Christenen Irak: vreemdelingen in hun eigen stamland
Hilversum (Van onze redactie) 28 november 2007 ? Iraakse christenen die hun land nog niet zijn ontvlucht hebben het zwaar. Hoewel ze de autochtonen van Irak zijn, moeten ze steeds bewijzen dat ze geen vreemdelingen zijn. Dat zei de Syrisch-katholieke aartsbisschop van Mosoel, Georges Casmoussa, gisteren in Parijs, waar een conferentie over de toekomst van het christendom in het Midden-Oosten plaatsvond.
Leven in vrede
De aartsbisschop haalde het Latijnse gezegde Primum vivere, deinde philosophari (?eerst leven dan pas filosoferen?) aan. Dit adagium gaat vooral op voor
de christenen van Irak, zegt mgr. Casmoussa. ?De christenen van nu eisen niet het ambt van staatshoofd, premier of legerchef op. Ze willen slechts in vrede leven en door de medeburgers als deel
van het geheel worden beschouwd ?, aldus de kerkleider gisteren tegenover het Franse persagentschap AFP.
2000 jaar in Mesopotamië
Casmoussa: ?De christenen zijn de autochtonen [van Irak]. Hun aanwezigheid in Mesopotamië gaat tweeduizend jaar terug. Ze zijn moe om steeds maar weer hun identiteitsbewijs te tonen en hun
aanwezigheid in Irak te legitimeren?.
200.000 christenen gevlucht
De aartsbisschop schat dat er sinds de Amerikaanse inval in 2003 een kwart van de 800.000 christenen het land zijn ontvlucht. Alleen al in Mosoel, een
overwegend Arabisch-soennitische stad, is de helft van de christelijke populatie vertrokken. ?Men spreekt van een verbetering van de veiligheid in Irak, maar in Mosoel blijft de situatie zeer
gespannen?, vindt Casmoussa. Het terreurgeweld treft er volgens de aartsbisschop alle etnische groepen, maar de christenen zijn het meest kwetsbaar.
Syrische en Chaldeeuws
Mosoel ligt 370 kilometer ten noorden van Bagdad. Het is de hoofdstad van de provincie Nineve. Het is de residentie van twee met de paus van Rome verbonden
aartsbisschoppen, leiders van zogeheten aartseparchieën: een van de Syrische ritus, de andere van de Chaldeeuwse.


