Eijk: kritiek op sluiting Ariënskonvikt onterecht

Hilversum (Van onze redactie) 26 november 2009 - Aartsbisschop Wim Eijk is onaangenaam verrast door de kritiek op zijn besluit het Ariënskonvikt te sluiten. Hem werd onder meer verweten dat hij dit besluit nam zonder voorafgaand overleg met andere bisschoppen en de aartsdiocesane priesterraad.

Interview
In een interview met Katholiek Nieuwsblad legt mgr. Eijk uit wat hem ertoe heeft aangezet het besluit te nemen. De aartsbisschop vond uitstel ervan onverantwoord. Hij erkent echter dat het voor een aantal mensen als een donderslag bij heldere hemel kwam. “Wat de zaak in een stroomversnelling heeft gebracht, is de financiële tegenvaller rond het landgoed Dijnselburg, dat deels in het bezit is van het aartsbisdom”, aldus Eijk.

Verhuizen naar Dijnselburg
Precies een jaar geleden liet het aartsbisdom weten van plan te zijn de aartsdiocesane priesteropleiding naar het hoofdgebouw van het landgoed Dijnselburg in Zeist te verhuizen. Men hoopte voldoende inkomsten te genereren uit de exploitatie van het omliggende landgoed. Toen bleek dat het landgoed zonder het hoofdgebouw te weinig revenuen zou opleveren, koos het bisdombestuur ervoor de verhuisplannen te schrappen.

Geen gezicht in stad
Een van de argumenten om naar Dijnselburg te verhuizen was volgens Eijk dat ‘het convict in de stad geen gezicht heeft’. “Studenten moeten worden verdeeld over drie panden met zwaar achterstallig onderhoud. Behalve de financiële voordelen van de concentratie op één locatie zou Dijnselburg ook weer priesteropleiding van Utrecht zijn [Dijnselburg was ooit het Philosophicum van het aartsdiocesaan grootseminarie, red.]. De huidige panden hadden dan te gelde gemaakt kunnen worden ten behoeve van de priesteropleiding.”

Structurele dekking
De tegenvallende exploitatieopbrengsten van het landgoed Dijnselburg betekende dat het geld voor de priesteropleiding voor de langere termijn er niet zou komen. “Dan moet je je afvragen of die enorme kosten nog wel verantwoord zijn. Wil je de priesteropleiding voor de toekomst veiligstellen, dan moet je een structurele financiële dekking hebben. Anders ga je er vroeg of laat aan ten onder, wat het aartsbisdom bijna overkomen is. Maar die structurele dekking is er niet. Dan ga je afwegingen maken tussen kosten en aantallen studenten.”

36.000 euro per student
De aartsbisschop meldt dat het Ariënskonvikt in 1994/1995 veertig inwonende studenten telde, in 2000/2001 vijfentwintig en nu twaalf: zes voor het aartsbisdom, drie voor Groningen-Leeuwarden, twee voor Breda en één voor Rotterdam. “Verdeeld over drie panden komen we voor onze studenten op een kostenpost van 36.000 euro per student per jaar.”

Niet parasiteren
Het geld, bestemd voor een aartsdiocesane priesteropleiding, is nog niet helemaal op. “Er is nog hier en daar wat geld, maar we kunnen toch niet parasiteren op de gemeenschap tot wij zelf met pensioen zijn? Het is geen goed economisch denken als je alléén afhankelijk bent van giften en nalatenschappen.”

Niveau van De Tiltenberg
De priesterkandidaten van het aartsbisdom worden voor het komende studiejaar overgebracht naar het grootseminarie van het bisdom Haarlem-Amsterdam in De Tiltenberg in Vogelenzang. Bisschop Gerard de Korte, oud-rector van het Ariënskonvikt wees in het dagblad Trouw op de niveauverschillen tussen de Faculteit Katholieke Theologie (FKT), waar de meeste bewoners van het convict nu studeren, en De Tiltenberg.

Academische titels
Eijk: “Die niveauverschillen vallen wel mee, want De Tiltenberg is geaffilieerd met de Universiteit van Lateranen, waardoor studenten het kerkelijk baccalaureaat kunnen behalen. Op grond daarvan kan men zich krachtens het Verdrag van Bologna volgens Nederlands recht master noemen.”

Zware slag, maar niet fataal
Op de vraag van Katholiek Nieuwsblad of de aartsbisschop met zijn besluit de FKT niet benadeelt, antwoordt hij: “Nogmaals: ik zie geen andere oplossing. Natuurlijk is het een zware slag voor de FKT, die - naar ik begrijp, haar gelukkig niet in het voortbestaan bedreigt. En opnieuw: het besluit is niet genomen om de FKT om zeep te helpen. Ik ben er tenslotte de bouwbisschop en grootkanselier van. Waarom zou ik de FKT willen treffen?”