?Geen twijfel aan authenticiteit Erfurt-sermoenen?

Hilversum (Van onze redactie) 25 maart 2008 - Prof. dr. Paul van Geest heeft er nog geen bewijs van gezien dat zes onlangs in Erfurt opgedoken preken inderdaad van Augustinus zijn. “Maar het feit dat de gezaghebbende Weense Augustinus-expert Dorothea Weber ze voor authentiek houdt, is voor mij reden genoeg om ze als echt te aanvaarden”, aldus de hoogleraar Augustijnse studies aan de Universiteit van Tilburg en de VU in Amsterdam tegenover katholieknederland.nl

Sermo Erfurt 5
De documenten werden onlangs in een bibliotheek in Erfurt (in de voormalige DDR) ontdekt. In wetenschappelijke kringen zullen de stukken de naam sermones Erfurt krijgen. Van Geest staat te popelen om ze te bestuderen. Vooral Sermo Erfurt 5 wekt zijn interesse. Die gaat over de martelaar Marcellinus (296-304). Deze bisschop van Rome was evenals Augustinus lange tijd heiden geweest.

Contra donatisme
Volgens Van Geest trekt de kerkvader in deze lofzang op Sint Marcellinus fel van leer tegen het donatisme. De donatisten verweten Marcellinus dat hij ooit tijdens een golf van christenvervolging zijn geloof zou hebben verloochend om daarmee zijn leven te redden. “Ik denk dat Augustinus het in deze preek heel boos opneemt voor Marcellinus. Want was hij immers niet onder keizer Diocletianus de marteldood gestorven? Dus hoezo, een verkwanselaar van het geloof?”, zegt Van Geest.

Ark van Noach
“De donatisten vormden in Noord-Afrika een parallelle kerk. Zij waren ervan overtuigd dat de verlossing door rituelen verworven kon worden. Zij beschouwden hun kerk als de ark van Noach, waarin alleen zij gered zouden worden. Ze waren dus isolationistisch en naar binnen gekeerd”, aldus Van Geest. “Augustinus benadrukte het belang van de persoonlijke inspanning bij het heilig worden. Je moet je inspannen om een deel van een gemeenschap te worden, waarin mensen elkaar ’heiligen’. Pas dan worden ze ontvankelijk voor de genade. Augustinus zag de kerk ook veel meer als een universeel, wereldomspannend fenomeen en was tegen sektarisme.”

Broederschap
Marcellinus was een man van het gezamenlijk geloven, niet van het ’ik’, zegt Van Geest. De legende die Augustinus moet hebben gekend zegt namelijk dat Marcellinus en zijn broer de marteldood stierven onder het bidden van psalm 132: ’Hoe goed is het als broeders samen te leven’. Dat de communio [gemeenschap] de weg naar God was, is een gedachte die Augustinus tot de grondslag maakte van zijn Regel. Deze kloosterregel werd richtinggevend werd voor het christendom.

Bloed der martelaren, zaad der kerk
“Het martelaarschap was volgens Augustinus geen solistische daad, maar een gebeurtenis waarin je elkaars lotsverbondenheid kon ervaren”, aldus Van Geest. “Bovendien stelde hij het martelaarschap voor als gemeenschapsstichtend. Het bloed der martelaren is het zaad der kerk, luidt een oeroud christelijk gezegde. Welnu, kerk moet hier verstaan worden als de gemeenschap van personen die door het geloof met elkaar verbonden zijn.”

Vrouwenhater?
Van Geest is ook benieuwd naar Sermo Erfurt 1. Die preek gaat over de martelaressen Perpetua en Felicita. Die kan wel eens een genuanceerder beeld geven van hoe Augustinus over vrouwen dacht. “Hij wordt vaak neergezet als een vrouwenhater, maar dat was hij niet. De bereidheid tot het brengen van het hoogste offer, hun leven, bewijst dat deze vrouwen volgens Augustinus zelfs de ergste vijand overwinnen, al behoren ze volgens hem tot het zwakke geslacht.”

Benedictus XVI
Van Geest is ervan overtuigd dat paus Benedictus met grote belangstelling de studie van deze preken zal volgen. “Het is bekend dat deze paus een grote bewonderaar van Augustinus is. Dat blijkt bijvoorbeeld uit zijn twee encyclieken, waarin hij de kerkvader vaak citeert.”