'Martelaren van Roermond waren geen martelaren'

Roermond (Van onze verslaggever) 27 maart 2009 - De Martelaren van Roermond waren geen martelaren, maar slachtoffers van roofmoord. Dat zei kerkhistoricus prof. Peter Nissen gisteren in een lezing in het voormalige kartuizerklooster van Roermond. Vandaag wordt daar de expositie 'Het Geheim van de Stilte' over het kartuizerleven geopend.

Willem van Oranje
Op 23 juli 1572 namen troepen van Willem van Oranje de vestingstad Roermond in. De huurlingen waren op zoek maar buit en dachten die aan te treffen in onder meer het kartuizerklooster van Roermond. Minstens twaalf monniken werden er op gruwelijke wijze afgeslacht. Zij zijn de katholieke kerkgeschiedenis ingegaan als de Martelaren van Roermond.

Omwille van hun geloof
De prior-generaal van de orde der kartuizers, dom Marcellin Theeuwes, schrijft in het voorwoord van de expositiecatalogus dat de 'twaalf monniken van de Roermondse kartuize met hun bloed getuigden van hun onlosmakelijke band met de kerk van Rome'. Ook bisschop Wiertz zegt dat zij 'omwille van hun geloof (...) de dood zijn tegemoet gegaan'. Dat doet de bisschop van Roermond in zijn voorwoord van het boek De Martelaren van Roermond van Ben Hartmann, dat vandaag bij de opening van de kartuizerexpositie gepresenteerd wordt.


Schilderij van de slachtpartij, te zien op expositie 'Het Geheim van de Stilte' (foto: RKK)

Wederdopers
Nissen: "Je kunt niet zeggen dat de kartuizers omwille van hun geloof zijn gestorven. De soldaten van Willem van Oranje waren uit op oorlogsbuit en toen ze dat in de kartuis niet aantroffen, werden de monniken afgeslacht. Een martelaar is echter iemand die wordt vermoord vanwege zijn geloofsgetuigenis. Dat kan wel gezegd worden van de wederdopers die enkele jaren daarvoor in Roermond op de brandstapel terechtkwamen."

Spuitend bloed
Het eerste slachtoffer in de kartuis was de portier, broeder Stefanus. Hij werd doodgeknuppeld en opengesneden. Andere monniken werden in hun cel, in de gangen of in de kerk, waar de meesten waren samengekomen, doodgeslagen, met kogels doorboord of met dolken en zwaarden doodgestoken. In de broederkapel werd pater Severus uit Koblenz met een zwaard doorstoken, waarbij zijn bloed achttien voet tegen de muur opspoot. De huurlingen vermoordden ook drie reguliere kanunniken en één of twee minderbroeders. De pastoor van Roermond raakte gewond maar wist tegen een losprijs van duizend rijksdaalders te ontkomen.

Relieken
De lichamelijke resten van de 'Martelaren van Roermond' worden bewaard in de kerk van de kartuis, de huidige Caroluskapel.  


Een van de reliekkasten in de Caroluskapel (foto: RKK)