'Ruim 100 buitenlandse zendelingen uit China uitgewezen'
Hilversum (ANP) 10 juli 2007 - De Chinese regering heeft tussen april en juni meer dan honderd buitenlandse christelijke zendelingen het land uitgezet. Zij werden ervan beschuldigd dat
zij bij onwettige religieuze activiteiten betrokken waren geweest. Dat heeft de Amerikaanse organisatie China Aid Association, die opkomt voor de belangen van christenen in China, vandaag
op haar website gemeld.
Olympische Spelen
De meeste zendelingen kwamen uit de Verenigde Staten, Zuid-Korea, Singapore, Canada, Australië en Israël. De Amerikaanse organisatie meldt op basis van
bronnen binnen het regime in Peking dat de Chinese regering in februari een campagne is begonnen om buitenlandse christenen het land uit te zetten. Het regime wil zo voorkomen dat zij
zendingswerk bedrijven in de periode voor de Olympische Spelen, die volgend jaar zomer in Peking worden gehouden.
Xinjiang
Uit de autonome regio Xinjiang ten noorden van Tibet zijn volgens een Amerikaan, die daar al tien jaar werkt en anoniem wil blijven, meer dan zestig buitenlandse
zendelingen het land uitgezet. Sommigen werkten al vijftien jaar in het gebied. In Peking kregen in mei zeker vijftien christelijke echtparen de opdracht te vertrekken.
Grootste aantal sinds 1954
Volgens China Aid Association betreft het het grootste aantal uitwijzingen van buitenlandse christelijke zendelingen sinds 1954, toen de communistische
regering in Peking alle buitenlandse zendingswerkers het land uitzette. Omdat zendingswerkers geen vergunning krijgen, kiezen veel buitenlanders voor werk in het onderwijs of het bedrijfsleven
om zo toch in China het Evangelie te kunnen verkondigen.


