Relieken van Vlaamse heiligen vaker echt dan gedacht

Hilversum (Van onze redactie/NRC Handelsblad/Archeonet) 19 oktober 2006 - Relikwieën van lokale heiligen in Vlaanderen blijken minder vaak vervalst te zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit een wetenschappelijk onderzoek, onlangs gepubliceerd in het boek Relieken. Echt of vals?.  

Ontmanteling
Onderzoekers Mark Van Strydonck en Mathieu Boudin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) en Anton Ervynck en Marit Vandenbruaene van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) openden de afgelopen jaren verschillende reliekschrijnen en ontmantelden ze omzichtig de inhoud. De relieken, van skeletten tot minuscule stukjes textiel, werden met de recentste wetenschappelijke methodes onderzocht.

Echt of vals?
In Relieken. Echt of vals? bespreken de auteurs de resultaten van dertien analyses. Daaruit is gebleken dat de meeste dossiers over relieken een mengeling van waarheid en fictie bevatten. In de katholieke heiligenverering spelen relieken een grote rol. Een reliek of relikwie is een overblijfsel van het lichaam van een heilige, of een voorwerp dat met een heilige in aanraking is geweest, waaraan wonderdadige kracht wordt toegekend.

Mutsje van Petrus
Uit dateringsonderzoek, onder meer door gebruik te maken van radioactieve koolstof, de blijkt dat er in verschillende gevallen iets niet pluis is met de relieken. Zo tonen de auteurs aan dat het zogenaamde 'mutsje van Petrus' uit Namen nooit het hoofd van de eerste paus heeft gesierd en dat de schedel van de heilige Donatus uit het Limburgse Schulen te oud is voor zijn eigenaar. De patroonheiligen van Dendermonde, Hilduardus en Christiana, bleken dan weer te beschikken over niet minder dan vijf skeletten.

Sint Bavo
Aan de andere kant vallen de dateringen soms verrassend goed samen met de verwachtingen gebaseerd op de historische gegevens. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het beendermateriaal van Sint-Bavo en Gent, en bij het textiel uit de schrijnen van twee Merovingische prinsessen, Bathilde en Bertille. In de meeste gevallen wordt de interpretatie ook ondersteund door het antropologisch onderzoek. In een aantal gevallen kon de radiokoolstofdatering ook de historisch overgeleverde sterfdatum van een heilige bijstellen. Zo blijkt Rumoldus van Mechelen vroeger geleefd te hebben dan in zijn vita werd beschreven; Ermelindis van Meldert schijnt dan weer later gestorven te zijn dan de teksten aangeven.