Pastoor: abortus even erg als nazistische rassenmoord

Hilversum (Van onze redactie) 7 mei 2009 - Er bestaat geen wezenlijk verschil tussen abortus wegens een handicap of ongewenst geslacht enerzijds, en het doden van mensen wegens hun ras door de nazi’s anderzijds. Dat betoogt pastoor Cor Mennen uit Oss in zijn weblog.

Gruwelen
Mennen is de derde priester van het bisdom Den Bosch die deze week een verband legt tussen de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog en abortus en euthanasie in onze tijd. Hij is lid van het kathedraal kapittel van het bisdom. Ook is hij bisschoppelijk gedelegeerde voor liturgische zaken. Als kannunik is hij één van de belangrijkste adviseurs van bisschop Antoon Hurkmans.

Mensenrassen
“De absolute beschermwaardigheid van het menselijk leven pas laten beginnen bij 8 weken, 20 weken of bij de geboorte, is even willekeurig als bepaalde mensenrassen beschermwaardiger te vinden dan anderen”, schrijft Mennen. “Alleen is het eerste aanvaard in onze samenleving en het tweede tijdens de nationaal-socialistische overheersing.”

Leven ondergeschikt aan ideologie

“Is het zo ver gezocht een vergelijking te maken met bepaalde praktijken van het nationaal-socialisme op het gebied van abortus en euthanasie waarvan we direct na de oorlog nog gruwelden maar die ondertussen in onze maatschappij met dezelfde argumenten als toen breed aanvaard zijn”, vraagt Mennen zich af.  “Nee, natuurlijk niet. In wezen is het hetzelfde: menselijk leven ondergeschikt maken aan een ideologie.”

‘Uiterst ongelukkig’
Mennen valt in zijn weblog zijn collega Jan Heeffer uit Someren bij. Die legde in een toespraak bij Dodenherdenking een verband tussen de gruwelijkheden in de concentratiekampen, de folteringen en de onvrijheid in de Tweede Wereldoorlog en abortus en euthanasie nu. Het bisdom Den Bosch steunt diens pleidooi voor de absolute beschermwaardigheid van het menselijk leven, maar noemde de vergelijking met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog 'uiterst ongelukkig'. Pastoor Jan Groos uit Kaatsheuvel schaarde zich gisteren achter de uitspraken van Heeffer.

‘Mongooltje had niet gehoeven’
Net als Heeffer ziet Mennen in de herdenking van 4 en 5 mei een aanleiding om kritische vragen te stellen over de vrijheid in onze samenleving. “Hoe staat het met de vrijheid van de duizenden ongeborenen wier leven met staatsgoedkeuring wordt afgebroken?” En, zo vraagt hij zich af: “Hoe vrij zijn we als we de verwijtende blikken zien in onze samenleving richting ouders van een mongooltje; blikken die zeggen: dat had toch niet gehoeven. Jullie zadelen de samenleving wel met een onnodige financiële last op.”

Liever een jongen
Het maakt volgens Mennen niet veel verschil of mensen gedood worden omdat ze tot een bepaald ras behoren of omdat ze een bepaalde handicap hebben of omdat het een meisje is terwijl ouders graag een jongen hadden. “Ja, zeggen ze dan, maar een ongeboren vrucht is nog geen mens maar een deel van het lichaam van de moeder: een hoopje weefsel. Dit druist in tegen iedere wetenschap en menselijke ervaring. Vanaf het moment van de bevruchting is alles gegeven waardoor een mens uitgroeit tot wat hij later zal zijn.”

Vrijheid gebreideld
Mennen weet dat hij met zijn uitspraken ‘op gevoelige tenen’ gaat staan: “Kritiek op ons morele gedrag verdragen we niet en zeker geen vergelijking met de tijd van de bezetting. Dat heeft pastoor Heeffer in Someren bij de 4-meiherdenking ervaren. Het is nu eenmaal hoogst ongepast om de euforie van ‘wij nu totaal veel beter’ dan ‘zij toen’ in vraag te stellen. En zo wordt de vrijheid weer gebreideld.”