuwe mentaliteit
De publieke rol van het christendom moet worden erkend, zodat gelovigen actief kunnen deelnemen aan de totstandkoming van een nieuwe mentaliteit. Seculariteit moet volgens Benedictus XVI
een andere invulling krijgen, waarbij het sociale belang van religie erkend wordt. De paus signaleerde in de westerse maatschappij en media een “vijandigheid tegen religie in het
algemeen en tegen het christendom in het bijzonder.”
Positieve seculariteit
Volgens de paus is dringend behoefte aan een “positieve en open seculariteit”, gebaseerd op “de juiste autonomie van de wereldlijke orde en
van de geestelijke orde”. Deze kunnen een gezonde samenwerking aangaan in de geest van “gedeelde verantwoordelijkheid”.
Verdrag van Lissabon
Paus Benedictus XVI memoreerde het aanbreken van een nieuwe fase voor Europa door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en constateerde “met tevredenheid” dat de
Europese Unie een “open, transparante en regelmatige” dialoog met de Kerken aangaat (Artikel 17). Benedictus drukte de hoop uit dat ze “bij het bouwen van haar toekomst altijd
zal teruggrijpen op de bron van haar christelijke identiteit”.


