Geloof maakt niet altijd rijker
Hilversum (ANP) 18 december 2007 - In rijke landen bestaat een positief verband tussen geloof en inkomen: gelovige mensen hebben gemiddeld een hoger inkomen dan ongelovigen. In arme landen is het juist andersom: gelovige mensen zijn armer dan hun landgenoten.
Arme landen
Dat stellen onderzoekers Leon Bettendorf en Elbert Dijkgraaf van de economische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam vast na analyse van interviews met ruim 24.000 mensen uit 25 landen. Zij kwamen uit relatief rijke landen als de oude EU-lidstaten en de Verenigde Staten en relatief arme landen: de nieuwe EU-lidstaten en andere voormalige Oostbloklanden.
Sociaal vangnet
Bettendorf en Dijkgraaf denken dat het verschil tussen de rijke en arme landen te maken kan hebben met een bewustere keuze voor een godsdienst. In arme landen vervult de kerk ook een rol als sociaal vangnet, waarvan armen afhankelijk zijn. In rijke landen heeft de staat die rol vrijwel geheel overgenomen.
Protestanten en katholieken
De twee economen hebben ook nagegaan of de relatie tussen inkomen en religie bij protestanten anders is dan bij rooms-katholieken. Zij constateerden opnieuw dat beide groepen gelovigen in rijke landen rijker en in arme landen armer zijn.
Max Weber
Wel bleek het negatieve effect van het geloof op het inkomen in arme landen bepaald te worden door katholieken. In rijke landen is het positieve effect meer aan protestanten dan aan katholieken te danken. Dat doet denken aan wat de Duitse socioloog Max Weber meer dan een eeuw geleden al betoogde in zijn boek De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme. Weber meende dat het ascetische leven van de calvinisten het kapitalisme en economische groei bevorderde.


