'Augustinus was onzeker over God'
Hilversum (Van onze redactie) 24 juni 2007 - Sint Augustinus van Hippo (354-430) wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke theologen in de geschiedenis. Aan zijn inzichten ontleenden gelovigen in onzekere eeuwen hun zekerheden. In handboeken zijn meestal trefzekere uitspraken van hem te vinden. Augustinus? stelligheid is hem vaak verweten, vooral door theologen uit oosters-orthodoxe kerken. Hij zou te weinig het mysterie van God intact hebben gelaten. Onlangs verscheen het boek Stellig maar onzeker. Augustinus? benadering van God van theoloog prof. Paul van Geest. Daarin toont de auteur aan dat de grote kerkvader helemaal niet zo zeker was.
God niet in denken te vatten
Van Geest analyseerde een aantal teksten in Augustinus? Belijdenissen, preken, brieven, Schriftcommentaren en antiketterse
werken. Hij ontdekte dat Augustinus zich er steeds meer van bewust werd dat God niet in spreken of zelfs in denken kon worden ?gevat?. Naarmate hij ouder werd groeide zijn onzekerheid. Steeds
meer gaf hij te kennen liever in de stilte ?de onuitsprekelijke God? te zoeken dan en plein public over God te willen spreken.
Negatieve theoloog
Volgens Van Geest is zijn boek de eerste systematische studie naar Augustinus als 'negatief theoloog'. "Negatieve theologie houdt in dat je
eerst zegt wat God niet is. En alles wat je vervolgens positief over God zegt, moet je weer ontkennen, omdat Hij nooit datgene kan zijn wat wij Hem toedichten", aldus Van
Geest tegenover katholieknederland.nl.
Detail van 'Sint Augustinus in zijn cel', Sandro Botticelli, 1494, Galleria degli Uffizi, Florence
Melk voor de kleintjes
Het werd Van Geest duidelijk dat de kerkvader al zeer vroeg een al te concrete, lichamelijke voorstelling van God radicaal afwees. Ook als priester en bisschop
bleek Augustinus zijn gelovigen steeds voor te houden dat de taal waarin mensen God ter sprake brengen: ?melk voor de kleintjes? is: taal aangepast aan zeer jonge kinderen die aan het begin van
hun ontwikkeling staan. De Schrift en de dogmatische formules bevatten voor Augustinus weliswaar geen onwaarheden, maar de woorden zijn aangepast aan het uiterst beperkte menselijke
bevattingsvermogen en dus ontoereikend om Gods mysterie tot uitdrukking te brengen. Zo zegt Augustinus in een preek: ?Als je denkt, iets van God begrepen te hebben, dan heeft wat je begrijpt,
niets met God van doen?.
Kwetsbare opstelling
De Tilburgse en Amsterdamse hoogleraar zegt tegenover katholieknederland.nl vooral verrast te zijn geweest door de wijze waarop
Augustinus aan de ene kant heel stellig ?onorthodoxe? groeperingen bestrijdt maar aan de andere kant hierbij tegelijk heel onzeker zijn eigen verklaringen van God in twijfel trekt. "De
kerkvader stelde zich daarmee kwetsbaar op. Aan het einde van zijn leven geeft Augustinus zelfs te kennen dat hij bepaalde ?ketterse? verklaringen van de geloofsbelijdenis van Nicea eigenlijk
heel gepast en to the point vindt. Maar soms blijkt Augustinus zijn onzekerheid gewoon niet toe te laten."
Strijd tegen ketters
Van Geest: ?Hoe acuter een bepaalde stroming de eenheid van de Kerk in gevaar brengt, des te stelliger spreekt Augustinus over God. Maar
zelfs in de hitte van een strijd met de pelagianen* gaan zijn stellige verklaringen van de orthodoxie heel fascinerend samen met haast dramatische pogingen iedereen ervan te doordringen dat God
onkenbaar, onbegrijpelijk en onuitsprekelijk is.? [*De pelagianen geloofden dat de mens op eigen kracht in de hemel kan komen, red.]
Praktijk
De kracht van Augustinus ligt volgens Van Geest dus niet alleen in zijn fascinerende denken over God. Zijn kracht ligt ook in zijn vermogen
onzekerheid over en vertrouwen op God tegelijk aan te wakkeren. De werken van Augustinus bevatten volgens hem in dit opzicht nog steeds een schat aan spirituele inzichten.
Hoogleraar Augustijnse Studies
Paul van Geest, geboren in Den Haag in 1964, studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden en
theologie aan de Università Gregoriana te Rome. Hij promoveerde in 1996 aan de voormalige KTU te Utrecht op een proefschrift over Thomas_a_Kempis. Vervolgens was hij vanaf 1997 postdoc van
de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Vanaf 2001 is hij hoogleraar Augustijnse Studies aan de KTU (thans Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg).
Vanaf 2005 bekleedt hij deze functie ook aan de Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit van Amsterdam.


