Vaticaan: Sobrino's christologie dwaalt
Hilversum (Van onze redactie) 14 maart 2007 - Het Vaticaan heeft vandaag bekend gemaakt dat een aantal theologische stellingen van de Salvadoraanse jezuïet Jon Sobrino niet in overeenstemming is met de leer van de Katholieke_Kerk.
Dwalingen
De 'notificatie' (officiële bekendmaking') van de veroordeling werd al in november met pauselijke toestemming ondertekend, maar werd pas vandaag
gepubliceerd. De Congregatie voor de Geloofsleer, de pauselijke instantie die waakt over de zuiverheid van de leer, wil met de notificatie puntsgewijs aantonen dat Sobrino's werk meerdere
"dwalingen" bevat.
Twee boeken
De "dwalende proposities" waarvan sprake is werden door de Congregatie voor de Geloofsleer gevonden in twee van Sobrino's boeken: Jesucristo
liberador ('Jezus Christus de Bevrijder') en La fe en Jesucristo ('Het geloof in Jezus Christus'). Deze werken worden op tal van seminaries in Latijns-Amerika als handboeken
gebruikt.
Detail van Albrecht Altdorfers 'Christus aan het kruis tussen Maria en Johannes', 1512 (foto: Webgallery of Art, wga.hu)
Zes punten
Volgens de Congregatie "dwaalt" Sobrino op zes punten:
1) theologische methodologie (leer over de Kerk van de Armen)
2) de Godheid van Jezus_Christus
3) de incarnatie van de Zoon van God
4) de relatie tussen Christus en het Rijk Gods
5) het zelfbewustzijn van Jezus
6) de verlossende waarde van Jezus' dood
1. Kerk van de Armen
Sobrino zegt dat christologie (de wetenschap van Christus) gefundeerd moet zijn in de sociale werkelijkheid van de armen. Christus krijgt
alleen betekenis in het licht van wat Sobrino noemt de "Kerk van de armen". De Congregatie voor de Geloofsleer vindt Sobrino's voorliefde voor de armen en de onderdrukten
"bewonderenswaardig", maar vindt zijn visie te beperkt. "De kerkelijke fundering van christologie mag niet worden geïdentificeerd met 'de Kerk van de armen', maar ligt eerder in het
apostolische geloof dat door de Kerk aan alle generaties werd doorgegeven."
2. Godheid van Christus
Het Nieuwe_Testament getuigt volgens Sobrino slechts impliciet van Jezus' goddelijkheid. Het geloof in Christus als God kwam pas tot stand
"na een aanzienlijke periode van gelovige interpretatie, bijna zeker na de val van Jeruzalem [70 na Chr., red]", aldus Sobrino in Jesucristo liberador. Volgens de Congregatie voor
de Geloofsleer is dat niet waar. Zowel in de bijbelse boeken als de vroegste traditie wordt Jezus beschouwd als de mensgeworden God.
3. Incarnatie
Op het punt van Gods menswording verwijt het Vaticaan Sobrino dat hij 'de Zoon, de Tweede Persoon van de Drie-eenheid' veel te veel tegenover Jezus
van Nazareth plaatst, "alsof er twee subjecten in Christus aanwezig zijn". De Congregatie voor de Geloofsleer verwijst naar het dogma van het Concilie_van_Chalcedon (451). Dat leerde dat de ene
persoon Jezus zowel een goddelijke als een menselijke natuur heeft.
4. Rijk Gods
Volgens het Vaticaan heeft Sobrino een "eigenaardige visie op de relatie tussen Jezus en het Rijk_Gods". De jezuïet schrijft in Jesucristo
liberador dat de figuur van Christus geen absolute betekenis heeft, maar alleen in relatie tot de door hem gepredikte komst van het Rijk Gods begrepen kan worden. "Middel en middelaar
zijn wezenlijk met elkaar verbonden, maar ze zijn niet hetzelfde ding. Er is altijd een Mozes én een beloofd land, een aartsbisschop Romero én een droom van rechtvaardigheid. Beide
drukken ze samen het geheel van Gods wil uit, maar ze blijven van elkaar onderscheiden", aldus Sobrino in Jesucristo liberador. De Congregatie voor de Geloofsleer zegt echter dat
Christus, als middelaar tussen God en mensen, en het Rijk Gods, het middel tot God, wel degelijk met elkaar geïdentificeerd kunnen worden.
5. Jezus als gelovige
Sobrino citeert in Jesucristo liberador de dissidente theoloog Leonardo Boff: "Jezus was een buitengewone gelovige
[creyente] en had geloof [fe]. Geloof was Jezus' zijnswijze." De Congregatie voor de Geloofsleer wijst erop dat het Nieuwe_Testament ook spreekt over Jezus' geloof, zij het
dat dit begrepen moet worden als Godsvertrouwen. Sobrino laat met Boff te weinig de unieke positie (singulariteit) van Christus zien. De jezuïet wijkt teveel af van de traditie die leert
dat Christus zich bewust was van zijn unieke relatie tot God: Jezus beschouwde zichzelf als Gods enige Zoon. Het Vaticaan oordeelt dat de voorstelling van Jezus als 'gelovige onder de
gelovigen' de intieme en singuliere band tussen de Vader en de mensgeworden Zoon verduistert.
6. Jezus' verlossende dood
Sobrino schrijft in Jesucristo liberador dat de historische Jezus zijn eigen dood niet beschouwde als het unieke zoenoffer dat
de mensheid van het kwaad zou verlossen. Hoogstens geloofde Jezus dat zijn dood op een of andere wijze zou passen in het plan van God. Volgens Sobrino moeten christenen Jezus' dood
interpreteren als een manifestatie van consequent geloof, "wat op zich al verlossing brengt". Dat is volgens de Congregatie voor de Geloofsleer in strijd met de dogma's zoals die op het
Concilie_van Trente (1545-1563) werden geformuleerd. Trente leert dat God zijn Zoon naar de aarde stuurde om door het vergieten van zijn Bloed de schuld van de mensheid weg te wassen.


