Diaken is geen vervanger voor priester
Amsterdam (door Ruud Huysmans) 16 december 2009 - Het motu-proprio Omnium in mentem van paus Benedictus XVI dat gisteren is gepubliceerd, behandelt twee verschillende wijzigingen ofwel aanvullingen in het kerkelijk wetboek van de Latijnse R.-K. Kerk uit 1983.Diaken
Het document verduidelijkt allereerst de specifieke aard van het diaconaat als aparte wijding in de kerk, achter het episcopaat (de bisschopswijding) en het presbyteraat (de priesterwijding). Het wil de diaken niet meer zien als bestemd om het volk van God gezagvol langs de lijnen van leren, heiligen en besturen te leiden.
Geen substituut voor priester
De diaken heeft volgens de paus een eigen terrein, vooral dat van dienst in de caritas, in de sociale noden van mensen. Hij is niet bedoeld als een soort vervangende priester om in de zielzorg
het gebrek aan priesters op te vullen. Daarom zijn de canones 1008 en 1009 veranderd.
Volk van God
In canon 1008 wordt voortaan gesteld, dat alle gewijde katholieken, bisschop, priester of diaken, gewijd en bestemd zijn om het volk van God, ieder in zijn graad, op een nieuwe en bijzondere
titel, te dienen. Dat is een goed uitgangspunt.
Overeenkomstig catechismus
In canon 1009 komt een derde paragraaf: de bisschoppen en priesters ontvangen de zending en de bevoegdheid om te handelen in de persoon van Christus het Hoofd; de diakens daarentegen zijn
bevoegd het volk van God te dienen in de diaconie van de eredienst, van het woord en van de liefde (caritas). Bisschoppen en priesters oefenen gezag uit in de kerk namens Christus als Hoofd van
de Kerk, een diaken doet dat niet. Het een en ander is ook overeenkomstig het gewijzigde nummer 1581 van de Catechismus van de Katholieke Kerk.
Kerkverlating
Volgens canon 11 van het Wetboek blijft iedereen die eenmaal in de katholieke kerk is gedoopt of later in haar is opgenomen, altijd katholiek en aan haar wetten onderworpen. Dit schiep een
probleem bij katholieken die na hun doop nooit verder in de kerk waren opgevoed of de kerk hadden losgelaten, wanneer zij gingen trouwen. Daarom stelde het Wetboek van 1983 hen uitdrukkelijk
vrij van de regel, dat alle katholieken in de ogen van de kerk alleen geldig getrouwd zijn, als zij dat voor de kerk doen. Dit laatste betekent: voor een daartoe bevoegde priester of diaken en
twee getuigen. Als een katholiek bij formele act de kerk verlaten heeft, is zijn burgerlijk huwelijk met een niet gedoopte of met een niet katholiek gedoopte in de ogen van de kerk een geldig
huwelijk, ook al vindt er geen kerkelijke viering plaats en heeft hij geen kerkelijke dispensatie ontvangen. Wat die formele act van kerkverlating precies was en hoe dat theologisch kon, daar
was veel verschil van mening over in de kerk. Voor de rechtszekerheid was die formele act ook niet helder, integendeel. Het was moeilijk om in concreto vast te stellen, wanneer een katholiek
zonder band met de kerk nu wel of niet een in de ogen van de kerk geldig huwelijk buiten haar had gesloten.
Onhelder en betwist
In 2006 gaf de Pauselijke Raad voor de Interpretatie van de Wetteksten enige helderheid over die formele act van kerkverlating: een katholiek moet innerlijk besloten hebben de kerk te verlaten,
dit bekend hebben gemaakt aan een vertegenwoordiger van de kerk en die moet dat in ontvangst hebben genomen. Deze interpretatie schiep echter niet voldoende helderheid en bleef ook betwist in
de kerk. Zij stelde te hoge eisen aan de act van kerkverlating om betekenis te hebben voor het huwelijksrecht.
Geschrapt
Nu heeft de paus die gehele formele act van kerkverlating in de canones 1086, 1117 en 1124 van het huwelijksrecht geschrapt. Dit betekent, dat iedere katholiek in de zin
van canon 11 (in de rooms-katholieke kerk gedoopt of later in haar opgenomen) in de ogen van de katholieke kerk alleen een geldig huwelijk kan sluiten, als hij dat voor de kerk (voor een
daartoe gemachtigde priester of diaken en twee getuigen) doet. In een land als het onze zijn en zullen er veel katholieken zijn die geen band (meer) met de kerk hebben, buiten haar om alleen
burgerlijk trouwen en dan in de ogen van de kerk niet in een geldig huwelijk leven.
Discussie
Of deze wetgevende keuze van de paus de juiste is, pastoraal verantwoord is, niet op gespannen voet staat met het recht van godsdienstvrijheid en het recht om een geldig huwelijk aan te gaan,
daarover zal de discussie in de kerk vermoedelijk doorgaan.
Auteur van dit artikel:
Dr. Ruud Huysmans, priester van het bisdom Rotterdam, studeerde in Rome kerkelijk recht; van 1967 tot 2004 lector/hoogleraar canoniek recht aan de KTU in Amsterdam, aan de KTU in
Utrecht; en aan de Faculteit Kerkelijk Recht van de Katholieke Universiteit Leuven.


