?Brugse bisschop redde concilietekst over joden?

Hilversum (Van onze redactie) 12 november 2009 - Zonder de Brugse bisschop De Smedt was de historische concilietekst over de joden er niet gekomen. Dat stelt de Leuvense hoogleraar kerkgeschiedenis Mathijs Lamberigts, zo meldt KerkNet vandaag.

Concilievader
Emiel-Jozef De Smedt was van 1952 tot 1984 bisschop van Brugge. In die hoedanigheid nam hij deel aan het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965).

100ste geboortedag
De in 1995 gestorven bisschop zou op 30 oktober 100 jaar zijn geworden. Bij gelegenheid daarvan organiseerde het bisdom Brugge onlangs een herdenkingscolloquium. Daar hield kerkhistoricus Lamberigts een lezing over de rol van De Smedt bij de totstandkoming van het conciliedocument Nostra Aetate.

Prullenmand
Lamberigts deed onderzoek in de Vaticaanse Geheime Archieven en ontdekte dat de Brugse bisschop een essentiële bijdrage had geleverd aan de ratificatie van een tekst over de joden. “We mogen terecht stellen dat mgr. De Smedt het document redde van de prullenmand”, aldus Lamberigts.

Visie op jodendom bijstellen
Tijdens het concilie werd De Smedt lid en woordvoerder van het Secretariaat voor Eenheid onder de Christenen. Een jaar vóór de start van het concilie liet hij in een algemene vergadering van het secretariaat al zijn interesse blijken voor een concilietekst waarin de Kerk haar visie op de joden zou bijstellen.

Volwaardig conciliedocument
Oorspronkelijk werd zo’n tekst opgevat als een bijlage bij een document over de oecumene. Maar om politieke redenen groeide de tekst uit tot een volwaardige conciliedocument, waarin ook andere niet-christelijke godsdiensten, met name de islam, ter sprake kwamen.

Antisemitisme
“De verhouding van de Katholieke Kerk tot de joden was een erg gevoelige kwestie in die tijd”, legt Mathijs Lamberigts uit. “Zeker in Duitse kringen leefde het verlangen een einde te maken aan het antisemitisme dat in de Kerk leefde en dat in bepaalde liturgische teksten telkens weer naar boven kwam, denk aan de ‘perfide joden’.”

Kerkleiders in Midden-Oosten
In de Kerken in het Midden-Oosten bleek de overtuiging dat de joden verantwoordelijk waren voor de godmoord - tot in 1959 de klassieke leer – echter nog erg sterk. De uitbreiding van Israël in Palestijns gebied was de oorzaak van hun vijandige opstelling. De Nederlandse kardinaal Willebrands, toen secretaris van het Secretariaat voor Eenheid onder de Christenen, ondernam een reis naar het Midden-Oosten om de patriarchen te overtuigen van de concilietekst, maar zonder succes. Zij wilden niet weten van een vrijspraak van de joden voor de moord op Christus.

Interreligieuze dialoog
Bijna werd het hele document naar de prullenmand verwezen, ware het niet dat mgr. De Smedt in mei 1965 een lang en vurig pleidooi hield. Daarop nodigde Willebrands hem uit voor een tweede reis langs de patriarchen in het Midden-Oosten. Uiteindelijk zou de tekst door de overgrote meerderheid worden goedgekeurd en was de beroemde verklaring Nostra Aetate een feit. Dit document markeerde een nieuw begin van de katholieke deelname aan de interreligieuze dialoog.