'Omgang ongedoopt gestorven kinderen had anders gemoeten'
Hilversum (Van onze redactie) 23 april 2007 - Het idee dat ongedoopte kinderen niet in de hemel zouden worden opgenomen is in Nederland al lang niet meer gangbaar. Toch dragen nog heel wat Nederlandse katholieken littekens met zich mee uit de tijd dat die opvatting nog wel breed leefde. Kardinaal Simonis kan dat niet terugdraaien, maar zegt wel dat het anders had gemoeten.
Voorgeborchte
Paus Benedictus_XVI gaf op 19 april toestemming tot publicatie van een rapport van de Internationale Theologische Commissie over het zogenoemde ?voorgeborchte? waarin overleden ongedoopte kinderen zich zouden bevinden. De Commissie stelt in zijn rapport voor om dit hypothetische beeld niet langer te gebruiken. Kardinaal Simonis, apostolisch administrator van het aartsbisdom Utrecht en voorzitter van de Nederlandse Bisschoppenconferentie, reageert instemmend op het rapport.
Ongewijde aarde
Het idee dat ongedoopte kinderen niet in de hemel worden opgenomen is volgens Simonis in Nederland al lang niet meer gangbaar. ?Ook het vroegere gebruik om ongedoopte kinderen in ongewijde aarde te begraven, kennen wij gelukkig niet meer?, zegt hij verwijzend naar de Katechismus van de Katholieke Kerk van 1993 en het kerkelijk wetboek van 1983. ?In die zin lijkt het besluit dat de paus genomen heeft, voor katholieken in Nederland al lang een gegeven. Anderen zullen wellicht menen dat hier een louter theoretisch vraagstuk of theologisch curiosum uit een ver verleden aan de orde is. Helaas is dat niet het geval?, zegt Simonis.
Littekens
Volgens de kardinaal dragen heel wat Nederlandse katholieken tot de dag van vandaag de littekens van het verleden met zich mee, toen in de RK-Kerk nog wél het idee breed leefde dat ongedoopte kinderen niet naar de hemel gingen. Simonis: ?Er is al dan niet verborgen verdriet, frustratie of zelfs boosheid. Het verlies van een kind behoort tot het meest pijnlijke dat een ouder kan overkomen. Dat ouders en andere familieleden zich destijds door de Kerk in de steek gelaten voelden, juist op een moment dat zij de steun zo hard nodig hadden, kan ik mij heel goed voorstellen. Het verleden kan ik niet terugdraaien, maar het had anders gemoeten.?
Te makkelijk
De kardinaal vindt het ?te makkelijk om over het verleden een veroordeling uit te spreken?. Simonis: ?In alle eerlijkheid moet gezegd worden dat het theologisch doordenken van het doopsel van begeerte, ook door ouders ten aanzien van hun kinderen, nog niet voltooid was. Er was in dezen sprake van een collectieve onmacht, zodat het geloof in Gods oneindige liefde en de noodzaak van pastorale nabijheid daaronder leden. De pijn die dat veroorzaakt heeft, kan een paus of bisschop niet wegnemen. Toch wil ik nadrukkelijk uitspreken dat ik het verdriet van ouders en familieleden ook van binnenuit meevoel.?
Verwerking
Simonis: ?Wanneer pastorale ondersteuning in deze tijd geboden of wenselijk is, dan wil ik die mede namens mijn collega-bisschoppen van harte aanbevelen. Ook het alsnog wijden van ongewijde grond waar kinderen begraven liggen, het oprichten van gedenktekens of het houden van bijzondere vieringen kunnen soms een positieve bijdrage leveren aan de verwerking van het verdriet.?
Ritueel
?In onze tijd zijn wij ons veel meer bewust van de noodzaak van goede en intensieve rouwverwerking bij het overlijden van een kind?, zegt de kardinaal. Hij denkt dat de Kerk door haar geloof in het eeuwig leven ? uitgedragen in gebed, ritueel en verkondiging ? een belangrijke rol kan spelen in dat proces. ?De zekerheid van Gods Liefde en de ervaren verbondenheid van een geloofsgemeenschap met de ouders en andere familieleden die een kind hebben verloren, maken dat mensen hun verdriet niet alleen hoeven te dragen.?


