Vijf nieuwe heiligen
Hilversum (Van onze redactie) 11 oktober 2009 - Paus Benedictus XVI heeft vanochtend in de Sint-Pietersbasiliek vijf zaligen gecanoniseerd. De vijf nieuwe heiligen zijn: de Poolse
aartsbisschop Zygmut Szczesny Felinski, de Spaanse dominicaan Francisco Coll y Guitart, de Belgische missionaris Damiaan de Veuster, de Spaanse trappist Rafael Arnáiz Barón en de
Franse religieuze Marie de la Croix Jugan.
Vlnr: Zygmut Szczesny Felinski, Francisco Coll y Guitart, Damiaan de Veuster, Rafael Arnáiz Barón, Marie de la Croix Jugan.
Zygmunt Szczęsny Feliński (1822-1895)
Zygmunt Szczęsny Feliński studeerde wiskunde in Moskou en Parijs en werd in 1855 in Oekraïne tot priester gewijd. In 1857 stichtte hij in Sint-Petersburg de franciscaanse
Zustergemeenschap van de Familie van Maria. In 1862 werd hij door paus Pius IX benoemd tot aartsbisschop van Warschau. In het kader van de tsaristische maatregelen tegen de Januari-opstand,
werd hij in 1863 voor twintig jaar verbannen naar Jaroslav in Siberië. Hij bouwde er een rooms-katholieke parochiegemeenschap op en steunde andere bannelingen. Na onderhandelingen tussen
het Russische Keizerrijk en de Heilige Stoel, mocht hij Rusland verlaten. In 1893 deed hij afstand van het ambt van aartsbisschop en werd hij door paus Leo XIII benoemd tot titulair bisschop
van Tarsus. Hij bracht de laatste jaren van zijn leven door in Galicië. In 2002 werd hij door paus Johannes Paulus II zalig verklaard.
Francisco Coll y Guitart (1812-1875)
Francisco Coll y Guitart werd geboren in Gombrèn in Spanje. Al vanaf zijn kindertijd voelde hij zich aangetrokken tot het priesterschap.
Hij ging naar het seminarie en sloot zich in 1830 aan bij de dominicanen in Gerona. In 1831 legde hij er de eeuwige geloften af. Door antigodsdienstige wetten werd hij in 1835 gedwongen om,
samen met zijn medebroeders, de priorij te verlaten. In 1836 werd hij tot priester gewijd. Door zijn charismatische prediking raakte hij bekend in heel Catalonië. Vanuit verschillende
bisdommen kreeg hij verzoeken te helpen het geloof van de Spaanse katholieken aan te wakkeren. Guitart had een bijzondere voorliefde voor de rozenkrans. Ook stimuleerde hij de verering van
Maria in verschillende belangrijke Spaanse steden. In 1856 richtte hij de onderwijscongregatie van de Dominicaanse Zusters van de Annunciatie op. Deze congregatie verspreidde zich niet alleen
in Europa, maar ook in Amerika, Afrika en Azië. In de laatste jaren van zijn leven kreeg Francisco verschillende beroertes. Als gevolg daarvan werd hij blind. Hij stierf in 1875. In 1979
werd hij door Johannes Paulus II zalig verklaard.
Damiaan de Veuster (1840-1889)
Jozef De Veuster werd geboren in het Vlaams-Brabantse gehucht Ninde (gemeente Tremelo). Als pater Damiaan werkte hij onder leprapatiënten op het Hawaïaanse eiland Molokai. Zie
verder het artikel in de encyclopedie >>.
Rafael Arnáiz Barón (1911-1938)
Rafael Arnáiz Barón kwam uit een adellijke Spaanse familie. In 1930 begon hij aan een studie architectuur. In datzelfde jaar bezocht hij voor het eerst het trappistenklooster San
Isidro de Dueñas in Palencia, waar hij – na zijn militaire dienst – 1934 intrad. Nadat bij hem diabetes was vastgesteld moest hij het klooster verlaten. In 1936 keerde hij er
als oblaat terug. Door zijn gezondheidstoestand mocht hij geen eeuwige geloften afleggen. Hij kon maar enkele maanden in het klooster blijven omdat hij werd opgeroepen om te vechten in de
Spaanse Burgeroorlog. Na een paar maanden keerde hij, wegens ongeschiktheid voor het leger, voor de derde keer terug in het klooster. Zijn diabetes zorgde ervoor dat hij in 1937 opnieuw het
klooster moest verlaten. In december van dat jaar keerde hij er definitief terug en belandde op ziekenafdeling van het klooster. De maanden daarna verslechterde zijn gezondheidstoestand. De abt
gaf hem in 1938 als ereteken het habijt van een geprofeste monnik. Hij overleed in april van dat jaar. Zijn nagelaten brieven, notities en dagboekaantekeningen spreken van een eenvoudige
en belangeloze liefde voor God en van een beslistheid om Christus tot op het kruis na te volgen. In 1989 noemde paus Johannes Paulus II hem op de Wereldjongerendag in Santiago de Compostela
‘een voorbeeld in de navolging van Christus’. In 1992 werd hij zalig verklaard.
Marie de la Croix Jugan (1792-1879)
Jeane Jugan deed ervaring op met werk onder de armen als meid van een welgestelde christelijke dame die zieken en armen bezocht. Jeane ging niet in op een huwelijksaanzoek en wijdde haar leven
aan God. Op haar 25ste gaf zij al haar bezittingen weg en ging leven onder de armen in Parijs. Zij voorzag in haar levensonderhoud door in een kliniek te werken. Na zes jaar was zij zo uitgeput
dat zij opnieuw in dienst ging als dienstbode. Op 54-jarige leeftijd begon zij te werken als spinster en gaf al het geld dat zij overhad aan de armen. Zij trok volgelingen aan en onder haar
leiding werd de congregatie van de Kleine Zusters van de Armen gesticht. De Académie Française loofde haar inspanningen voor de armen. Uiteindelijk werd zuster Marie de la Croix,
zoals haar religieuze naam luidde, ontlast van haar functie als overste. Zij trok zich in 1852 terug in het moederhuis van de communiteit. Daar leefde zij de resterende jaren als een eenvoudige
zuster. In 1982 werd zij door paus Johannes Paulus II zalig verklaard. Haar gedenkdag is op 29 augustus.


