Eijk verwacht toename abortussen bij lichte afwijking


Hilversum (Van onze redactie) 16 februari 2007 -
Bisschop Eijk van Groningen-Leeuwarden vreest dat het aantal abortussen vanwege relatief lichte en behandelbare lichamelijke handicaps zal stijgen, nu die afwijkingen als gevolg van de standaard aangeboden echografieën vaker aan het licht komen. Dat schrijft hij in het laatste nummer van rkkerk.nl, het blad van de Nederlandse kerkprovincie.

Lichtere afwijkingen
Sinds begin vorig jaar wordt aan alle zwangere vrouwen in Nederland bij 12 en bij 20 weken standaard een echografie aangeboden. Die maakt deel uit van het basispakket en wordt daarom standaard door ziektekostenverzekeraars vergoed. Eijk signaleert een tendens om ?steeds lichtere afwijkingen te ervaren als een onaanvaardbare aanslag op de kwaliteit van leven van het kind, die een zodanige noodsituatie bij de moeder veroorzaakt dat abortus provocatus de enige uitweg is?.

Relatieve stijging
Het aantal abortussen in Nederlands stabiliseert. Maar Eijk wijst erop dat het aantal zwangerschapsafbrekingen relatief gezien stijgt. Als gevolg van een daling van het aantal levendgeborenen en het aantal zwangerschappen de laatste jaren is de abortusratio (het aantal abortussen per 1.000 levendgeborenen) gestegen van 93 in 1990 tot 153 in 2005, aldus Eijk.

Buitenland
Het aantal abortussen is na de inwerkingtreding van de Wet afbreking zwangerschap in 1984, ogenschijnlijk niet toegenomen. Werden in 1980 nog 56.000 abortussen verricht, in 2005 was dat aantal gedaald tot bijna 33.000. Bovendien  werden in 2005 1,1% minder abortussen gepleegd dan in 2004. Maar Eijk wijst erop dat het aantal Nederlandse vrouwen dat een abortus ondergaat juist is gestegen van 19.700 naar rond de 29.000 in de laatste jaren. Dat het aantal in Nederland verrichte abortussen is afgenomen, komt volgens hem doordat er minder vrouwen uit het buitenland naar ons land komen voor afbreking van de zwangerschap.

Noodsituatie
Volgens de rapportage over de in 2005 in Nederland verrichte zwangerschapsafbrekingen, worden de in de abortuswet vastgelegde zorgvuldigheidsvereisten goed nageleefd. Eijk betwijfelt dat. Voor een abortus is vereist dat de vrouw als gevolg van de zwangerschap in een noodsituatie is komen te verkeren. Maar ?omdat nadere criteria voor het vaststellen van een noodsituatie ontbreken, is de evaluatie van de toepassing van dit begrip ter rechtvaardiging van abortus provocatus ondoenlijk?, stelt Eijk.

Alternatieven
Eijk betoogt verder dat het evaluatierapport geen uitsluitsel geeft of de vrouw door de arts is voorgelicht over alternatieven voor abortus. Dat het rapport wel vermeldt dat in ruim 90% van de gevallen de arts niet met andere deskundigen heeft overlegd, roept bij Eijk de vraag op: ?Moeten we nu echt veronderstellen dat de arts ten aanzien van al deze mogelijke alternatieven voldoende kennis in huis heeft? Daarom ligt de gedachte voor de hand dat aan de zorgvuldigheidseis dat de vrouw verantwoorde voorlichting ontvangt over alternatieven voor abortus, in de praktijk niet wordt voldaan.?

Autonomie
Bij een beslissing over abortus moet volgens Eijk niet de autonomie van de vrouw tegenover het leven van het ongeboren kind worden gezet, maar tegenover diens autonomie. De autonomie van het ongeboren kind mag dan door onvoldoende rijping van de hersenen nog niet tot uiting komen, de aanleg is er volgens Eijk. Hij noemt het in dat verband ?tekenend? dat ?mensen die zelf gehandicapt zijn, fel protesteren tegen abortus provocatus wegens een afwijking van de vrucht?.