Oud Arabisch manuscript van Mariken van Nieumeghen ontdekt
Hilversum (Van onze redactie) 5 november 2008 - In een 19e-eeuws handschrift uit Oost-Turkije ontdekte de Nijmeegse hoogleraar Herman Teule vorig jaar iets opmerkelijks: een Arabische vertaling van het 17e-eeuws verhaal Mariken van Nieumeghen.
Geschenk
Het Instituut voor Oosters Christendom van de Radboud Universiteit kreeg in 2007 een stapel 19-eeuwse handschriften cadeau. De schenker was dr. Jan Sanders, specialist op
het gebied van het christendom in het Midden-Oosten. Het oog van prof. Teuler, hoogleraar oosters christendom, viel toevallig op een handschrift uit 1821, opgetekend in de Turkse stad Mardin,
vlakbij de grens met Syrië.
De stad Numája?
De tekst van het handschrift bleek in het Arabisch geschreven te zijn, maar genoteerd in het oud-Syrische schrift, een combinatie die de tekst lastig te lezen maakt. Vandaar dat Teule niet
meteen wist wat hij las. “Er stond iets als: 'Er was een meisje geboren, Mariam, in het land…' en dan stond er een woord dat onleesbaar was door de codes die de schrijver gebruikte.
Iets als Jaldariyya of zo, meer kon ik er niet van maken. Ik had er ook nog nooit van gehoord. Maar goed, ik las verder: '… in de stad Numája' – dat zei me ook niets.”
Gelre en Nijmegen
Hoe verder Teule vorderde, des te bekender kwam het verhaal hem voor. Het leek wel Mariken van Nieumeghen. “Jaldariyya zou dan Geldria of Gelre zijn,
en Numája inderdaad Nijmegen,” zegt Teule. Nadere bestudering en vergelijking maakten duidelijk dat de hoogleraar inderdaad een verkorte versie van het Mariken-verhaal in handen had.
Missionarissen
Hoe kwam dat vroeg 16e-eeuwse verhaal, dat rond 1515 voor het eerst in druk verscheen in Antwerpen, in het 19e-eeuwse handschrift uit Mardin terecht? “Op zich is het niet héél
vreemd dat het Marikenverhaal in de Arabische wereld is beland”, vertelt Teule. “In de 16e- en 17e-eeuwse trokken diverse Nederlandse en Vlaamse missionarissen naar het oosten om de
christenen in het Midden-Oosten te winnen voor het westerse, Europese christendom. Daartoe vertaalden ze veel belangrijke theologische of devotionele werken vanuit het Latijn, Italiaans of
Frans in het Arabisch.”
Via 18-eeuws Italië
Het duurde even voordat Teule de bron van ‘zijn’ Syrisch-Arabische Mariken gevonden had. “Mariken van Nieumeghen is al eind 16e-eeuwse, begin 17e-eeuwse eeuw in het
Latijn vertaald. Die versie is echter niet naar het Arabisch vertaald, maar wel al vrij snel naar het Italiaans. Alleen bleek ook díe versie niet de bron van de Mariken uit Mardin.’
Sint Alphonsus
Verder speurwerk naar Marikenvertalingen leidden Teule naar de Italiaanse auteur en heilig verklaarde stichter van de redemptoristen Alfonso de Liguori (1696-1787): die bleek zowel de Latijnse
als de Italiaanse vertaling te kennen. “En die twee uitgebreide versies van het Marikenverhaal heeft hij tot een kortere, Italiaanse versie samengevat, die hij opnam in zijn boek
Glorie di Maria, dat in 1750 verscheen. Die versie en de tekst uit het manuscript dat ik voor me had, komen vrijwel voor honderd procent overeen.”


