Reli-denkbeelden veranderen mee met sociale structuren
Hilversum (Van onze redactie) 25 november 2009 - Als maatschappelijke structuren door technologische ontwikkelingen veranderen, veranderen ook de religieuze denkbeelden. Dat stelt socioloog Nienke Moor in haar proefschrift Explaining worldwide religious diversity, waarop zij 2 december aan de Radboud Universiteit Nijmegen hoopt te promoveren.
‘t Onbekende verklaren
Mensen zijn geneigd het onbekende te verklaren aan de hand van wat bekend en belangrijk is in de wereld om hen heen, constateert Nienke Moor. Veranderingen in de
‘bestaanstechnologie’ van samenlevingen brengen veranderingen teweeg in maatschappelijke structuren en daarmee ook in het religieuze denken.
Bestaanstechnologie
Met bestaanstechnologie bedoelt de promovenda de technologie die mensen gebruiken om in hun bestaan te voorzien, zoals bijvoorbeeld jagen, verzamelen, akkerbouw en industrie. Mensen in
samenlevingen van verschillend technologisch niveau hebben daarom andere religieuze ideeën. Zo heeft industrialisering, de overgang van akkerbouw naar industrie, het beeld van God als
persoon doen afnemen.
Godsbeelden
“In een samenleving met een duidelijke leider die veel macht naar zich toetrekt is het idee van een God die leidt en bestuurt heel plausibel. In (post)industriële samenlevingen
waarin de macht verdeeld is en waarin mensen gewend zijn hun eigen keuzes te maken gaat zo’n godsbeeld wankelen”, aldus Moor.
Atheïsme
Het geloof in een persoonlijke god wordt volgens Moor in (post)industriële samenlevingen vervangen door het geloof in een meer abstracte god, zoals een hogere macht of kracht. Ook zijn er
steeds meer mensen die niet zeker weten of er wel iets als God bestaat, de zogenaamde agnosten, of zeker weten dat deze niet bestaat, de zogenaamde atheïsten. In tegenstelling tot eerdere
suggesties vindt Moor geen bewijs voor de stelling dat het agnosticisme een verdere afzwakking is van het geloof in een abstracte god.
Ideeënstudie
Moor bestudeerde niet alleen ideeën in pre-industriële en (post)industriële samenlevingen over god of het goddelijke, maar ook scheppingsverhalen en ideeën over het
hiernamaals.
Moeder Aarde
In de scheppingsverhalen wordt het onbekende verklaard vanuit het bekende, constateert Moor. Zo verwijzen de verhalen in voorindustriële samenlevingen (van jagers, verzamelaars, vissers,
tuinbouwers) vaak naar ‘vitale processen’ zoals geboorte, groei en dood. “Je ziet dat terug in het beeld van Moeder Aarde, die het leven voortbrengt. De eerste mens wordt dan
niet geschapen, maar geboren als gevolg van een seksuele daad tussen moeder aarde en vader hemel – zulk type verhalen vind je daar. Opvallend vaak zijn mensen en hun schepper ook ergens
familie van elkaar. Het is een voorouder, geen anonieme persoon of kracht. In de veehouderij- en akkerbouwsamenlevingen waar mensen meer controle krijgen op hun natuurlijke omgeving en mensen
minder afhankelijk worden van hun familie verdwijnen deze ideeën.”
Hemel en hel
Met industrialisering wordt het geloof in hemel en hel minder. Deze afname is sterker voor het geloof in de hel. In samenlevingen met minder bestaansonzekerheden (zoals armoede en ziekte)
geloven mensen minder vaak in een hel. Er zijn immers steeds minder mensen die onder erbarmelijke omstandigheden leven.
Doodstraf
Moor ontdekte ook een verband tussen de doodstraf enerzijds en het geloof in hemel en hel anderzijds. “Wanneer mensenrechten belangrijker worden en politieke leiders niet langer kunnen
beschikken over het leven van mensen wordt het idee van een god die mensen beloont en straft met de hemel en de hel minder plausibel.”


