Over tien jaar nog 20 tot 30 kloosters over

Hilversum (ANP) 7 april 2008 - Nederland kent nog 150 kloostergebouwen die een religieuze functie hebben. Door de sterke afneming van het aantal paters, broeders en zusters zijn er daarvan naar verwachting over tien jaar nog ongeveer twintig tot dertig over.

Invloed
Voor de andere gebouwen zullen de religieuze ordes en congregaties een nieuwe bestemming moeten bedenken. Het boekje Kloosters als religieus erfgoed van Sjef Hendrikx helpt hen zo lang mogelijk invloed op de herbestemming van de kloostergebouwen te houden.

Casino
Hij noemt het logisch zo veel mogelijk aan te sluiten bij de traditionele functies die een klooster heeft gehad. Daardoor ligt een bestemming als feestzalencomplex, casino of winkelcentrum niet voor de hand. Als een orde of congregatie het leegkomende gebouw een religieuze functie wil geven, kan zij denken aan overdracht aan een andere orde of aan een niet-rooms-katholieke, maar wel christelijke instelling.

Concertzaal
Bij een niet-religieuze functie die zo veel mogelijk bij de traditionele functies van een klooster aansluit, kan een orde of congregatie denken aan een museum, bibliotheek, concertzaal of schouwburg.

Slopen
Soms wordt besloten het kloostercomplex te slopen. Volgens Hendrikx wordt zo'n beslissing in veel gevallen genomen zonder zorgvuldige afweging van culturele, functionele en economische belangen. Het is doorgaans de gemakkelijkste weg, zeker als de locatie voor bijvoorbeeld een projectontwikkelaar goede perspectieven biedt.

Herbestemming
De Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR), het samenwerkingsverband van de ordes en congregaties, presenteerde het boekje Kloosters als religieus erfgoed. Bouwstenen voor een te voeren beleid vandaag samen met een stappenplan voor de herbestemming van de kloosters in priorij Emmaus in Maarssen. Voorzitter Wim Eggenkamp van het Jaar van het Religieus Erfgoed 2008 nam het eerste exemplaar in ontvangst.

Biddende stenen
Oud-bisschop Philippe Bär van Rotterdam onderstreepte dat “stenen blijven bidden”, ook al heeft het gebouw zijn functie van kerk of klooster verloren. Hij wilde daarmee aangeven dat iedereen, ook ongelovigen, beseft dat een vroegere kerk of klooster iets speciaals blijft houden. Bär, die het bisdom Rotterdam van najaar 1983 tot maart 1993 leidde, bepleitte een zeer zorgvuldige omgang met en veel aandacht en eerbied voor “zaken die met God te maken hebben”.