Artsen melden doden pasgeborenen niet
Hilversum (ANP) 3 november 2009 - Geen enkele arts heeft vorig jaar een geval van actieve levensbeëindiging bij pasgeboren baby's gemeld. Ook in 2007 kwamen - tegen alle verwachtingen in - bij een speciale commissie geen meldingen binnen. Het valt daarom aan te nemen dat artsen dit soort situaties niet rapporteren, zei prof. Joep Hubben naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant.
Zeer zieke baby’s
Hubben, hoogleraar Gezondheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, is voorzitter van de commissie die beoordeelt of artsen terecht het leven hebben
beëindigd van zeer zieke pasgeboren baby's. De commissie die in 2007 is ingesteld door het ministerie van Volksgezondheid had verwacht per jaar twintig meldingen van levensbeëindiging
bij pasgeborenen te ontvangen.
Bang voor vervolging
Hubben denkt dat artsen mogelijk bang zijn voor strafrechtelijke vervolging. Ook vermoedt hij dat zij onvoldoende op de hoogte zijn van de toetsingscriteria. De commissie wil daarom
informatiebijeenkomsten gaan houden. Bovendien zijn artsen het niet over eens welke medische handelingen moeten worden gezien als actieve levensbeëindiging, stelt de commissie. Verder
denken artsen verschillend over de behandelperspectieven bij bijvoorbeeld een open ruggetje.
20-weken-echo
Een andere mogelijke verklaring voor het uitblijven van meldingen is de 20-weken-echo die sinds 2006 bestaat. Afwijkingen worden volgens de commissie daarmee vaker en eerder opgespoord en de
zwangerschap kan voor de duur van 24 weken worden afgebroken. Dit soort abortussen hoeft niet te worden gemeld.
Verontrustend
Bosk, de vereniging van motorisch gehandicapten en hun ouders, vindt het onbegrijpelijk en verontrustend dat artsen actieve levensbeëindiging niet rapporteren. De vereniging dringt aan op
een toetsing vooraf. “Op het moment dat actieve levensbeëindiging wordt overwogen, moet een protocol in werking treden dat voorziet in een second opinion van de medische noodzaak. De
deskundigencommissie moet direct worden geïnformeerd”, stelt een woordvoerder. Zo'n protocol komt volgens hem tegemoet aan de mogelijke angst voor vervolging.


