Spaanse tempeliers klagen paus aan
Hilversum (Van onze redactie) 4 augustus 2008 - Spaanse tempeliers die zichzelf zien als de erfgenamen van de middeleeuwse tempelorde hebben paus Benedictus XVI aangeklaagd. Dat heeft de
Spaanse krant
El Mundo afgelopen weekend bericht.
Ketterij
De tempeliers eisen het herstel van hun orde, die in de 14e eeuw het slachtoffer werd van een complot tussen koning Filips de Schone van Frankrijk en paus Clemens V. De orde werd destijds
ontbonden na beschuldigingen van ketterij en de laatste grootmeester van de Tempeliers, Jacques de Molay, stierf op de brandstapel. Sindsdien is de orde verboden.
Hof van cassatie
De eis van de Spaanse tempeliers ligt op dit moment bij het Spaanse hof van cassatie. Een lagere rechtbank weigerde eerder de zaak in behandeling te nemen, met als argument dat de rechtbank geen
bevoegdheid heeft om te oordelen over zaken die zich 700 jaar geleden afspeelden.
Politieke druk
Het Vaticaan publiceerde op 25 oktober 2007 een boek genoemd
Processus contra Templarios over de ondergang van de middeleeuwse ridderorde. De publicatie is
gebaseerd op het perkament van Chinon, dat zes jaar eerder werd aangetroffen in het Geheim Archief van het Vaticaan nadat het jarenlang verkeerd was geklasseerd. Uit dit document zou blijken dat
de paus handelde onder politieke druk van de Franse koning Filips IV.
Tempeliers 6 mei 2007
Verum Bonum Pulchrum, 6 mei 2006
In 2006 was het 700 jaar geleden dat Tempeliers werden opgerold: in heel het Franse koninkrijk werden de ridders opgepakt, gemarteld en terechtgesteld. De afgelopen tijd werden in ons land zeker drie historische studies over hen uitgebracht of herdrukt, waaronder De Tempeliers. De orde van de Tempel tijdens de kruistochten en inde Lage Landen van de Vlaamse auteur Jan Hosten. In deze radiouitzending aandacht voor deze studie.
Monastieke militairen
De Orde der Tempeliers werd in 1118 gesticht met oog op de bescherming van pelgrims naar het Heilig Land. Het bijzondere van deze ridders was dat zij zowel
monnik als militair waren. Hun kloosterregel werd geschreven door Sint Bernardus van Clairveaux. In Jeruzalem waren zij gevestigd op het Tempelplein, dat moslims nu nog steeds aanduiden als
Haram al-Sharif, ‘het edele heiligdom’. Na de christelijke verovering van de Heilige Stad waren de daar staande islamitische heiligdommen, de Rotskoepel en de Al-Aqsa-moskee,
omgevormd tot respectievelijk een paleis en een Mariakerk. Na de val van Akka in 1291 moesten de Tempeliers het Heilig Land verlaten en werd het hoofdkwartier van de grootmeester naar Cyprus
verplaatst.
Mogendheid
Door de Kruistochten was de Orde uitgegroeid tot een economische mogendheid. Overal in Europa hadden de tempeliers vestigingen. In Nederland hadden de Tempeliers huizen in
Aarle-Rixtel, Heusden, Middelburg, Zierikzee, Haarlem, Beverwijk en op Texel. Vooral in Frankrijk hadden ze veel macht. Dit tot ergernis van koning Filips IV, die zich in zijn soevereiniteit
voelde aangetast. Hij beschuldigde de ridderorde van ketterij en liet hen wreed vervolgen.