Theoloog Häring verdedigt Nederlandse dominicanen tegen ?inquisitie?
Hilversum (Van onze redactie) 13 februari 2008 - De Duitse theoloog Hermann Häring heeft in een open brief forse kritiek geleverd op de Franse theoloog Hervé Legrand. Deze schreef in opdracht van de magister-generaal van de dominicanenorde een rapport over de brochure Kerk & Ambt van de Nederlandse dominicanen. Legrand, zelf ook dominicaan, liet geen spaan heel van de brochure. Maar de Fransman zou volgens Häring de strekking van Kerk & Ambt niet goed begrepen hebben, zo laat hij Legrand in felle bewoordingen weten.
Onkunde over Nederlandse situatie
Häring, emeritus hoogleraar van de Radboud Universiteit Nijmegen,verwijt Legrand dat hij een oordeel velt over Kerk & Ambt zonder dat hij kennis heeft genomen van de specifiek
Nederlandse situatie. “Omdat u de Nederlandse situatie niet kent, ontdekt u in het document een paradox van tegenstrijdige communicatie. Maar ik kan aantonen dat uw geschrift vol
belastende tegenstrijdigheden zit. U stelt zichzelf voor als een deskundig communicatiewetenschapper, maar verwaarloost de grondregel van dat vak: Niet eenmaal bekommert u zich ook maar in de
verte om de context van het verhaal”, aldus de emeritus hoogleraar, die ooit student was bij Joseph Ratzinger, de huidige paus.
Op de man gespeeld
Häring ergert zich aan de wijze waarop zijn Franse collega zich opstelt. “In plechtige bewoordingen presenteert u zich als de grote deskundige in kerkelijke theorie en praxis, en met
verachting probeert u de schrijvers van het document als onwetenden neer te zetten. Häring speelt in zijn open brief op de man. “U weet natuurlijk alles en werpt zich als de
eigenlijke specialist voor detailvragen op. Woorden al ‘schisma’ en ‘sekte’ vliegen om de haverklap uit uw pc.”
Bedwelmd door ketterij
Bepaalde uitlatingen van Legrand stuiten Häring zo tegen de borst dat de laatste ze in verband brengt met ‘de geest van een inquisitie van de ergste soort’. “Is die
werkelijk nog niet overwonnen of steekt ze in Rome opnieuw de kop op?”, vraagt Häring zich af. Hij vindt dat Legrand ‘bedwelmd is door de vermeende ketterij’ van Kerk
& Ambt. “Geachte pater Legrand, we hebben in Nederland niet met ketters te maken, maar met katholieken die men steeds meer de mogelijkheid ontneemt om de eucharistie te
vieren.”
Piramidale kerkmodel
Pater Legrand schrijft in zijn stuk dat de officiële kerkelijke autoriteiten in Kerk & Ambt min of meer buiten spel worden gezet. Hij constateerde dat de auteurs zich steeds
negatief uitlaten over de kerkelijke leiding en positief over de 'basis' of 'kerk van onderop'. Daardoor wordt volgens Legrand een deel van de Kerk gediskwalificeerd en daarmee zouden de
Nederlandse dominicanen bij voorbaat de sfeer voor een open dialoog, waartoe zij in Kerk & Ambt juist oproepen, verzieken. Legrand vindt dat de auteurs het door henzelf verworpen
piramidale kerkmodel omkeren ten gunst van de ‘basis’, waar het eigenlijke kerkelijke gezag zou moeten liggen. Legrand zegt dat het juist gevaarlijk is om de basis gezag toe te
kennen. Häring verwerpt deze kritiek en verwijt Legrand dat hij ‘met een verachtende ondertoon over de ‘basis’ spreekt:
“Wat zich in de Nederlandse gemeenten aan de basis laat horen, is geen (in uw eigen visie) onopgeleide droesem van de 19de eeuw. Dat zijn mensen met een hogere opleiding, vaak intellectuelen in de uitdrukkelijke zin van het woord, zoals medechristenen met een theologische opleiding; dat zijn kenners van de Schrift; het zijn vaak gelovigen met een hogere spiritualiteit, en mensen die decennia lang onder de moeilijkste omstandigheden hun trouw aan de kerk hebben bewaard.”
