

Hilversum (ANP) 11 oktober 2007 - De gemeente Tilburg en pastoor Harm Schilder ontmoeten elkaar morgen in de rechtszaal voor de voorlopige climax in hun ruzie over het luiden van de kerkklokken voor de vroege ochtendmis. Omwonenden klagen steen en been en de gemeente legde de kerk het zwijgen op. Intolerant ten opzichte van het katholiek geloof is de Tilburger echter niet, wel is zijn echte geloofsbeleving mogelijk al eeuwen een illusie, stelt historicus en socioloog Ad van den Oord.
'Voor het oog van het kerkvolk'
De jonge, conservatieve pastoor Schilder haalde afgelopen zomer alle Nederlandse kranten met het stugge luiden van de klok van
zijn Heilige Margarita Mariakerk. Klagende buren en een dwangsom van de gemeente ten spijt: de pastoor bleef beieren met zijn vinger op het artikel over godsdienstvrijheid in de grondwet.
Vrijwel tegelijk presenteerde Ad van den Oord zijn boek 'Voor het oog van het kerkvolk' over de geloofsbeleving van de Tilburger vóór de Tweede Wereldoorlog.


Juist in het 'pronkjuweel van het katholieke zuiden', in de stad waar het gefluit van de fabrieksschoorstenen zich mengde met het beieren van de
kerkklokken, was de betrokkenheid bij het geloof lang geleden al ver te zoeken, aldus Van den Oord. Hij illustreert zijn stelling in het boek met cijfers en anekdotes over het kerkbezoek en
dissident stemgedrag bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Anonimiteit in het stemhokje
De genotzuchtige en lichtzinnige Tilburgers kwamen op zondagen weliswaar naar de heilige mis, maar stonden achter in de kerk te
kaarten. En de meest opvallende afwijking van de norm werd duidelijk op de plek waar anonimiteit het meest gewaarborgd was: in het stemhokje. Terwijl in 1935 meer dan 90 procent van de
bevolking katholiek was, gaven veel Tilburgers hun stem aan dissidente katholieke niet-arbeiders.
Schilder prikt illusie door
De geloofstrouw van de Brabander berustte meer op uiterlijke gewoontes dan op innerlijke overtuiging, schrijft Van den Oord. De conservatieve pastoor Schilder uit deze tijd prikt door die
schone schijn heen, oordeelt de auteur. ?Zijn kerk moet tegen de boze buitenwereld beschermd worden. Heidenen moeten bekeerd worden. Maar het hardleerse optreden van de pastoor werkt
averechts'', denkt Van den Oord.
Nieuw fenomeen
Buren die klagen over kerkklokken zijn een nieuw fenomeen. Maar in de beleving van de moderne, mondige, seculiere burger is het lawaai van de kerkklok vergelijkbaar met eventueel andere
overlast in de straat, relativeert de socioloog. ?De kerkklok is tegenwoordig niet anders dan druk verkeer of de bouw van een zendmast in de buurt.''