?Gemeenschappelijke visie op pausschap wezenlijk voor oecumene?

Hilversum (CNS/Van onze redactie) 1 juli 2009 - Een door katholieken en orthodoxen gedeeld begrip van de rol van de Bisschop van Rome gedurende het eerste millennium is wezenlijk voor de oplossing van de kwestie over het primaatschap van de paus. Dat heeft paus Benedictus XVI onlangs gezegd. Meningsverschillen over de invulling van het Petrusambt vormen de voornaamste belemmering voor de hereniging van de RK-Kerk en de Orthodoxe Kerken.

Paulusjaar
De paus had op 27 juni een ontmoeting met de orthodoxe metropoliet Emmanuel van Frankrijk, met bisschop Athenagoras van Sinope, assistent metropoliet van België, en met diaken Ioakim Billis van het Oecumenische Patriarchaat van Constantinopel. Zij vertegenwoordigden de oecumenische patriarch Batholomeos van Constantinopel bij de officiële afsluiting van het Paulusjaar op 28 juni in Rome.

Één lichaam
De paus benadrukte bij de ontmoeting dat het Paulusjaar een jaar was van “gebed, reflectie en van uitwisselende gebaren van communio tussen Rome en Constantinopel”. Zo was patriarch Bartholomeos prominent aanwezig bij de opening van het Paulusjaar. De gezamenlijke activiteiten waren volgens Benedictus de beste manier om Sint Paulus te eren. Die drukte immers de christenen op het hart “de eenheid van de geest te bewaren door een band van vrede”. De apostel “leerde ons dat er slechts één lichaam en één geest is”.

Herstel eenheid
“U weet het al, maar ik ben verheugd vandaag te bevestigen dat de Katholieke Kerk de intentie heeft op welke wijze dan ook bij te dragen aan het mogelijk maken van het herstel van de volledige communio als antwoord op Christus’ wil voor zijn discipelen”, zei de paus, verwijzend naar Johannes (17:21-22), waar Christus tot zijn Vader bidt 'dat allen één zijn'.

Schisma 1054
Oecumenische deskundigen menen dat een succesvolle hereniging van katholieken en orthodoxen afhangt van de overeenstemming tussen de beide partijen over de wijze waarop de bisschop van Rome zijn ambt uitoefende in het tijdperk voorafgaande aan het Grote Schisma van 1054.

Constantinopel en Moskou
“Met heel mijn hart hoop ik dat de misverstanden en spanningen aanwezig bij de orthodoxe afvaardigingen tijdens de laatste plenaire sessie van de [oecumenische] commissie [Italië, 1997, red.] overwonnen zijn in broederlijke liefde zodat deze dialoog breder in de Orthodoxie gedragen wordt”, zei de paus tot de drie orthodoxe delegaten. De paus verwees daarbij naar meningsverschillen tussen het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel en het Patriarchaat van Moskou.