'Religieuze pluriformiteit onderwijs niet verwarrend'
Hilversum (ANP) 30 november 2006 - Hoe meer leerlingen op school leren over verschillende levensbeschouwingen, hoe zekerder zij zijn over hun eigen levensbeschouwelijke opvattingen. De gangbare idee dat veel aandacht voor uiteenlopende godsdiensten juist de twijfels bij leerlingen versterkt, is onjuist.
Bijzonder onderwijs
Dat stelt Gerdien Bertram-Troost in haar proefschrift ?Geloven in bijzonder onderwijs?, waarop zij op 12 december aan de Vrije Universiteit te Amsterdam promoveert. Zij concentreerde zich op de vraag welk verband bestaat tussen de manier waarop scholen voor voortgezet onderwijs gestalte geven aan levensbeschouwelijke vorming en de levensbeschouwelijke identiteitsontwikkeling van leerlingen.
Levensbeschouwing
Bertram-Troost voerde daartoe gesprekken met directieleden, onderwijsgevenden en leerlingen van vier protestants-christelijke scholen: twee in de Randstad en twee elders in Nederland. Bovendien liet zij de leerlingen van 4 havo en 5 vwo een vragenlijst invullen over de rol van levensbeschouwing in hun leven en het belang dat zij aan levensbeschouwelijke vorming hechten. Ook observeerde zij enkele godsdienstlessen.

(foto:sxc.hu)
Ouderlijk huis
Bertram-Troost constateerde dat het ouderlijk huis de belangrijkste rol vervult in de levensbeschouwelijke vorming van leerlingen, maar in tegenstelling tot wat velen denken, speelt de school ook een rol. Leerlingen worden zich door de ontmoeting met klasgenoten bewuster van hun levensbeschouwelijke achtergrond.
Groepsgesprekken
Leerlingen vinden het erg leerzaam klasgenoten over hun eigen levensbeschouwing te horen praten. De groepsgesprekken tijdens de godsdienstlessen worden dan ook sterker gewaardeerd dan uitleg van de opvattingen van diverse religies. Scholen kunnen er bewuster gebruik van maken dat ze levensbeschouwelijke 'ontmoetingsplaats' zijn door meer gelegenheid te scheppen voor leerlingen om elkaar en elkaars visie op het leven beter te leren kennen en begrijpen.
Godsdienstles
Op een van de twee scholen in de Randstad was 60 procent van de leerlingen moslim. Bertram-Troost ontdekte dat de leerlingen met een islamitische achtergrond veel meer godsdienstige betrokkenheid toonden en de godsdienstles veel belangrijker vonden dan leerlingen van autochtone herkomst.


