'Raad van Kerken heeft alle reden voor feest'

Hilversum (ANP) 16 april 2008 - De Raad van Kerken in Nederland heeft alle reden in juni zijn 40-jarig bestaan te vieren. Zijn belangrijkste verdienste is dat sinds 1968 de verenigende krachten binnen de kerken de overhand hebben gekregen.

Jubileum
Dat zei voorzitter Henk van Hout van de raad vandaag bij een persbijeenkomst van de interkerkelijke organisatie in Amersfoort. De raad, waarbij zeventien kerken zijn aangesloten, viert het jubileum 21 juni in Utrecht. Behalve Van Hout spreekt dan ook Ineke Bakker, oud-secretaris van de raad.

Oecumene
Van Hout wees op een reeks successen van de oecumene (het streven naar eenwording) sinds 1968. Zo erkennen veel kerken elkaars doop, zingen gelovigen uit diverse kerken dezelfde liederen, werken kerkleden samen bij de hulp aan illegalen, en zoeken zij contact met de moskee in hun buurt.

Ergernis
Volgens Van Hout heeft de raad zijn bestaan te danken aan ‘de ergernis over de verdeeldheid van de kerken’. “Als je je niet ergert, geef je het artikel in de geloofsbelijdenis op dat je in een kerk gelooft.” Hij riep de kerkleiders op meer van binnenuit over de oecumene te spreken. Dat zal volgens hem een stimulans voor andere gelovigen zijn.

Oecumene van het hart
Ook de komende jaren zullen samenleven, samen werken en samen spreken de hoofdtaken van de raad blijven, voorspelde Van Hout. Hij noemde zeven terreinen waarop de raad de komende jaren zijn aandacht zal richten. Daartoe behoren de contacten met aanhangers van godsdiensten als de islam, de verbreding van de oecumenische beweging tot de Pinkster- en Evangelische kerken, en de intensivering van het gesprek over kerkelijke eenheid. Ook willen de lidkerken de spirituele oecumene, ‘de oecumene van het hart’, bevorderen.

Goede boodschap
In verband met de viering van het 40-jarig bestaan heeft de raad een jubileumkrant uitgebracht, waaraan onder anderen oud-premier Ruud Lubbers, oud-minister Annemarie Jorritsma en burgemeester Job Cohen van Amsterdam hun medewerking hebben verleend. Cohen roept als buitenstaander ‘met de nodige schroom’ de kerken op zich meer af te vragen hoe zij de ‘goede boodschap van het evangelie’ op een aansprekender manier voor het voetlicht kunnen brengen.