Geestelijk verzorgers moeten onafhankelijk blijven

Hilversum (Van onze redactie) 22 december 2008 - Aalmoezeniers en andere geestelijk verzorgers bij Defensie moeten geen grotere rol krijgen bij het tegengaan van pesten en ongewenst seksueel gedrag binnen de krijgsmacht. Staatssecretaris Jack de Vries (Defensie/CDA) legt een suggestie van die strekking van de SGP-Kamerfractie naast zich neer.

Ongewenst gedrag
De Kamer heeft een wijziging van de Wet militair tuchtrecht in beraad. Door preventie en verhoging van de boetes, moet ongewenst gedrag binnen de krijgsmacht verder worden teruggedrongen. De SGP had in september geopperd dat de geestelijke verzorging een steviger rol kan spelen bij preventie van pesten en ongewenste seksuele intimiteiten. De Vries ziet daar niets in, schreef hij eind vorige week aan de Tweede Kamer.

Onafhankelijkheid
De staatssecretaris wijst er op dat geestelijk verzorgers geen corrigerende taak hebben. Ook zou hun onafhankelijkheid in het geding komen als zij een rol krijgen bij de handhaving van het tuchtrecht. Dat neemt niet weg dat door de begeleiding door geestelijk verzorgers ongewenst gedrag wordt tegengegaan. Maar om hun pastorale taken onafhankelijk te kunnen uitoefenen zijn geestelijk verzorgers buiten de hiërarchische organisatie van de krijgsmacht geplaatst.

Krijgstucht
Geestelijk verzorgers vervullen geen rol bij het handhaven van de krijgstucht. Om buiten de krijgstuchtelijke verhoudingen te blijven zijn zij niet aangesteld als militair maar als burgerambtenaar. Geestelijk verzorgers zijn burgers in militair uniform die door een zendende instantie (kerk, humanistisch verbond) voor benoeming aan de minister van Defensie worden voorgedragen, schrijft De Vries.