Voorgangers kiezen
Een van de meest besproken passages uit Kerk & Ambt is deze. "Wij pleiten er met klem voor dat onze kerkelijke gemeenten, de parochies, in de huidige noodsituatie van het tekort aan
gewijde celibataire priesters creatief de theologisch verantwoorde vrijheid nemen – en krijgen – om uit hun midden hun eigen voorganger resp. team van voorgangers te kiezen. Op
grond van de voorrangspositie van het ‘volk Gods’ boven de hiërarchie – uitdrukkelijk tijdens het Tweede Vaticaans Concilie uitgesproken – mag van de diocesane
bisschop worden verwacht deze keuze in goed overleg te bevestigen door zijn handoplegging. Mocht de bisschop de wijding of inordening weigeren op grond van argumenten die niet het wezen van de
eucharistie raken, zoals de celibaatsverplichting, dan mogen de parochies erop vertrouwen, dat zij toch echt en waarachtig eucharistie vieren wanneer zij biddend brood en wijn delen."
Theologisch argumenteren
Legrand vindt dat de Nederlandse dominicanen met bovenstaande passage een grens hebben overschreden. Häring daarentegen zegt: “U doet, alsof nu afzonderlijke personen, die de
bisschop weigert te wijden, gewoon en zonder acht te slaan op de beslissing van de bisschop zouden mogen voorgaan in de eucharistie. Onzin, is mijn antwoord. De toestemming om voor te gaan in
de eucharistie ligt niet in handen van de afzonderlijke kandidaten. Het document zegt: “Mocht een bisschop de wijding of inordening weigeren op grond van argumenten die niet het wezen van
de eucharistie raken”. Deze voorwaarde is te controleren, want over argumenten kan men overleggen en theologisch argumenteren. Ze gaat over het mogelijke gedrag van een bisschop, dat
volgens de algemeen aanvaarde criteria niet te rechtvaardigen is.”
Vertrouwen
De Nederlandse dominicanen zeggen dat de parochies er op mogen “vertrouwen, dat ze echt en waarachtig eucharistie vieren”, als ze tijdens het gebed brood en wijn delen. Häring:
“Het gaat om een vertrouwen, dat berust op het geloof van de gemeente en daarmee verbonden wordt. De auteurs zeggen juist niet, dat dan een eucharistie in de volledige zin gevierd wordt,
in alle dimensies, die haar in de geschiedenis van de kerk gegeven zijn. Concreet gezegd is er voor niemand aanleiding de kerkelijke dimensie van dit gebeuren te ontkennen, en waarom zou men nu
ook niet de bisschop en de hele kerk gedenken? Maar wanneer wezensvreemde argumenten deze mogelijkheid uitsluiten, als het beleid van de bisschoppen een verweesd achterlaten van de altaren tot
gevolg heeft, dan vallen we juist terug op de kernbetekenis van de eucharistie, op de herinnering aan dood en opstanding, op het aanroepen van de Geest en op het teken van gemeenschap met
hem.”
Bisschoppen als veroorzakers crisis
Volgens Häring zegt Kerk & Ambt dat als gemeenten op wezensvreemde gronden de aanwezigheid van een gewijd persoon onthouden wordt en dan zonder een priester van de Heer
gedachtenis vieren, dan mogen zij erop vertrouwen dat Christus in hun midden is. “Wie deze noodoplossing onacceptabel of aanstootgevend vindt, moet met de bisschoppen als de veroorzakers
van deze situatie maar een ernstig gesprek voeren, en niet de betrokkenen, die zich het recht op de eucharistie niet laten ontnemen, van een schisma beschuldigen.”
Kennis van de Schrift
Aan het slot van zijn brief zegt Häring tegen Legrand: “Niemand betwist u uw historische en systematische kennis. Maar ik mis bij u een meer precieze kennis van de Schrift. U spreekt
over de oorsprong van de kerk en denkt vervolgens aan de eerste eeuwen daarna. U spreekt over de wijding en vergeet de in de evangeliën bedoelde situatie. U ontvouwt uw beeld van de
eucharistie zonder daarbij te herinneren aan het avondmaal dat Jezus vóór zijn dood gevierd heeft. U spreekt over priesters zonder te vragen sinds wanneer die er dan zijn. U beroept
zich op de Traditie en ontkent de huidige situatie van een ongehoorde breuk met de traditie. Zolang u deze perspectieven niet in de debatten betrekt en zolang u over het hoofd ziet, hoezeer het
document van de dominicanen (evenals het werk van E. Schillebeeckx) van bijbels denken doortrokken is, moeten uw argumenten schipbreuk lijden.”


